Spring naar inhoud
Les 7Sabbat, 15 februari 2025

Jezus en Johannes de Doper

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Hij moet wassen, maar ik minder worden”

Johannes 3:30

“Johannes de Doper werd door onze Verlosser de grootste van de profeten genoemd. Wat een contrast is er echter tussen de taal van deze man Gods en die van velen, die belijden predikers van het kruis te zijn. Toen hem werd gevraagd, of hij de Christus was, verklaarde Johannes, dat hij onwaardig was de schoenriem van zijn Meester los te maken.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 183.

Aanvullende studie:: -Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 587-593.
A. Welke vraag rees op onder de discipelen van Johannes en de Joden?
auto_storiesJohannes 3:25open_in_new
25Er rees dan een vraag van enigen uit de discipelen van Johannes met de Joden over de reiniging.
“Maar de discipelen van Johannes keken met jaloersheid naar de toenemende populariteit van Jezus. Ze stonden klaar om Zijn werk te bekritiseren, en het duurde niet lang, of ze vonden daartoe de gelegenheid. Er ontstond een vraag tussen hen en de Joden, of de doop in staat was de ziel te reinigen van zonden; zij hielden vol, dat de doop van Jezus in wezen verschillend was van die van Johannes. Al spoedig geraakten ze in discussie met de discipelen van Christus betreffende de formulering van de woorden, die gebruikt moesten worden bij de doop, en ten slotte over het recht van de laatste om hoe dan ook te dopen.” –
B. Hoe uitten de discipelen van Johannes hun afgunst over het werk van Christus, en welk nobel antwoord gaf hij?
auto_storiesJohannes 3:26-27open_in_new
26En zij kwamen tot Johannes, en zeiden tot hem: Rabbi, Die met u was over de Jordaan, Welken gij getuigenis gaaft, zie, Die doopt, en zij komen allen tot Hem.
27Johannes antwoordde en zeide: Een mens kan geen ding aannemen, zo het hem uit de hemel niet gegeven zij.
“Johannes had van nature de gebreken en zwakheden, die de mensheid eigen zijn, maar de aanraking van goddelijke liefde had hem veranderd. Hij vertoefde in een atmosfeer, die niet besmet was door zelfzucht en eerzucht, en die verheven was boven de ongezonde uitwaseming der jaloersheid. Hij gaf geen blijk van sympathie met de ontevredenheid van de discipelen, maar toonde aan, hoe goed hij zijn verhouding tot de Messias begreep, en hoe vol vreugde hij Hem verwelkomde voor Wie hij de weg had voorbereid.” –