Spring naar inhoud
SABBAT BIJBEL LESSEN — april – juni 2020

Zwerftochten door de Woestijn, deel 2

Voorwoord

“Het is de bedoeling van God, dat Zijn volk in deze tijd met een nederig hart en een bereidwillige geest de beproevingen nagaat, die het oude Israël moest ondergaan, opdat ze weten, hoe ze zich moeten voorbereiden op het hemels Kanaän.” –Patriarchen en Profeten, blz. 256.

Als we doorgaan met de tweede van de tweedelige serie over de “Zwerftochten door de Woestijn“, zullen we de belangrijke gebeurtenissen bestuderen, die plaats vonden vanaf het verbond te Sinaï tot de dood van Mozes, met behulp van de boeken Numeri en Deuteronomium. “Het boek Deuteronomium moet zorgvuldig bestudeerd worden door degenen, die nu op de aarde leven.” –Bijbelkommentaar, blz. 62.

“De geschiedenis van het oude Israël is een treffend voorbeeld van de ervaringen, die de adventisten in het verleden hebben meegemaakt. God leidde Zijn volk in de Advent beweging, zoals Hij de Israëlieten uit Egypte leidde. Hun geloof werd door de grote teleurstelling op de proef gesteld. Dat was ook het geval met de Hebreeën aan de Rode Zee. Als zij waren blijven vertrouwen in de hand, die hen in het verleden had geleid, zouden zij het heil van God hebben gezien. Als allen, die eensgezind hadden samengewerkt in 1844 de boodschap van de derde engel hadden aangenomen en haar hadden verkondigd in de kracht van de Heilige Geest, zou God hun inspanningen hebben gesteund. Een stroom van licht zou over de wereld hebben geschenen. De bewoners van de aarde zouden al jaren geleden zijn gewaarschuwd, het afsluitingswerk zou al achter de rug zijn geweest en Christus zou al terug zijn gekomen om Zijn volk te verlossen.

Het was niet Gods bedoeling, dat de Israëlieten veertig jaar in de woestijn zouden rondzwerven. Hij wilde hen rechtstreeks naar het land Kanaän brengen en hen daar als een heilig en gelukkig volk laten leven. Maar ‘zij konden niet ingaan wegens hun ongeloof’ (Hebreeën 3:19). Door hun onverschilligheid en afvalligheid zijn ze in de woestijn omgekomen, terwijl anderen het beloofde land mochten binnengaan. Het was ook niet Gods bedoeling, dat de wederkomst van Christus zó lang zou worden vertraagd en dat Zijn volk nog zoveel jaren in deze wereld van zonde en leed zou blijven. Maar hun ongeloof maakte scheiding tussen hen en God.” –De Grote Strijd, blz. 424-425.

Moge God ons helpen om vast te houden aan Jezus als onze persoonlijke Verlosser, en deze ernstige zonde van ongeloof tos te laten. Mogen wij vertrouwen op de hand, die ons geleid heeft in het verleden en voorwaarts gaan om de derde engelboodschap krachtig te brengen. Als we het werk niet doen, dat God ons heeft aangewezen, zullen anderen worden opgewekt om onze plaats in te nemen.

De Sabbatschool Afdeling van de Generale Conferentie