Tekst om te onthouden: “Blaast de bazuin te Sion, heiligt een vasten, roept een verbodsdag uit” (Joël 2:15).
Joël 2:15
“De wolkkolom, die tot gramschap en schrik zal zijn voor de overtreders van Gods wet, betekent het licht en genade en verlossing voor hen, die Zijn geboden hebben bewaard.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 7.
Aanvullende studie:: –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 17-23.
A. Welke catastrofe beschrijft de profeet Joël? Hoe verhoudt deze zich tot een gebeurtenis, die nog in de toekomst ligt?
Joël 1:10-12,
17-20;
Openbaring 16:8-9.
“Bij de volgende (vierde) plaag werden de mensen door de zon verschroeid. ‘En de mensen werden verzengt door de grote hitte’ (Verzen 8-9). De profeten beschrijven de toestand van de aarde in die verschrikkelijke tijd met de volgende woorden: ‘Verwoest is het veld; de aardbodem treurt… want de oogst van het veld is verloren gegaan… alle bomen des velds zijn verdord. Voorwaar, de blijdschap is beschaamd van de mensenkinderen weggevlucht’. ‘Verschrompeld zijn de zaadkorrels onder haar aardkluiten; verroest zijn de voorraadschuren… Hoe kreunt het vee! De runderkudden dolen rond, want er is voor hen geen weide … De waterbeken zijn uitgedroogd, en een vuur heeft de weiden der woestijn verteerd’. ‘De tempelzangen worden tot weeklacht op die dag, luidt het woord van de Heere HEERE. Talrijk zijn de lijken! Allerwegen werpt Hij ze neder! Stil!’ (Joël 1:10-12, 17-20; Amos 8:3). Deze plagen zijn niet algemeen, want anders zouden alle bewoners van de aarde volledig worden uitgeroeid. Toch zijn het de vreselijkste plagen, die de mensen ooit hebben meegemaakt. Alle oordelen, die de mensheid hebben getroffen vóór het afsluiten van de genadetijd, waren vermengd met Gods genade. Het verzoenend bloed van Christus beschermde de zondaar tegen de volle maat van zijn straf; maar bij het eindoordeel wordt de gramschap ongemengd uitgestort. Op die dag zullen talloze mensen verlangend uitzien naar Gods genade, die ze zo lang hebben veracht.” –De Grote Strijd, blz. 580-581.
A. Op wat moeten we ernstig opmerkzaam zijn?
Joël 1:15-16.
“Het heden is een tijd van enorm belang voor alle levenden. Heersers en staatslieden, mannen die op hoge vertrouwensposten staan, mannen en vrouwen uit alle standen, … en zij moeten wel tot de slotsom komen, dat iets van beslissende betekenis spoedig zal plaats grijpen, dat de wereld aan de vooravond van een geweldige crisis staat. Engelen houden nu de oorlogswinden in toom, opdat ze niet zullen waaien tot de wereld gewaarschuwd is voor haar komende ondergang. Maar een storm is in aantocht, die straks over de aarde zal losbarsten; en wanneer God Zijn engelen zal bevelen de winden los te laten, zal er zo’n strijd ontstaan, als geen pen kan beschrijven. De Bijbel, en de Bijbel alleen geeft een juiste kijk op deze dingen. Hierin worden de grote slottonelen in de geschiedenis onzer wereld beschreven, gebeurtenissen welke hun schaduw reeds vooruitwerpen, waarvan het geluid hunner nadering de aarde doet beven en de harten der mensen van vrees doet bezwijken.” –Karaktervorming, blz. 181-182.
B. Welke onmiddellijke actie moeten wij als gelovigen, gezien het dreigende gevaar, met vurigheid ondernemen?
Joël 1:14;
2:1-2.
“Gods Woord doet met het oog op die grote dag in de plechtigste bewoordingen een beroep op Zijn volk om een eind te maken aan de geestelijke onverschilligheid om in berouw en ootmoed tot God te komen.” –De Grote Strijd, blz. 292.
C. Hoe voorspelt Joëls profetie de dag van Christus’ wederkomst?
Joël 2:3-6.
