Tekst om te onthouden: “Abraham, uw vader, heeft met verheuging verlangd, opdat hij Mijn dag zien zou, en hij heeft hem gezien, en is verblijd geweest”
Johannes 8:56
“Hij (Abraham) zond een vurig gebed op, om voor zijn dood de Messias te mogen zien. En hij heeft Christus gezien.” –De Wens der Eeuwen, blz. 407-408.
Aanvullende studie:: -Lessen uit het Leven van Alledag 160-162;; 199-202. -Eerste Geschriften, blz. 172-177.
A. Welke bewering herhaalden de Farizeeën voortdurend?
Johannes 8:33,
Johannes 8:39 (eerste deel).
Maar wat bewijst zo'n band?
Johannes 8:39 (laatste deel),
Johannes 8:56;
Romeinen 9:6-8.
“De Farizeeën hadden verklaard, dat zij de kinderen van Abraham waren. Jezus zei hun, dat deze aanspraak alleen bevestigd kon worden door de werken van Abraham te doen. De ware kinderen van Abraham zouden, evenals Hij deed, een leven leiden van gehoorzaamheid aan God. Zij zouden niet trachten Iemand te doden, Die de waarheid, welke Hem van God gegeven was, verkondigde. Door tegen Christus samen te zweren, deden de rabbi’s niet de werken van Abraham. Een louter natuurlijke afstamming van Abraham was waardeloos. Zonder geestelijke verwantschap met hem, die geopenbaard zou worden door het bezit van dezelfde geest en door het doen van dezelfde werken, waren zij niet zijn kinderen.
Dit beginsel is evenzeer van kracht met betrekking tot een vraag, die de christelijke wereld lang heeft beziggehouden, de vraag van de apostolische opvolging. Afstamming van Abraham werd niet bewezen door naam of afkomst, maar door gelijkheid in karakter. Zo berust ook de apostolische opvolging niet op het overdragen van het kerkelijke gezag, maar op een geestelijke verwantschap. Een leven, dat gedreven wordt door de geest van de apostelen, door het geloof en het onderwijs in de waarheid, zoals zij die leerden, dit is het ware bewijs van apostolische opvolging. Dit maakt de mensen tot opvolgers van de eerste evangeliepredikers.” –De Wens der Eeuwen, blz. 405-406.
A. Hoewel de Joden natuurlijke afstammelingen van Abraham waren, wiens zonen werden ze in feite, toen ze Christus verwierpen?
Johannes 8:41-44.
“Jezus ontkende, dat de Joden de kinderen van Abraham waren. Hij zei: “Gij doet de werken van uw vader”. Spottend antwoordden zij: 'Wij zijn niet geboren uit hoererij; wij hebben één Vader, namelijk God.' (Johannes 8:41). Deze woorden, die een toespeling maakten op de omstandigheden van Zijn geboorte, waren bedoeld als een aanval tegen Jezus in tegenwoordigheid van hen, die in Hem begonnen te geloven. Jezus sloeg geen acht op de lage verdachtmaking, maar Hij zei: ‘Indien God uw Vader was, zoudt gij Mij liefhebben, want Ik ben van God uitgegaan en gekomen’ (Johannes 8:42).
Hun werken getuigden van hun relatie met hem, die een leugenaar en een moordenaar was. ‘Gij zijt uit uw vader de duivel,’ zei Jezus, ‘en de begeerten van uw vader wilt gij doen. Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid… ‘Omdat Ik de waarheid spreek, gelooft u Mij niet.’ Johannes 8:44-45. Het feit, dat Jezus de waarheid sprak, en dit deed met zekerheid, was de reden, waarom Hij niet werd aangenomen door de Joodse leiders. Het was de waarheid, die deze eigengerechtige mensen kwetste. De waarheid stelde de bedrieglijkheid van de dwaling aan de kaak; ze veroordeelde hun leer en leven, en was niet welkom. Zij wilden liever hun ogen sluiten voor de waarheid dan zich vernederen te bekennen, dat zij gedwaald hadden. Zij hadden de waarheid biet lief. Zij verlangden haar niet, hoewel het de waarheid was.” –De Wens der Eeuwen, blz. 406.
