Spring naar inhoud
Les 8Sabbat, 22 februari 2025

Jezus en de Samaritaanse vrouw

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Maar zo, wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven al, zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven”

Johannes 4:14

“Hij, die zijn dorst tracht te lessen aan de bronnen van deze wereld, zal slechts drinken om opnieuw dorst te krijgen. Overal zijn de mensen ontevreden. Zij verlangen naar iets, dat zal voorzien in de behoefte van de ziel. Slechts Eén kan in die nood voorzien. De behoefte van de wereld, ‘De Wens aller volken’, is Christus.” – De Wens der Eeuwen, p. 147.

Aanvullende studie:: -Testimonies for the Church, vol. 4, blz. 384-387.
A. Waar stopten Jezus en Zijn discipelen op Zijn reis naar Galilea?
auto_storiesJohannes 4:6open_in_new
6En aldaar was de fontein Jakobs. Jezus dan, vermoeid zijnde van de reize, zat alzo neder nevens de fontein. Het was omtrent de zesde ure.
“Terwijl Jezus bij de bron zat, was Hij uitgeput door honger en dorst. De reis sinds de vroege morgen was lang geweest, en nu brandde de middagzon op Hem. Zijn dorst nam toe bij de gedachte aan koel, fris water, dat zo dichtbij was, maar onbereikbaar voor Hem; want Hij had geen touw en geen waterkruik, en de put was diep. Hij deelde het menselijk lot, en Hij wachtte tot er iemand zou komen om te putten.” –
B. Wie kwam er naar de bron, en welke gunst vroeg Jezus van haar, en wat moeten wij hieruit leren?
auto_storiesJohannes 4:7open_in_new
7Er kwam een vrouw uit Samaria om water te putten. Jezus zeide tot haar: Geef Mij te drinken.
“De haat tussen Joden en Samaritanen verhinderde de vrouw Jezus een gunst te verlenen; de Heiland echter trachtte de sleutel tot dit hart te vinden, en met een tact, die voortvloeide uit goddelijke liefde, vroeg Hij om een gunst, en bood er geen aan. Het aanbieden van een gunst zou misschien verworpen kunnen worden; maar vertrouwen wekt vertrouwen. De Koning der hemelen kwam tot deze verstoten ziel, en vroeg om een dienst van haar handen. Hij, Die de oceaan gemaakt heeft, Die de wateren van de grote diepte regeert, Die de bronnen en stromen der aarde deed ontspringen, rustte van Zijn vermoeidheid aan de Jakobsbron, en was afhankelijk van de gunst van een vreemdelinge om een dronk water te verkrijgen.” –