Spring naar inhoud
chevron_left Vorige les
slideshow print
LES 13SABBAT, 28 JUNI 2025

DE OPSTANDING EN HET LEVEN

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Jezus zei tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft, zal leven, al ware hij ook gestorven”

Johannes 11:25

“Voor de gelovige is de dood slechts van geringe betekenis. Christus spreekt daarover alsof het een kort ogenblik is.... Voor de christen is de dood slechts een slaap, een ogenblik van stilte en duisternis. Het leven is met Christus verborgen in God.” –De Wens der Eeuwen, blz. 690.

Aanvullende studie:: -Selected Messages 1, blz. 296-300
A. Toen Martha hoorde, dat Jezus naar Bethanië zou komen, wat deed ze toen en welke overtuiging sprak ze uit?
auto_storiesJohannes 11:20-22open_in_new
20Martha dan, als zij hoorde, dat Jezus kwam, ging Hem tegemoet; doch Maria bleef in huis zitten.
21Zo zeide Martha dan tot Jezus: Heere, waart Gij hier geweest, zo ware mijn broeder niet gestorven;
22Maar ook nu weet ik, dat alles, wat Gij van God begeren zult, God U het geven zal.
“Onder de rouwklagende vrienden waren verwanten van de familie, van wie sommigen hoge, verantwoordelijke posities bekleedden in Jeruzalem. Onder hen bevonden zich enkelen van de bitterste vijanden van Christus. Christus kende hun bedoelingen, en daarom maakte Hij Zich niet terstond bekend. De boodschap werd zó stil aan Martha gegeven, dat de anderen in het vertrek het niet hoorden…
Martha haastte zich Jezus tegemoet, haar hart gejaagd door tegenstrijdige gevoelens. Op Zijn gelaat, dat veel te kennen gaf, las zij dezelfde tederheid en liefde, die daar altijd waren geweest. Haar vertrouwen in Hem was niet gebroken, maar zij dacht aan haar zeer geliefde broer, die bij Jezus ook was bemind geweest. Terwijl de smart opwelde in haar hart, omdat Christus niet eerder was gekomen, maar terwijl er toch hoop in haar was, dat Hij zelf nu iets zou kunnen doen om hen te vertroosten, zei ze: ‘Heer, indien Gij hier geweest waart, zou mijn broer niet gestorven zijn’. Steeds weer, te midden van het rumoer, dat gemaakt werd door de rouwklagers, hadden de zusters deze woorden herhaald.
Met menselijk en goddelijk medelijden keek Jezus in haar bedroefd, door zorgen gekwelde gelaat. Martha had niet de bedoeling het verleden op te halen; alles werd uitgedrukt door die aandoenlijke woorden: ‘Here, indien Gij hier geweest waart, zou mijn broeder niet gestorven zijn’. Maar terwijl zij keek in dat liefdevolle gelaat, voegde ze eraan toe: ‘Ook nu weet ik, dat God U geven zal, al wat Gij van God begeert’.” –De Wens der Eeuwen, blz. 458-459.