B. Wat maakt ons kinderen van Abraham, en hoe lieten de Joodse leiders zien, dat zij geen echte kinderen van Abraham waren?
Galaten 3:6-9;
Johannes 8:40.
“’Want gij hebt niet ontvangen de Geest der dienstbaarheid weer tot vreze, maar gij hebt ontvangen de Geest der aanneming tot kinderen, door Wie wij roepen: Abba, Vader’ (Romeinen 8:15). “De geest van slavernij wordt veroorzaakt door een poging om in overeenstemming te leven met een wettische godsdienst, door te pogen om op eigen kracht de eisen van de wet te vervullen. “Er is alleen hoop voor ons, als wij onder het Abrahamitische verbond leven, het genadeverbond door geloof in Christus. Het evangelie, dat aan Abraham werd gepredikt, waardoor hij hoop had, was hetzelfde evangelie, dat nu aan ons wordt verkondigd, waardoor wij hoop hebben. Abraham zag op naar Jezus, die ook de Leidsman en Voleinder van ons geloof is.” –Bijbelkommentaar, blz. 473.
a. Welke vraag konden de vijanden van Jezus niet beantwoorden met betrekking tot Zijn onbesmette karakter?
Johannes 8:46 (eerste deel).
“In Zijn leven op aarde ontwikkelde Christus een volmaakt karakter, Hij gaf volmaakte gehoorzaamheid aan de geboden van Zijn Vader. Door in menselijke vorm naar de wereld te komen, door onderworpen te worden aan de wet, door aan mensen te tonen, dat Hij hun ziekte, hun verdriet, hun schuld droeg, werd Hij geen zondaar. Voor de Farizeeën kon Hij zeggen: ‘Wie van u overtuigt Mij van zonde? Er werd geen enkele smet van zonde op Hem gevonden. Hij stond voor de wereld als het onbevlekte Lam van God.” –Sons and Daughters of God, blz. 25.
“Jezus leefde de wet uit ten aanschouwen van de hemel, ten aanschouwen van de niet gevallen werelden en ten aanschouwen van de zondige mensen. Voor engelen, mensen en demonen kon Hij woorden spreken die uit iedere andere mond godslastering zouden zijn geweest: ‘Ik doe altijd wat Hem behaagt’ (Johannes 8:29).” –De Wens der Eeuwen, blz. 407.
B. Wat verklaart de Schrift over het karakter van Christus, afgezien van wat Jezus als de Zoon des mensen sprak?
Hebreeën 4:15;
1 Petrus 1:18-19.
“Het geloof van de mensen in Christus als de Messias moest niet steunen op zichtbare bewijzen en zij moesten niet in Hem geloven op grond van Zijn persoonlijke aantrekkingskracht, maar op grond van Zijn uitnemend karakter, dat nooit eerder gevonden was en ook nooit gevonden zou kunnen worden in iemand anders.” –Bijbelkommentaar, blz. 549.
C. Hoe worden wij geraakt door het leven van Jezus?
Filippensen 2:6-8.
“Heeft ons Voorbeeld niet een hard, zelf verloochenend, zelfopofferend, nederig pad bewandeld voor ons om ons te redden? Hij kwam moeilijkheden tegen, ervoer teleurstellingen en leed smaad en ellende in Zijn werk om ons te redden. En zullen wij weigeren te volgen, waar de Koning der heerlijkheid de weg heeft gewezen? Zullen wij klagen over ontberingen en beproevingen in het werk van het overwinnen op eigen rekening, wanneer wij ons het lijden van onze Verlosser herinneren?” –Testimonies for the Church, vol. 3, blz. 371.
A. Wat is het doel van alle ware volgelingen van Christus?
1 Petrus 1:13-16.
“Ons werk is om te streven naar het bereiken in onze sfeer van handelen van de volmaaktheid, die Christus in Zijn leven op aarde bereikte in elke fase van het karakter.” –That I May Know Him, blz. 130.
B. Hoe kunnen wij dit doel bereiken?
Hebreeën 12:1-4;
Galaten 5:6 (laatste deel);
Filippensen 3:12-15;
Filippensen 4:13.
