Spring naar inhoud
Les 9Sabbat, 30 mei 2020

De geslagen Rots

Tekst om te onthouden

“Derhalve zeide de Heere tot Mozes en tot Aäron: Omdat gij Mij niet geloofd hebt, dat gij Mij heiligdet voor de ogen der kinderen van Israël, daarom zult gij deze gemeente niet inbrengen in het land, dat Ik hun gegeven heb”

Numeri 20:12

“Om voor altijd bij de Israëlieten de gedachte weg te nemen, dat ze door een mens waren geleid, vond God het nodig, dat hun leider stierf, eer ze het land Kanaän konden binnengaan.” –Bijbelkommentaar, blz. 60.

Aanvullende studie:: -Patriarchen en Profeten, blz. 374-382.
A. Hoe werden de Israëlieten van water voorzien tijdens hun woestijnzwerftochten?
auto_storiesPsalmen 105:41open_in_new
41Hij opende een steenrots, en er vloeiden wateren uit, die gingen door de dorre plaatsen als een rivier.
auto_storiesJesaja 48:21open_in_new
21En: Zij hadden geen dorst, toen Hij hen leidde door de woeste plaatsen; Hij deed hun water uit den rotssteen vlieten; als Hij den rotssteen kliefde, zo vloeiden de wateren daarhenen.
“Uit de geslagen rotssteen te Horeb stroomde het eerste levende water, waarmee Israël in de woestijn zijn dorst leste. Tijdens al hun omzwervingen kregen ze door een wonder van goddelijke barmhartigheid water, als ze dit nodig hadden. Het water stroomde hen echter niet van Horeb af achterna. Wanneer ze tijdens hun reizen water nodig hadden, stroomde het uit de kloven in de rotsen bij hun legerplaats.” –Patriarchen en Profeten, blz. 374.
B. Wie was de bron van al hun tijdelijke en ook hun geestelijke zegeningen?
auto_stories1 Korinthe 10:4open_in_new
4En allen denzelfden geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus.
“Hij (Christus) is de bron van alle macht, de gever van alle tijdelijke en geestelijke zegeningen. Hij gebruikt menselijke wezens als medewerkers, en geeft hun een deel om met Hem te handelen, als Zijn helpende hand. Wij moeten van Hem ontvangen, niet hamsteren voor eigen genoegen, maar om aan anderen uit te delen.” –The Review and Herald, 4 april 1907.