LES 8 — SABBAT, 24 MEI 2025
Jezus en Abraham
Tekst om te onthouden
Tekst om te onthouden: “Abraham, uw vader, heeft met verheuging verlangd, opdat hij Mijn dag zien zou, en hij heeft hem gezien, en is verblijd geweest”
Johannes 8:56
“Hij (Abraham) zond een vurig gebed op, om voor zijn dood de Messias te mogen zien. En hij heeft Christus gezien.” –De Wens der Eeuwen, blz. 407-408.
Aanvullende studie:: -Lessen uit het Leven van Alledag 160-162;; 199-202. -Eerste Geschriften, blz. 172-177.
A. Welke bewering herhaalden de Farizeeën voortdurend? Maar wat bewijst zo'n band?
33Zij antwoordden Hem: Wij zijn Abrahams zaad, en hebben nooit iemand gediend; hoe zegt Gij dan: Gij zult vrij worden?
Bijbeltekst niet gevonden: John.8.39.a
Bijbeltekst niet gevonden: John.8.39.b
56Abraham, uw vader, heeft met verheuging verlangd, opdat hij Mijn dag zien zou; en hij heeft hem gezien, en is verblijd geweest.
6Doch ik zeg dit niet, alsof het woord Gods ware uitgevallen; want die zijn niet allen Israel, die uit Israel zijn.
7Noch omdat zij Abrahams zaad zijn, zijn zij allen kinderen; maar: In Izaak zal u het zaad genoemd worden.
8Dat is, niet de kinderen des vleses, die zijn kinderen Gods; maar de kinderen der beloftenis worden voor het zaad gerekend.
“De Farizeeën hadden verklaard, dat zij de kinderen van Abraham waren. Jezus zei hun, dat deze aanspraak alleen bevestigd kon worden door de werken van Abraham te doen. De ware kinderen van Abraham zouden, evenals Hij deed, een leven leiden van gehoorzaamheid aan God. Zij zouden niet trachten Iemand te doden, Die de waarheid, welke Hem van God gegeven was, verkondigde. Door tegen Christus samen te zweren, deden de rabbi’s niet de werken van Abraham. Een louter natuurlijke afstamming van Abraham was waardeloos. Zonder geestelijke verwantschap met hem, die geopenbaard zou worden door het bezit van dezelfde geest en door het doen van dezelfde werken, waren zij niet zijn kinderen.
Dit beginsel is evenzeer van kracht met betrekking tot een vraag, die de christelijke wereld lang heeft beziggehouden, de vraag van de apostolische opvolging. Afstamming van Abraham werd niet bewezen door naam of afkomst, maar door gelijkheid in karakter. Zo berust ook de apostolische opvolging niet op het overdragen van het kerkelijke gezag, maar op een geestelijke verwantschap. Een leven, dat gedreven wordt door de geest van de apostelen, door het geloof en het onderwijs in de waarheid, zoals zij die leerden, dit is het ware bewijs van apostolische opvolging. Dit maakt de mensen tot opvolgers van de eerste evangeliepredikers.” –De Wens der Eeuwen, blz. 405-406.