Tekst om te onthouden: “Wat zullen wij dan zeggen? Is er onrechtvaardigheid bij God? Dat zij verre”
Romeinen 9:14
“De voorwaarden om genade van God te verkrijgen zijn eenvoudig en redelijk. De Heere vereist niet iets pijnlijks van ons, opdat wij vergiffenis mogen ontvangen. We behoeven geen pelgrimstochten te maken, of pijnlijke boetedoeningen te verrichten om onze ziel aan te bevelen aan de God des hemels of voor onze overtredingen te boeten. ‘Wie zijn overtredingen … belijdt en nalaat … vindt ontferming’ (Spreuken 28:13).” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 403.
Aanvullende studie :: -Patriarchen en Profeten, blz. 175-177 -Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 100-102.
A. Beschrijf het verlangen, dat Paulus had naar de verlossing van zijn volk, en de redenering erachter.
Romeinen 9:1-5.
“Het was niet zo maar een verlangen, dat de apostel bezielde. Voortdurend smeekte hij God om te mogen arbeiden in het belang van de Israëlieten, die in gebreke waren gebleven om Jezus van Nazareth als de beloofde Messias te erkennen…
De Joden waren Gods uitverkoren volk, waardoor Hij Zich had voorgenomen het gehele mensengeslacht te zegenen. Uit hun midden had God vele profeten verwekt. Dezen hadden de komst voorzegd van een Verlosser, die verworpen en gedood zou worden door degenen, die Hem het eerst als de Beloofde hadden moeten erkennen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 275.
B. Wat had God altijd onder hen waargenomen, sinds het Hebreeuwse volk als een natie begon?
Romeinen 9:6-8.
A. Wat moeten wij leren van de boodschap van de Heer aan Rebekka over de toekomst van haar ongeboren tweeling?
Romeinen 9:10-12;
Genesis 25:22-23.
“Het was geen willekeur van Gods kant, waardoor Esau werd buitengesloten van de zegen der zaligheid. De gaven van Zijn genade door Christus zijn bestemd voor allen. Alleen door eigen keus kan men verloren gaan. God heeft in Zijn woord de voorwaarden bekend gemaakt aan de hand, waarvan iedere ziel uitverkoren wordt tot eeuwig leven, gehoorzaamheid aan Zijn geboden, door geloof in Christus. God heeft gesteld, dat het karakter in harmonie dient te zijn met Zijn wet, en iedereen, die aan deze maatstaf beantwoordt, zal ingaan in het rijk der heerlijkheid.” –Patriarchen en Profeten, blz. 176.
B. Wat was het verlangen van Esau, de eerstgeborene, en Jakob, de tweede zoon, met betrekking tot het eerstgeboorterecht?
Genesis 25:29-34;
Hebreeën 12:16-17.
“Esau, als de oudste, had recht op het eerstgeboorterecht. Maar Esau voelde niets voor toewijding; hij neigde niet naar een godsdienstig leven. De verplichtingen, die opgesloten lagen in het geestelijk geboorterecht, waren een onwelkome en zelfs hatelijke beperking in zijn oog. Gods wet, die de grondslag vormde van het verbond tussen God en Abraham, werd door Esau gezien als een juk van dienstbaarheid. Omdat hij geneigd was zijn eigen zin door te drijven, verlangde hij boven alles om vrij te zijn in zijn doen en laten. Voor hem betekenden macht en rijkdom, feestvieren en zwelgen pas geluk. Hij genoot van de onbeperkte vrijheid van zijn wilde, zwervende leven.” –Patriarchen en Profeten, blz. 150.
“Het was zijn eigen bewuste keuze, waardoor hij (Esau) gescheiden was van Gods volk. Jakob had de erfenis des geloofs gekozen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 177.
“Van zijn moeder had Jakob vernomen, dat het Gods bedoeling was hem het eerstgeboorterecht te geven, en hij was bezield met een onuitsprekelijk verlangen naar de voorrechten, die hiermee verbonden waren. Hij verlangde niet zozeer naar de rijkdommen van zijn vader; bovenal stelde hij prijs op het geestelijke geboorterecht. De omgang met God, zoals de godvruchtige Abraham die kende, het brengen van het zoenoffer aan God voor zijn gezin, de voorvader te zijn van het uitverkoren volk en van de beloofde Messias, en de onverderfelijke bezittingen te beërven, die in de zegen van het verbond waren begrepen, dit waren de voorrechten en eerbewijzen, die zijn vurigste verlangens wekten. Zijn gedachten waren altijd bezig met de toekomst en trachtten de ongeziene zegeningen te grijpen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 150.
