Les 9 — SABBAT, 26 februari 2022
DE ALMACHT VAN DE ALMACHTIGE
Tekst om te onthouden
Tekst om te onthouden: “En Jesaja roept over Israël: Al ware het getal van de kinderen Israëls gelijk het zand der zee, zo zal het overblijfsel behouden worden. Want Hij voleindigt een zaak en snijdt ze af in rechtvaardigheid; want de Heere zal een afgesneden zaak doen op de aarde.”
Romeinen 9:27–28
“Hij, die heerst in de hemelen, is Degene, die het eind ziet vanaf het begin, Degene voor wie de geheimen van verleden en toekomst openbaar zijn, en die, over de jammer en de duisternis en ellende heen, veroorzaakt door de zonde, de vervulling ziet van Zijn eigen doelstellingen van liefde en zegen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 18.
Aanvullende studie :: -Van Jeruzalem tot Rome, blz. 274-280
A. Wat identificeert de kinderen van Abraham?
37Ik weet, dat gij Abrahams zaad zijt; maar gij zoekt Mij te doden; want Mijn woord heeft in u geen plaats.
38Ik spreek wat Ik bij Mijn Vader gezien heb; gij doet dan ook, wat gij bij uw vader gezien hebt.
39Zij antwoordden en zeiden tot Hem: Abraham is onze vader. Jezus zeide tot hen: Indien gij Abrahams kinderen waart, zo zoudt gij de werken van Abraham doen.
5Daarom dat Abraham Mijn stem gehoorzaam geweest is, en heeft onderhouden Mijn bevel, Mijn geboden, Mijn inzettingen en Mijn wetten.
“De Joden beweerden van Abraham af te stammen, maar door de werken van Abraham niet te doen bewezen zij, dat zij geen echte kinderen van hem waren. Alleen degenen, die geestelijk in harmonie met hem zijn, worden als ware afstammeling gerekend.” —This Day with God, plz. 183.
“Paulus zegt: ‘Die uit het geloof zijn, zijn de kinderen van Abraham’ (Galaten 3:7). Maar het geloof van Abraham kwam tot uiting in zijn werken… De apostel Jakobus zegt: ‘Geloof: indien het niet met werken gepaard gaat, is het, op zichzelf genomen, dood’ (Jakobus 2:17). En Johannes, die zo veel over de liefde te zeggen heeft, deelt ons mee: ‘’Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren’ (1 Johannes 5:3).” —Patriarchen en Profeten, blz. 125.
B. Wat houden de ware Israëlieten van vandaag steeds in gedachten?
24Welke Hij ook geroepen heeft, namelijk ons, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen.
25Gelijk Hij ook in Hosea zegt: Ik zal hetgeen Mijn volk niet was, Mijn volk noemen, en die niet bemind was, Mijn beminde.
26En het zal zijn, in de plaats, waar tot hen gezegd was: Gijlieden zijt Mijn volk niet, aldaar zullen zij kinderen des levenden Gods genaamd worden.
27En Jesaja roept over Israel: Al ware het getal der kinderen Israels gelijk het zand der zee, zo zal het overblijfsel behouden worden.
28Want Hij voleindt een zaak en snijdt ze af in rechtvaardigheid; want de Heere zal een afgesneden zaak doen op de aarde.
29En gelijk Jesaja te voren gezegd heeft: Indien de Heere Sebaoth ons geen zaad had overgelaten, zo waren wij als Sodom geworden, en Gomorra gelijk gemaakt geweest.