Les 8 — Sabbat, 21 februari 2026
Gods plan van herstel
Tekst om te onthouden
Tekst om te onthouden: “O Mijn volk, wat heb Ik u gedaan; en waarmee heb Ik u vermoeid? Betuig tegen Mij. Immers heb Ik u uit Egypteland opgevoerd, en u uit het diensthuis verlost” (Micha 6:3-4, eerste deel).
Micha 6:3-4
“Geen aardse ouder heeft ooit zo ernstig gepleit voor een dwalend kind als Hij, die ons geschapen heeft, pleit voor de overtreder.” –Testimonies for the Church, vol. 8, blz. 275.
Aanvullende studie:: –De Grote Strijd, blz. 240-251.
A. Wat voor dingen gebeurde er in Juda, toen Achaz de troon besteeg?
2Twintig jaren was Achaz oud, toen hij koning werd, en hij regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en hij deed niet dat recht was in de ogen des HEEREN zijns Gods, als zijn vader David.
3Want hij wandelde in den weg der koningen van Israel; ja, hij deed ook zijn zoon door het vuur gaan, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor de kinderen Israels verdreven had.
4Hij offerde ook en rookte op de hoogten en op de heuvelen, ook onder alle groen geboomte.
“De troonsbestijging van Achaz bracht Jesaja en zijn medeprofeten oog in oog met toestanden, die meer verbijsterden dan ooit eerder in het rijk van Juda het geval was geweest. Velen, die voorheen aan de verleidende invloed van afgodische gebruiken weerstand hadden geboden, werden nu overgehaald om deel te nemen aan de aanbidding van heidense goden. De vorsten in Israël bleken ontrouw aan het vertrouwen, dat in hen was gesteld; valse profeten kwamen met boodschappen om te verleiden, zelfs enkele priesters onderwezen voor geld. Toch hielden de leiders van de afval vast aan een vorm van aanbidding van God en beweerden, dat ze gerekend werden tot Gods volk.” –Profeten en Koningen, blz. 199.
B. Hoe reageerde God op deze gruwelen?
30Want de kinderen van Juda hebben gedaan, dat kwaad is in Mijn ogen, spreekt de HEERE; zij hebben hun verfoeiselen gesteld in het huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, om dat te verontreinigen.
31En zij hebben gebouwd de hoogten van Tofeth, dat in het dal des zoons van Hinnom is, om hun zonen en hun dochteren met vuur te verbranden; hetwelk Ik niet heb geboden, noch in Mijn hart is opgekomen.
32Daarom ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat het niet meer zal geheten worden Tofeth, noch dal des zoons van Hinnom, maar moorddal; en zij zullen ze in Tofeth begraven, omdat er geen plaats zal zijn.
33En de dode lichamen dezes volks zullen het gevogelte des hemels, en het gedierte der aarde tot spijze zijn, en niemand zal ze afschrikken.
34En Ik zal uit de steden van Juda en uit de straten van Jeruzalem doen ophouden de stem der vrolijkheid en de stem der vreugde, de stem des bruidegoms en de stem der bruid; want het land zal tot een verwoesting worden.
“Door een misvormde voorstelling van goddelijke eigenschappen werden heidense volken ertoe gebracht te geloven, dat mensenoffers noodzakelijk waren om de gunst der goden te verkrijgen; en de ergste wreedheden zijn begaan onder de verschillende vormen van afgoderij. Een van deze gebruiken was, dat de kinderen ten aanschouwen van de afgoden door het vuur moesten gaan… In tijden van afval bestond dit gebruik ook in Israël.” –Patriarchen en Profeten, blz. 302-303.