“Weldra werden onze ogen op het oosten gericht, want er was een kleine zwarte wolk verschenen, ongeveer zo groot als de hand van een man, wij wisten allen, dat dit het teken van de Zoon des mensen was… Een regenboog was over de wolk, en rondom waren tienduizend engelen, die een allerheerlijkst lied zongen; en op de wolk was de Zoon des mensen gezeten. Zijn haar was wit en krullend, en viel op Zijn schouders af; en op Zijn hoofd waren veel kronen. Zijn voeten hadden de gelijkenis van vuur; in Zijn rechterhand was een scherpe sikkel; in Zijn linker een zilveren bazuin. Zijn ogen waren gelijk een vurige vlam, die Zijn kinderen door en door onderzocht. Toen werden alle aangezichten bleek, en van degenen, die God verworpen hadden, werden zij donker.” –Eerste Geschriften, blz. 7.
A. Welke verzekering geeft God aan hen, die met een oprecht hart berouw hebben?
Joël 2:12-13;
Psalm 34:19.
“Het vasten, dat wordt bevolen door het woord van God, is meer dan een vorm. Het bestaat niet uit het alleen weigeren van voedsel, het dragen van zakken en het strooien van as op het hoofd. Hij, die vast uit werkelijke smart om de zonde, zal daarbij geen vertoon maken. Het doel van het vasten, dat God van ons vraagt, dat wij zullen houden, is niet het lichaam te pijnigen om de zonden van de ziel, maar ons te helpen het ellendig karakter van zonde in te zien, om ons hart voor God te vernederen en Zijn vergevende genade te ontvangen. Zijn bevel tot Israël luidde: ‘Scheurt uw hart en niet uw klederen, en bekeert u tot de Heere, uw God.’ (Joël 2:13). Het zal niet voldoende voor ons zijn boete te doen, of ons te vleien met de gedachte, dat wij door onze eigen werken een erfenis onder de heiligen zullen verdienen of kopen… Berouw is een zich keren van zichzelf tot Christus; en wanneer we Christus aannemen, zodat Hij, door het geloof, in ons kan wonen, zullen goede werken geopenbaard worden.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 78-79.
B. Wat houdt de belijdenis in, die we zo hard nodig hebben?
Matthéüs 6:6;
1 Johannes 1:9.
“Belijd uw verborgen zonden uitsluitend aan uw God. Beken de afdwalingen van uw hart aan Hem, die weet, hoe Hij met uw geval moet omgaan. Als u uw naaste verkeerd hebt behandeld, belijd uw zonde aan hem en voeg door schadeloosstelling de daad bij het woord. Maak dan aanspraak op de zegen. Kom tot God, zoals u bent, en laat Hem al uw zwakheden genezen. Ga met uw geval naar de troon der genade en doe een grondig werk. Wees oprecht wat betreft God en uw ziel. Als u tot Hem komt met een oprecht berouwvol hart, zal Hij u de overwinning geven. Dan kunt u een lieflijk getuigenis geven van bevrijding, ‘om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht’. Hij zal u niet verkeerd begrijpen of verkeerd beoordelen. Uw naasten kunnen u niet vrijspreken van zonden of u van ongerechtigheid zuiveren. Jezus is de enige, die u vrede kan geven. Hij heeft u lief en gaf Zichzelf voor u. Zijn hart, vol van liefde, kent al onze zwakheden. Welke zonden zijn te groot om door Hem vergeven te worden? Welke ziel is te duister en door zonden te zeer onderdrukt om door Hem gered te worden? Hij is genadig, en kijkt naar onze verdiensten, maar geneest ons uit Zijn grenzeloze goedheid van onze afvalligheid, en heeft ons bovenmate lief, terwijl wij nog zondaars zijn.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 526-527.
A. Beschrijf de dringende stap, die Gods gemeente moet nemen.
Joël 2:15-17.
