Spring naar inhoud
Les 7Sabbat, 14 februari 2026

Kracht in berouw

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Toen mijn ziel in mij overstelpt was, dacht ik aan de HEERE, en mijn gebed kwam tot U in de tempel uwer heiligheid” (Jona 2:7).

Jona 2:7

“Het plechtige getuigenis, waar het lot van de kerk van afhangt, is licht geacht geworden, indien niet geheel veronachtzaamd. Dit getuigenis moet diep berouw werken; allen die het waarlijk aannemen, zullen er gehoorzaam aan zijn, en gelouterd worden.” –Eerste Geschriften, blz. 325.

Aanvullende studie:: –Eerste Geschriften, blz. 324-328
A. Wat doet God, omdat er zoveel kwaad met goed vermengd is?
auto_storiesAmos 9:9open_in_new
9Want ziet, Ik geef bevel, en Ik zal het huis Israels onder al de heidenen schudden, gelijk als zaad geschud wordt in een zeef; en niet een steentje zal er ter aarde vallen.
“Ik vroeg de betekenis van de schudding, die ik gezien had, en mij werd getoond, dat die veroorzaakt zou worden door het rondborstige getuigenis, dat uitgelokt wordt door de raad van de Waarachtige Getuige, aan de Laodicensen gegeven. Dit zal zijn uitwerking hebben op het hart van degene, die het aanneemt, en zal er hem toe brengen om de standaard omhoog te heffen, en de naakte waarheid te spreken. Sommigen zullen dit directe getuigenis niet kunnen verdragen. Zij zullen er zich tegen verzetten, en dit zal een schudding onder Gods volk veroorzaken.” – Eerste Geschriften, blz. 325.
“Onder Gods belijdend volk zijn verdorven harten; maar zij zullen getoetst en beproefd worden. God, die het hart van een ieder leest, zal verborgen dingen aan het licht brengen, waar ze het minst verwacht worden, opdat struikelblokken, die een hinderpaal geweest zijn voor de vooruitgang der waarheid, opgeruimd worden, en God een rein en heilig volk zal hebben om Zijn inzettingen en oordelen te verkondigen.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 110.
“God zift Zijn volk. Hij zal een reine en heilige gemeente hebben. Wij kunnen het hart van de mens niet lezen. Maar de Heer heeft middelen verschaft om de gemeente zuiver te houden. Er is een verdorven volk ontstaan, dat niet met Gods volk kon leven. Zij verachtten bestraffing en wilden zich niet laten corrigeren. Ze hadden de gelegenheid om te beseffen dat hun strijd onrechtvaardig was. Ze hadden de tijd om berouw te hebben van hun fouten; maar hun eigen ik was te dierbaar om te sterven.’ –Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 99.