Spring naar inhoud
Les 8SABBAT, 19 februari 2022

ONZE KANSEN KOESTEREN

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Wat zullen wij dan zeggen? Is er onrechtvaardigheid bij God? Dat zij verre”

Romeinen 9:14

“De voorwaarden om genade van God te verkrijgen zijn eenvoudig en redelijk. De Heere vereist niet iets pijnlijks van ons, opdat wij vergiffenis mogen ontvangen. We behoeven geen pelgrimstochten te maken, of pijnlijke boetedoeningen te verrichten om onze ziel aan te bevelen aan de God des hemels of voor onze overtredingen te boeten. ‘Wie zijn overtredingen … belijdt en nalaat … vindt ontferming’ (Spreuken 28:13).” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 403.

Aanvullende studie :: -Patriarchen en Profeten, blz. 175-177 -Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 100-102.
A. Beschrijf het verlangen, dat Paulus had naar de verlossing van zijn volk, en de redenering erachter.
auto_storiesRomeinen 9:1-5open_in_new
1Ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet (mijn geweten mij mede getuigenis gevende door den Heiligen Geest),
2Dat het mij een grote droefheid, en mijn hart een gedurige smart is.
3Want ik zou zelf wel wensen verbannen te zijn van Christus, voor mijn broederen, die mijn maagschap zijn naar het vlees;
4Welke Israelieten zijn, welker is de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving, en de dienst van God, en de beloftenissen;
5Welker zijn de vaders, en uit welke Christus is, zoveel het vlees aangaat, Dewelke is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid. Amen.
“Het was niet zo maar een verlangen, dat de apostel bezielde. Voortdurend smeekte hij God om te mogen arbeiden in het belang van de Israëlieten, die in gebreke waren gebleven om Jezus van Nazareth als de beloofde Messias te erkennen…
De Joden waren Gods uitverkoren volk, waardoor Hij Zich had voorgenomen het gehele mensengeslacht te zegenen. Uit hun midden had God vele profeten verwekt. Dezen hadden de komst voorzegd van een Verlosser, die verworpen en gedood zou worden door degenen, die Hem het eerst als de Beloofde hadden moeten erkennen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 275.
B. Wat had God altijd onder hen waargenomen, sinds het Hebreeuwse volk als een natie begon?
auto_storiesRomeinen 9:6-8open_in_new
6Doch ik zeg dit niet, alsof het woord Gods ware uitgevallen; want die zijn niet allen Israel, die uit Israel zijn.
7Noch omdat zij Abrahams zaad zijn, zijn zij allen kinderen; maar: In Izaak zal u het zaad genoemd worden.
8Dat is, niet de kinderen des vleses, die zijn kinderen Gods; maar de kinderen der beloftenis worden voor het zaad gerekend.