Spring naar inhoud
chevron_left Vorige les
slideshow print
Volgende les chevron_right
Les 3SABBAT, 18 oktober 2025

Jezus voor Pilatus

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: "Pilatus zeide tot Hem (Jezus): Wat is waarheid? En toen hij dit gezegd had, ging hij weer uit tot de Joden, en zeide tot hen: Ik vind geen schuld in Hem"

Johannes 18:38

“Pilatus keek naar de mannen, die Jezus bewaakten, en toen bleef zijn blik onderzoekend op Jezus rusten… Hij zag een man met een kalme, waardige houding, wiens gelaat niet de kenmerken droeg van een misdadiger, maar het stempel des hemels.” – De Wens der Eeuwen, p. 631.

Aanvullende studie:: De Wens der Eeuwen, p. 631-648
A. Waar brachten de Joden Jezus vervolgens naartoe?
Markus 15:1
1En terstond, des morgens vroeg, hielden de overpriesters te zamen raad, met de ouderlingen en Schriftgeleerden, en den gehelen raad, en Jezus gebonden hebbende, brachten zij Hem heen, en gaven Hem aan Pilatus over.
Johannes 18:28
28Zij dan leidden Jezus van Kajafas in het rechthuis. En het was 's morgens vroeg; en zij gingen niet in het rechthuis, opdat zij niet verontreinigd zouden worden, maar opdat zij het pascha eten mochten.
“In het gerechtsgebouw van Pilatus, de Romeinse stadhouder, staat Christus, gebonden als een gevangene. Rond Hem staat de wacht van soldaten, en de hal vult zich met toeschouwers. Buiten de ingang bevinden zich de rechters van het Sanhedrin, priesters, oversten, oudsten en de menigte.
Nadat Jezus was veroordeeld, was de raad van het Sanhedrin naar Pilatus gekomen om het vonnis te zien bevestigd en uitgevoerd.” –
B. Leg de hypocrisie van de Joodse leiders uit.
Johannes 18:28
28Zij dan leidden Jezus van Kajafas in het rechthuis. En het was 's morgens vroeg; en zij gingen niet in het rechthuis, opdat zij niet verontreinigd zouden worden, maar opdat zij het pascha eten mochten.
“Maar deze Joodse ambtsdragers wilden het Romeinse gerechtsgebouw niet binnengaan. Volgens hun ceremoniële wet zouden zij daardoor worden verontreinigd, en zo verhinderd zijn aan het feest van het Pascha deel te nemen. In hun verblinding zagen zij niet, dat moordzuchtige haat hun harten had verontreinigd. Zij zagen niet, dat Christus het ware Paaslam was, en aangezien zij Hem hadden verworpen, had het grote feest voor hen zijn betekenis verloren.” –