Les 2 — SABBAT, 8 januari 2022
ALLEN ZIJN ZONDAARS
Tekst om te onthouden
Tekst om te onthouden: “Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods”
Romeinen 3:23
“Velen worden misleid over de toestand van hun hart. Zij beseffen niet, dat het natuurlijke hart boven alles bedrieglijk is, en wanhopig zondig.” –Selected Messages 1, blz. 320.
Aanvullende studie :: Romeinen 3:9-23;; -Bijbelkommentaar, blz. 459-465.
A. Hoe verklaart Paulus de feitelijke toestand van zowel godsdienstige als niet-godsdienstige mensen?
9Wat dan? Zijn wij uitnemender? Ganselijk niet; want wij hebben te voren beschuldigd beiden Joden en Grieken, dat zij allen onder de zonde zijn;
10Gelijk geschreven is: Er is niemand rechtvaardig, ook niet een;
“Zij hebben allemaal dezelfde zondige natuur. Allen kunnen fouten maken. Niemand is volmaakt. De Heer Jezus stierf voor de dwalingen, opdat zij vergeven zouden worden. Het is niet ons werk om te veroordelen. Christus is niet gekomen om te veroordelen, maar om te redden.” –In Heavenly Places, blz. 292.
B. Welke diagnose geeft Paulus over de morele en geestelijke toestand van de mensheid, en hoe wordt deze uitspraak nu herhaald?
11Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt.
12Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe.
13Hun keel is een geopend graf; met hun tongen plegen zij bedrog; slangenvenijn is onder hun lippen.
14Welker mond vol is van vervloeking en bitterheid;
15Hun voeten zijn snel om bloed te vergieten;
16Vernieling en ellendigheid is in hun wegen;
17En den weg des vredes hebben zij niet gekend.
18Er is geen vreze Gods voor hun ogen.
19Wij weten nu, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot degenen, die onder de wet zijn; opdat alle mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij.
“Mijn ziel was zwaar bedrukt onder de angst, toen mij de zwakke toestand van Gods belijdend volk werd getoond.
De ongerechtigheid neemt toe, en de liefde van velen verkoelt. Er zijn maar weinige belijdende christenen, die deze aangelegenheid (van morele vervuiling) in het juiste licht bezien en die hun lichaam bedwingen, zoals het moet, wanneer ze door de openbare opinie en gewoonte niet veroordeeld worden. Hoe weinigen beteugelen hun passies, omdat ze voelen, dat ze daartoe verplicht zijn, omdat ze de vreze Gods voor ogen houden! De hogere vermogens van de mens worden aan banden gelegd door begeerte en corrupte driften.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 264-265.