A. Wat openbaart Gods gerechtigheid in het eren van Jakob?
Romeinen 9:13-14.
“Het was geen willekeur van Gods kant, waardoor Esau werd buitengesloten van de zegen der zaligheid. De gaven van Zijn genade door Christus zijn bestemd voor allen. Alleen door eigen keus kan men verloren gaan. God heeft in Zijn woord de voorwaarden bekend gemaakt aan de hand, waarvan iedere ziel uitverkoren wordt tot eeuwig leven, gehoorzaamheid aan Zijn geboden, door geloof in Christus. God heeft gesteld, dat het karakter in harmonie dient te zijn met Zijn wet, en iedereen, die aan deze maatstaf beantwoordt, zal ingaan in het rijk der heerlijkheid. Christus heeft Zelf gezegd: ‘Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien’ (Johannes 3:36). ‘Niet een ieder, die tot Mij zegt: Heere, Heere, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil Mijns Vaders, die in de hemelen is’ (Matthéüs 7:21). En in de Openbaring zegt Hij: ‘Zalig zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat zij recht mogen hebben op het geboomte des levens en door de poorten ingaan in de stad’ (Openbaring 22:14). Betreffende de uiteindelijke zaligheid van de mens is dit de enige vorm van uitverkiezing, die in het Woord van God naar voren komt.
Iedereen, die zijn eigen zaligheid wil bewerken onder vrees en beven, is uitverkoren. Hij, die uitverkoren is, zal de wapenrusting aandoen en de goede strijd des geloofs strijden. Wie uitverkoren is, zal waken in de gebeden, zal de Schrift onderzoeken en de verzoeking vlieden. Wie uitverkoren is, zal voortdurend geloven en gehoorzaam zijn aan alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat. De voorzieningen van verlossing zijn bedoeld voor iedereen; de gevolgen van de verlossing zijn voor hen, die aan de voorwaarden voldaan hebben.” —Patriarchen en Profeten, blz. 176-177.
B. Welk tijdloos principe onthulde God aan Mozes over Zijn mededogen?
Exodus 34:5-7;
Romeinen 9:15-16.
“Wij moeten God niet alleen maar zien als een rechter, die klaar staat om ons te veroordelen. Hij haat de zonde, maar uit liefde voor zondaars gaf Hij Zichzelf in de persoon van Christus, opdat iedereen gered zou kunnen worden en deel zou kunnen hebben aan de eeuwige zaligheid in het koninkrijk der heerlijkheid.
De Heer openbaart Zelf Zijn karakter, dat Satan zo kwaadaardig in een verkeerd daglicht heeft gesteld… (Zie Exodus 34:6-7).” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 514.
A. Hoe moeten allen het gevaar van Farao’s houding in acht nemen, toen Mozes hem het goddelijke bevel presenteerde om Israël uit de slavernij te bevrijden?
Romeinen 9:17;
Exodus 5:1-2.
B. Waarom werd Farao’s hart steeds harder, en hoe is dit een waarschuwing voor iedereen?
Exodus 7:3-4;
Hebreeën 4:7.
“God vernietigt geen mens. Wie vernietigd wordt, heeft dat aan zichzelf te wijten. Iedereen, die de stem van het geweten het zwijgen oplegt, zaait het zaad van ongeloof, en dit zal absoluut een oogst voortbrengen. Toen Farao de eerste waarschuwing van God verwierp, zaaide hij het zaad van koppigheid, en hij oogstte koppigheid. God dwong hem niet om ongelovig te zijn. Het zaad van ongeloof, dat hij zaaide, bracht een soortgelijke oogst voort. Op deze wijze duurde zijn weerstand voort, tot hij tenslotte uitzag over zijn verwoeste land, naar het koude, dode lichaam van zijn eerstgeborene, maar de dode eerstgeborenen van heel zijn huis, van alle gezinnen in zijn rijk, tot eindelijk de wateren van de zee zich sloten boven zijn paarden, wagens en ruiters. Zijn geschiedenis is een vreeswekkend voorbeeld van de waarheid: ‘Wat een mens zaait, zal hij ook oogsten’ (Galaten 6:7). Als de mensen dit zouden beseffen, zouden zij beter acht slaan op, wat zij zaaien.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 48.
