Les 5 — Sabbat, 31 januari 2026
Joël: een toegewijde boodschapper
Tekst om te onthouden
Tekst om te onthouden: “Blaast de bazuin te Sion, heiligt een vasten, roept een verbodsdag uit” (Joël 2:15).
Joël 2:15
“De wolkkolom, die tot gramschap en schrik zal zijn voor de overtreders van Gods wet, betekent het licht en genade en verlossing voor hen, die Zijn geboden hebben bewaard.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 7.
Aanvullende studie:: –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 17-23.
A. Welke catastrofe beschrijft de profeet Joël? Hoe verhoudt deze zich tot een gebeurtenis, die nog in de toekomst ligt? 17-20;
10Het veld is verwoest, het land treurt; want het koren is verwoest, de most is verdroogd, de olie is flauw.
11De akkerlieden zijn beschaamd, de wijngaardeniers huilen, om de tarwe en om de gerst, want de oogst des velds is vergaan.
12De wijnstok is verdord, de vijgeboom is flauw; de granaatappelboom, ook de palmboom en appelboom; alle bomen des velds zijn verdord; ja de vrolijkheid is verdord van de mensenkinderen.
8En de vierde engel goot zijn fiool uit op de zon; en haar is macht gegeven de mensen te verhitten door vuur.
9En de mensen werden verhit met grote hitte, en lasterden den Naam Gods, Die macht heeft over deze plagen; en zij bekeerden zich niet, om Hem heerlijkheid te geven.
“Bij de volgende (vierde) plaag werden de mensen door de zon verschroeid. ‘En de mensen werden verzengt door de grote hitte’ (Verzen 8-9). De profeten beschrijven de toestand van de aarde in die verschrikkelijke tijd met de volgende woorden: ‘Verwoest is het veld; de aardbodem treurt… want de oogst van het veld is verloren gegaan… alle bomen des velds zijn verdord. Voorwaar, de blijdschap is beschaamd van de mensenkinderen weggevlucht’. ‘Verschrompeld zijn de zaadkorrels onder haar aardkluiten; verroest zijn de voorraadschuren… Hoe kreunt het vee! De runderkudden dolen rond, want er is voor hen geen weide … De waterbeken zijn uitgedroogd, en een vuur heeft de weiden der woestijn verteerd’. ‘De tempelzangen worden tot weeklacht op die dag, luidt het woord van de Heere HEERE. Talrijk zijn de lijken! Allerwegen werpt Hij ze neder! Stil!’ (Joël 1:10-12, 17-20; Amos 8:3). Deze plagen zijn niet algemeen, want anders zouden alle bewoners van de aarde volledig worden uitgeroeid. Toch zijn het de vreselijkste plagen, die de mensen ooit hebben meegemaakt. Alle oordelen, die de mensheid hebben getroffen vóór het afsluiten van de genadetijd, waren vermengd met Gods genade. Het verzoenend bloed van Christus beschermde de zondaar tegen de volle maat van zijn straf; maar bij het eindoordeel wordt de gramschap ongemengd uitgestort. Op die dag zullen talloze mensen verlangend uitzien naar Gods genade, die ze zo lang hebben veracht.” –De Grote Strijd, blz. 580-581.