Les 2 — Sabbat, 12 JULI 2025
De Triomfantelijke Intocht
Tekst om te onthouden
TEKST OM TE ONTHOUDEN: “Zegt de dochter Sions: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen, zijnde een jong van een jukdragende ezelin
Mattheüs 21:5
“Christus was gekomen om Jeruzalem en zijn kinderen te redden; maar farizeïsche trots, huichelarij, naijver en kwaadwilligheid hadden Hem verhinderd Zijn bedoeling uit te voeren.” – De Wens der Eeuwen, p. 500-501.
Aanvullende studie:: De Wens der Eeuwen, p. 494-502
A. Toen Jezus en Zijn discipelen Jeruzalem naderden, met welke instructies stuurde Hij er twee van hen vooruit?
1En als zij nu Jeruzalem genaakten, en gekomen waren te Beth-fage, aan de Olijfberg, toen zond Jezus twee discipelen, zeggende tot hen:
2Gaat heen in het vlek, dat tegen u over ligt, en gij zult terstond een ezelin gebonden vinden, en een veulen met haar; ontbindt ze, en brengt ze tot Mij.
3En indien u iemand iets zegt, zo zult gij zeggen, dat de Heere deze van node heeft, en hij zal ze terstond zenden.
4Dit alles nu is geschied, opdat vervuld worde, hetgeen gesproken is door den profeet, zeggende:
5Zegt der dochter Sions: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen, zijnde een jong ener jukdragende ezelin.
“ Hij (Jezus) had twee van Zijn discipelen uitgezonden om Hem een ezelin en haar hengstveulen te brengen. De Heiland was bij Zijn geboorte afhankelijk van de gastvrijheid van vreemdelingen. De stal, waarin Hij lag, was een geleende rustplaats. En hoewel de beesten op duizend bergen van Hem zijn, is Hij nu afhankelijk van de vriendelijkheid van een vreemde om een dier te verkrijgen, waarop Hij, als Koning van de stad, Jeruzalem kan binnenrijden.” –
B. Beschrijf de reactie van de discipelen.
6En de discipelen heengegaan zijnde, en gedaan hebbende, gelijk Jezus hun bevolen had,
7Brachten de ezelin en het veulen, en legden hun klederen op dezelve, en zetten Hem daarop.
“Met blijde geestdrift spreidden de discipelen hun mantels over het dier en deden hun Meester daarop plaatsnemen. Tot op dat ogenblik had Jezus altijd te voet gereisd, en de discipelen hadden zich aanvankelijk verwonderd afgevraagd, waarom Hij nu zou verkiezen te rij-den. Maar in hun harten herleefde de hoop met de vreugdevolle gedachte, dat Hij op het punt stond de hoofdstad binnen te gaan, Zich-zelf tot Koning uit te roepen, en Zijn koninklijke macht te bevestigen.” –