“Er was geen uitoefening van bovennatuurlijke macht om het hart van de koning te verharden. God gaf Farao de duidelijkste blijken van goddelijke macht, maar de vorst weigerde hardnekkig acht te slaan op het licht. Elk vertoon van oneindige macht, door hem verworpen, maakte hem slechts vastbeslotener in zijn opstand. Het zaad van de opstand, dat hij zaaide, toen hij het eerste wonder verwierp, droeg vrucht. Toen hij zijn eigen weg bleef volgen en steeds hardnekkiger werd, werd zijn hart steeds harder, tot hij eindelijk neerzag op de koude, dode gezichten van de eerstgeborenen.” —Patriarchen en Profeten, blz. 234.
“Hetzelfde wat zich voltrok in het hart van Farao, zal in elk hart plaatsvinden, dat nalaat het licht te koesteren en stipt in haar stralen te wandelen. God vernietigt niemand. De zondaar vernietigt zichzelf door zijn eigen onboetvaardigheid. Wanneer iemand eenmaal heeft nagelaten om gehoor te geven aan de uitnodigingen, de berispingen en de waarschuwingen van de Geest van God, verhardt zijn geweten, en de volgende keer, dat hij wordt gewaarschuwd, is het moeilijker om te gehoorzamen dan voorheen. Zo gaat het bij elke herhaling.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 101.
A. Hoe maakt de Inspiratie de plechtige werkelijkheid duidelijk, die iedere sterveling het hoofd moet bieden?
Romeinen 9:18-20.
“Nu is het uw tijd om voorbereiding en gereedheid te zoeken voor de vreselijke beproeving, die voor ons ligt, die heiligheid zonder welke niemand God zal zien. Laat niemand zeggen: Mijn weg is verborgen voor de Heer; God neemt geen kennis van mijn wegen. Nu is het misschien nog niet te laat. Nu kunt u misschien berouw hebben. Maar zelfs als er vergeving achter uw namen is geschreven, zult u verschrikkelijke verliezen lijden; want de littekens, die u op uw ziel hebt gemaakt, zullen blijven.
O, hoe kan iemand, die het licht van de waarheid heeft, het grote licht, dat hem van God is gegeven, de toorn en oordelen van God trotseren door tegen Hem te zondigen en precies te doen, wat God hun in Zijn woord heeft gezegd niet te doen? Hoe kunnen zij zo verblind zijn door Satan, dat zij God in Zijn aangezicht onteren en hun ziel verontreinigen door willens en wetens te zondigen? De apostel zegt: ‘Wij zijn tot een schouwspel gemaakt voor de wereld, en voor engelen en voor de mensen’. Zullen deze zondaars, zal ik hen huichelaars noemen, in Sion navragen: Op welke manier ben ik een schouwspel voor de wereld, voor engelen en voor mensen? Antwoord voor uzelf: Door mijn misbruik van het licht en de voorrechten en barmhartigheden, die God mij heeft gegeven, door onbetamelijke daden, die de ziel verderven en verontreinigen. Belijden God te kennen, zet ik Hem uit mijn gedachten en stel een afgod in de plaats? Breng ik andere geesten ertoe om zonde lichtvaardig te beschouwen door mijn voorbeeld?” –Testimonies to Ministers, blz. 447.
B. Welk beeld moet altijd levendig in onze geest blijven?
Romeinen 9:21-23.
1. Hoe weten wij, dat bloedafstamming geen garantie biedt voor verlossing?
2. Waarom vond Jakob meer gunst in Gods ogen dan Esau?
3. Wat leren de ervaringen van Jakob en Mozes mij over God?
4. Hoe kan ik de stapsgewijze geestelijke zelfmoord vermijden, die Farao koos?
5. Hoe beïnvloeden de keuzes, die ik nu maak, mijn eeuwige bestemming?