Les 11 — Sabbat, 13 juni 2020
Overwinning op Sihon en Og
Tekst om te onthouden
“Wentel uw weg op de Heere, en vertrouw op Hem; Hij zal het maken”
Psalm 37:5
“Het rustig vertrouwen van hun leider schonk het volk vertrouwen in God. Ze lieten alles over aan Zijn almacht, en Hij liet hen niet in de steek. Geen machtige reuzen of ommuurde steden, gewapende scharen of rots vestingen konden weerstand bieden aan de Vorst van het heer des Heren.” –Patriarchen en Profeten, blz. 396.
Aanvullende studie:: -Patriarchen en Profeten, blz. 393-397.
A. Welke aanwijzingen ontvingen de Israëlieten met betrekking tot de Moabieten en de Ammonieten?
9Toen sprak de HEERE tot mij: Beangstig Moab niet, en meng u niet met hen in den strijd; want Ik zal u geen erfenis van hun land geven, dewijl Ik aan Lots kinderen Ar ter erfenis gegeven heb.
B. Toen Israël het land van de Amorieten bereikte, welke boodschap zond Mozes naar hun koning Sihon, en wat was zijn antwoord?
26Toen zond ik boden uit de woestijn Kedemot tot Sihon, den koning van Hesbon, met woorden van vrede, zeggende:
27Laat mij door uw land doortrekken; ik zal alleenlijk langs den weg voorttrekken; ik zal noch ter rechterhand noch ter linkerhand uitwijken.
28Verkoop mij spijze voor geld, dat ik ete, en geef mij water voor geld, dat ik drinke; alleenlijk laat mij op mijn voeten doortrekken;
29Gelijk de kinderen van Ezau, die in Seir wonen, en de Moabieten, die in Ar wonen, mij gedaan hebben; totdat ik over de Jordaan kome in het land, dat de HEERE, onze God, ons geven zal.
30Maar Sihon, de koning van Hesbon, wilde ons door hetzelve niet laten doortrekken; want de HEERE,, uw God, verhardde zijn geest, en verstokte zijn hart, opdat Hij hem in uw hand gave, gelijk het is te dezen dage.
21Toen zond Israel boden tot Sihon, den koning der Amorieten, zeggende:
22Laat mij door uw land trekken. Wij zullen niet afwijken in de akkers, noch in de wijngaarden; wij zullen het water der putten niet drinken; wij zullen op den koninklijken weg gaan, totdat wij uw landpale doorgetogen zijn.
23Doch Sihon liet Israel niet toe, door zijn landpale te trekken; maar Sihon vergaderde al zijn volk, en hij ging uit, Israel tegemoet, naar de woestijn, en hij kwam te Jahza, en streed tegen Israel;
“Hij ontving een besliste weigering, en heel het leger der Amorieten werd opgeroepen om de opmars der invallers tot stand te brengen. Dit geduchte leger joeg de Israëlieten angst aan, want ze waren slecht voorbereid op een ontmoeting met goed gewapende en bedreven troepen. Wat betreft ervaring in het oorlogvoeren hadden hun vijanden een voorsprong. Van menselijk standpunt uit bezien zou het spoedig met Israël gedaan zijn.
Maar Mozes hield zijn blik op de wolkkolom, en bemoedigde het volk met de gedachte, dat het teken van Gods tegenwoordigheid nog steeds bij hen was. Terzelfdertijd beval hij om alles te doen, wat menselijke inspanning vermocht om zich op de strijd voor te bereiden. Hun vijanden verlangden naar het begin van de slag, verzekerd dat ze de ongeoefende Israëlieten uit het land zouden verdrijven.” –Patriarchen en Profeten, blz. 393-394.