Les 9 — SABBAT, 28 mei 2022
“Een meer uitstekende manier”
Tekst om te onthouden
Tekst om te onthouden: “Weest niemand iets schuldig, dan elkander lief te hebben; want die de ander liefheeft, die heeft de wet vervuld… De liefde doet de naaste geen kwaad. Zo is dan de liefde de vervulling der wet”
Romeinen 13:8
“Het doet er niet toe, hoe streng de belijdenis moge luiden: hij wiens hart niet is vervuld van de liefde voor God en voor zijn medemens, is geen ware discipel van Christus.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 236.
Aanvullende studie :: -Van Jeruzalem tot Rome, blz. 236-237.
A. Hoe werd Christus ondervraagd door een wetgeleerde en waarom?
“De Farizeeën hadden de eerste vier geboden, die wijzen op de plicht van de mens jegens zijn Maker, verheven, alsof deze van veel meer belang zouden zijn dan de andere zes, die de plicht van de mens jegens zijn medemensen beschrijven. Als gevolg daarvan schoten zij veel tekort in praktische godsvrucht. Jezus had de mensen hun grote gebrek laten zien en had de noodzaak van goede werken geleerd door te verklaren, dat de boom aan zijn vruchten wordt gekend. Hierom had men Hem ervan beschuldigd, dat Hij de laatste zes geboden stelde boven de eerste vier.” –De Wens der Eeuwen, blz. 527.
B. Hoe vatte Christus de beginselen van de wet samen?
37En Jezus zeide tot hem: Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand.
38Dit is het eerste en het grote gebod.
39En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.
40Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.
“De eerste vier van de tien geboden worden samengevat in het ene grote voorschrift: ‘Gij zult de Heere, uw God, liefhebben met geheel uw hart’. De laatste zes worden samengevat in het andere: ‘Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf’. Deze beide geboden zijn een uitdrukking van het beginsel der liefde. Men kan niet het eerste houden en het tweede breken, noch kan men het tweede houden, terwijl het eerste wordt verbroken. Wanneer God Zijn rechtmatige plaats inneemt op de troon van het hart, zal de juiste plaats aan de naaste worden gegeven. Wij zullen hem liefhebben als onszelf. En alleen, wanneer wij God liefhebben boven alles, is het mogelijk onze naaste onpartijdig lief te hebben.” –De Wens der Eeuwen, blz. 528.