“Hoe kunnen wij de volmaaktheid bereiken, die onze Heer en Verlosser Jezus Christus, onze Grote Leraar, heeft omschreven? Kunnen wij aan Zijn vereiste voldoen en zo'n hoge standaard bereiken? Dat kunnen wij, anders had Christus ons dat niet bevolen om te doen. Hij is onze gerechtigheid. In Zijn menselijkheid is Hij ons voorgegaan en heeft Hij voor ons de volmaaktheid van karakter bewerkt. Wij moeten het geloof in Hem hebben, dat door liefde werkt en de ziel reinigt. De volmaaktheid van karakter is gebaseerd op dat wat Christus voor ons is. Als wij voortdurend afhankelijk zijn van de verdiensten van onze Verlosser en in Zijn voetsporen wandelen, zullen wij zijn zoals Hij, rein en onbesmet.” .” –That I May Know Him, blz. 130.
C. Hoe kunnen wij inderdaad rein en onberispelijk voor God worden?
Romeinen 5:18-20;
Hebreeën 10:14.
“Christus vergeeft alleen de berouwvolle, maar wie Hij vergeeft, maakt Hij eerst berouwvol.—Selected Messages, bk. 1, blz. 393-394.
“De zondaar moet altijd naar Golgotha kijken; en met het eenvoudige geloof van een klein kind moet hij rusten in de verdiensten van Christus, Zijn gerechtigheid aanvaarden en geloven in Zijn genade…
Wat een liefde is dit—wat een wonderbaarlijke, ondoorgrondelijke liefde—die Christus ertoe zou brengen om voor ons te sterven, terwijl wij nog zondaars waren! Wat een verlies is het voor de ziel, die de sterke eisen van de wet begrijpt, en die er toch niet in slaagt de genade van Christus te begrijpen, die veel overvloediger is!” –Selected Messages, bk. 1, blz. 384.
A. Hoe moeten we onze roeping en verkiezing zeker maken?
2 Petrus 1:4-11;
Openbaring 19:8.
“God eist nu, wat Hij van Adam eiste, volmaakte gehoorzaamheid, rechtvaardigheid zonder gebrek, zonder tekortkoming in Zijn ogen. God helpe ons om Hem alles te geven wat Zijn wet vereist. Wij kunnen dit niet doen zonder dat geloof, dat Christus' gerechtigheid in de dagelijkse praktijk brengt.”
–Selected Messages, bk. 2, blz. 381.
“We weten de ene dag niet hoe zwaar de volgende dag de strijd zal zijn. Zolang we leven, zal er geen rustpauze zijn, een plaats, waar we kunnen zeggen: Nu ben ik er. Heiligmaking is het gevolg van een levenslange gehoorzaamheid.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 408.
“Wij moeten beseffen, dat het ons voorrecht is om door het geloof in Hem, deel te hebben aan de goddelijke natuur, en zo te ontkomen aan het verderf, dat in de wereld is door begeerte. Dan worden wij gereinigd van elke zonde, alle gebreken in het karakter. Wij hoeven geen enkele zondige neiging te behouden....
Wanneer wij deelhebben aan de goddelijke natuur, worden geërfde en aangeleerde neigingen tot het kwaad uit het karakter weggesneden en wij worden gemaakt tot een levende kracht ten goede. Door altijd te leren van de goddelijke Leraar, dagelijks deel te nemen aan Zijn natuur, werken wij samen met God om Satans verleidingen te overwinnen. God werkt en de mens werkt, opdat de mensen één kunnen zijn met Christus, zoals Christus één is met God.
Het is God, die ons de macht geeft om te overwinnen. Zij, die Zijn stem horen en aan Zijn geboden gehoorzaam zijn, worden in staat gesteld een rechtvaardig karakter te vormen.” –Bijbelkommentaar, blz. 615.
1. Waarom konden de Farizeeën geen eeuwig leven claimen op basis van hun bloedlijn, noch iemand nu op afkomst of DNA als een teken voor verlossing?
2. Leg de kenmerken uit van de ware kinderen van Abraham.
3. Wat kon Jezus met betrekking tot Zijn karakter verklaren?
4. Welk doel heeft elke christen voor ogen?
5. Hoe kunnen we volmaakt en onberispelijk voor God worden bevonden?