Les 11 — SABBAT, 13 december 2025
De Grote Opdracht
Tekst om te onthouden
Tekst om te onthouden: “Gaat dan heen, onderwijst al de volken, hen dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons en des Heiligen Geestes, lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb. En ziet, Ik ben met u al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen”
Mattheüs 28:19–20
“De evangelieboodschap is de grote zendingsoorkonde van Christus' koninkrijk. De discipelen moesten met toewijding arbeiden om zielen te winnen, aan allen de uitnodiging van genade brengend. Zij moesten niet wachten tot het volk naar hen toekwam; zij moesten zelf met hun boodschap naar de mensen gaan.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 20–21.
Aanvullende studie:: Testimonies for the Church, vol. 6, blz. 124-125;; 294-298.
A. Waar gingen de discipelen heen in antwoord op Christus’ uitnodiging? Hoeveel mensen waren er bij deze bijeenkomst?
10Toen zeide Jezus tot haar: Vreest niet; gaat henen, boodschapt Mijn broederen, dat zij heengaan naar Galilea, en aldaar zullen zij Mij zien.
16En de elf discipelen zijn heengegaan naar Galilea, naar den berg, waar Jezus hen bescheiden had.
6Daarna is Hij gezien van meer dan vijfhonderd broeders op eenmaal, van welken het meren deel nog over is, en sommigen ook zijn ontslapen.
“De opdracht was aan de twaalven gegeven, toen Christus met hen in de opperzaal samenkwam; maar nu werd hij aan een groter aantal gegeven. Bij de samenkomst op een berg in Galilea waren alle gelovigen, die bijeengeroepen konden worden, vergaderd…
Op de aangewezen tijd hadden ongeveer vijfhonderd gelovigen zich in kleine groepjes op de berghelling verzameld, vol verlangen om al het mogelijke te vernemen van degenen, die Christus gezien hadden sinds Zijn opstanding. De discipelen gingen van groep tot groep, en vertelden alles wat zij van Jezus hadden gehoord en gezien, uitgaande van de Schriften, zoals Hij dat voor hen had gedaan. Thomas vertelde het verhaal van zijn ongeloof, en zei, hoe zijn twijfelingen waren weggevaagd. Plotseling stond Jezus onder hen. Niemand kon zeggen, vanwaar en hoe Hij was gekomen. Velen van de aanwezigen hadden Hem nooit tevoren gezien; maar in Zijn handen en voeten zagen zij de tekenen van de kruisiging; Zijn gelaat was als het aangezicht Gods, en toen zij Hem zagen, aanbaden ze Hem.” –