“Christus zal met elke predikant zijn die, hoewel hij misschien nog niet de volmaaktheid van karakter heeft bereikt, er met de grootste ernst naar streeft om Christus gelijk te worden. Zo’n predikant zal bidden. Hij zal wenen tussen het portaal en het altaar, in zielsangst roepend om de aanwezigheid van de Heer; anders kan hij niet voor de mensen staan, met de hele hemel op hem gericht, en de pen van de engel die zijn woorden, zijn gedrag en zijn geest opmerkt.” –Testimonies to Ministers, blz. 143.
“Als het gordijn kon worden weggeschoven, als u de bedoelingen Gods en de oordelen, die weldra over een gedoemde wereld zullen vallen, zoudt kunnen zien, als u uw eigen houding zoudt kunnen zien, dan zoudt u vrezen en beven voor uw eigen ziel en voor de ziel van uw medemensen. Ernstige gebeden gepaard met een hartverscheurende angst zouden ten hemel oprijzen. U zoudt wenen tussen het voorhuis en het altaar en uw geestelijke blindheid en verslapping belijden.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 11-12.
B. Hoe wil God reageren op zulke vurige gebeden van Zijn volk?
Joël 2:23.
“De vijand spoort zijn aanhangers aan om maatregelen voor te stellen, die Gods werk ten eerste zouden belemmeren; maar politieke leiders, die de Heere vrezen, worden door heilige engelen beïnvloed om die voorstellen met onweerlegbare argumenten te bestrijden. Zo zal de sterke stroom van het kwaad door een paar mannen worden ingedijkt. De tegenstand van de vijanden van de waarheid zal in bedwang worden gehouden, zodat de boodschap van de derde engel kan worden verkondigd. Wanneer de laatste waarschuwingsboodschap aan de wereld zal worden gebracht, zal zij de aandacht trekken van deze leidinggevende mannen door wie de Heer nu werkt, Enkelen van hen zullen die boodschap aannemen en zullen in de tijd der benauwdheid aan de kant van Gods volk staan. De engel, die deel neemt aan de verkondiging van de boodschap van de derde engel, zal de hele wereld met zijn heerlijkheid verlichten. Gods Woord voorzegt een wereldwijd werk met buitengewone kracht. De Adventbeweging van 1840-1844 was een luisterrijke uiting van Gods kracht, De boodschap van de eerste engel werd gebracht naar elke zendingspost ter wereld, en in sommige landen was er de grootste godsdienstige belangstelling sinds de Hervorming van de zestiende eeuw. Dit alles zal echter worden overtroffen door de grote opwekkingsbeweging ontstaan door de verkondiging van de laatste waarschuwingsboodschap van de derde engel.” –De Grote Strijd, blz. 564-565.
A. Beschrijf de vervulling van de profetieën van
Joël 2:28-32.
“Ik raad u het Woord van God als het richtsnoer van uw geloof en leven aan, lieve lezer. Volgens dat Woord zullen wij geoordeeld worden. God heeft in dat Woord beloofd, in de ‘laatste dagen’ gezichten te zullen geven; niet als een nieuw richtsnoer voor het geloof, maar tot troost van Zijn volk, en om hen, die van de Bijbelse waarheid afdwalen, terecht te brengen.” –Eerste Geschriften, blz. 85.
“19 mei 1780 is de geschiedenis ingegaan als ‘De Donkere Dag’. Sinds de tijd van Mozes is er geen verduistering geweest, die zó dicht was, zo’n groot gebied besloeg en zó lang heeft geduurd. De beschrijving van deze gebeurtenis door ooggetuigen, is slechts een echo van de woorden, die meer dan vijfentwintig eeuwen vóór hun vervulling door Joël waren opgetekend. (Joël 2:31).” –De Grote Strijd, blz. 290.
B. Welk vreselijk lot zal de mensheid uiteindelijk treffen, ondanks de hoop op vrede?
Joël 3:9-10;
1 Thessalonicensen 5:3.
“De wereld wordt verontrust door de geest van oorlog. De profetie van het elfde hoofdstuk van Daniël is bijna volledig in vervulling gegaan. Spoedig zullen de tonelen van de benauwdheid, waarover in de profetieën gesproken wordt, plaatsvinden.” –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 20.
