Spring naar inhoud
Les 4Sabbat, 24 januari 2026

Gods genade koesteren

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Het heeft u bedorven, o Israël, want in Mij is uw hulp” (Hoséa 13:9).

Hoséa 13:9

“Iedere lichtstraal, die wordt verworpen, iedere waarschuwing die wordt afgewezen of niet in acht wordt genomen, iedere hartstocht waaraan men toegeeft, iedere overtreding van Gods wet, is een zaad, dat gezaaid wordt en dat zeker zijn oogst zal opleveren.” –De Grote Strijd, blz. 33.

Aanvullende studie:: –Testimonies for the Church, vol. 4, blz. 186–213.
A. Welke waarschuwing klinkt door tot aan het einde van de onderzoektijd?
auto_storiesHosea 9:7open_in_new
7De dagen der bezoeking zijn gekomen, de dagen der vergelding zijn gekomen; die van Israel zullen het gewaar worden; de profeet is een dwaas, de man des geestes is onzinnig; om de grootheid uwer ongerechtigheid is de haat ook groot.
“Het hart van A is niet toegewijd geweest aan God. Hij heeft capaciteiten en talenten, waarvoor hij verantwoording moet afleggen aan de grote Gever van alles. Zijn hart is ongewijd en zijn leven onwaardig aan zijn beroep; toch is hij al meer dan vele jaren nauw verbonden met het heilige werk van God. Wat een licht heeft hij gehad, wat een voorrechten! Hij heeft de zeldzaamste kansen genoten om een sterk christelijk karakter te ontwikkelen. De woorden van Christus, toen Hij weende over Jeruzalem, zijn op hem van toepassing: ‘Och, of gij ook bekendet, ook nog in deze uw dag, wat tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen’. A, de vergelding van God hangt boven u, ‘omdat gij de tijd van uw bezoeking niet hebt gekend’. B heeft dezelfde geestesgesteldheid, maar is niet zo door en door egoïstisch. Beiden zijn liefhebbers van genot meer dan liefhebbers van God. Hun gedrag is volkomen onverenigbaar met het christelijk leven. Ze missen stabiliteit, matigheid en toewijding aan God. Bij B is het werk van genade veel te oppervlakkig. Hij verlangt ernaar een christen te zijn, maar streeft er niet naar de overwinning over zichzelf te behouden en schept op over zijn overtuigingen van goed en kwaad. Daden, geen ijdele woorden en lege bedoelingen, zijn aanvaardbaar voor God. A, u hebt het woord van God gehoord in vermaningen, in raadgevingen, in waarschuwingen, en ook in de smeekbeden van liefde. Maar horen is niet genoeg. ‘Wees daders van het woord en niet alleen hoorders, anders bedriegt u uzelf.’ Het is gemakkelijk om je door de stroom te laten meevoeren en met de menigte Hosanna te roepen; maar in de rust van het dagelijks leven, wanneer er geen bijzondere opwinding of verheffing is, komt de toets van het ware christendom.” –Testimonies for the Church, vol. 4, blz. 187-188.