C. Waar zullen de getrouwen dan zijn?
Joël 3:16;
Psalm 91: 1-7.
“Zware beproevingen en verdrukkingen staan het volk van God te wachten. De geest van oorlog zweept de volken op van het ene einde van de aarde tot het andere. Maar te midden van de tijd van benauwdheid, die op komst is, een tijd van benauwdheid zoals niet geweest is sinds er een volk bestaan heeft, zal Gods uitverkoren volk onbewogen staande blijven. Satan en zijn heerscharen kunnen hen niet vernietigen, want engelen, uitmuntend in kracht, zullen hen beschermen.” –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 22.
1. Wat is de oorzaak van de catastrofale gebeurtenis, die in Joël 1:15-20 wordt beschreven?
2. Hoe zal ik reageren op de wederkomst van Christus?
3. Hoe en waarom moeten wij ons verootmoedigen voor de Heer?
4. Beschrijf de zegen, die degenen ontvangen, die werkelijk toegewijd zijn aan God op het einde.
5. Waarom moeten we nu meer dan ooit vermijden, dat we worden aangespoord tot een oorlogszuchtige geest? Welfare-afdeling van de Generale Conferentie De Welfare-afdeling van de Generale Conferentie heeft als doel om hulp te bieden aan hen, die lijden onder diverse natuurrampen of uitgelokte tragedies. Broeders en zusters hebben hun eigendommen verloren door branden, overstromingen en ook door oorlogen en conflicten. Wanneer iemand ziet dat zijn werk vernietigd is, is het bijzonder verkwikkend om een uitgestoken helpende hand te ontvangen, die zorg en bijstand biedt. Degenen, die dergelijke rampen hebben meegemaakt, spreken vaak van de vreugde, die het geeft om verzorgd te worden in een situatie van grote nood, en zijn dankbaar voor het voorrecht deel uit te maken van een waarachtige geestelijke familie. Er zijn ook mensen die in diepe armoede leven en hooguit één keer per dag iets te eten hebben, en toch blijven zij, ondanks hun intense lijden, standvastig in de hoop en zekerheid dat Jezus spoedig zal terugkomen, en dat dit alles voorbij zal gaan... Juist aan dezen reikt de Welfare-afdeling opnieuw een vriendelijke en zorgzame hand. Met de woorden van Christus: “Voorwaar, zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan” (Matthéüs 25:40), wordt ons werk geleid door het besef, dat ware godsdienst niet bestaat uit woorden, maar uit daden, door zorg voor de wees, de weduwe, de zieke en de vluchteling. Zodra bijdragen worden ontvangen, worden deze spoedig verdeeld om in de meest dringende noden te voorzien, vooral van onze geloofsfamilie. Kerken die door natuurrampen verwoest waren, zijn herbouwd; huizen die door brand, overstroming of andere weerrampen waren verwoest, zijn herbouwd en opnieuw ingericht; zieken zijn behandeld; wezen, weduwen en behoeftigen hebben voedsel en basiszorg ontvangen. Er is veel gedaan, maar we zijn nog ver verwijderd van ons ideaal, dat er onder ons, net als op de Pinksterdag, geen behoeftigen meer zijn. Daarvoor, geliefde broeders en zusters, rekenen wij op uw gulle, overvloedige, maar bovenal liefdevolle gave! Terwijl u uw Eerste Sabbatschoolcollecte apart legt, denk dan aan alles wat u van God hebt ontvangen; Hij zal uw gave vermenigvuldigen en omzetten in zegeningen, voor uzelf, uw gezin, en voor hen die in moeilijke tijden geholpen moeten worden. “Door de beoefening van deze praktische liefde worden de gemeenten nauwer met elkander verbonden in christelijke eenheid. Door de broederlijke liefde wordt ook de liefde tot God vergroot, omdat Hij hen die in nood verkeerden niet vergeten heeft, en zo stijgen dankoffers op tot God voor Zijn zorg.” –Counsels on Stewardship, blz. 344. Moge God u rijkelijk zegenen! –Welfare-afdeling van de Generale Conferentie Eerste Sabbatgaven Sabbat 7 februari 2026