Tekst om te onthouden: “Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods”
Romeinen 3:23
“Velen worden misleid over de toestand van hun hart. Zij beseffen niet, dat het natuurlijke hart boven alles bedrieglijk is, en wanhopig zondig.” –Selected Messages 1, blz. 320.
Aanvullende studie :: Romeinen 3:9-23;; -Bijbelkommentaar, blz. 459-465.
A. Hoe verklaart Paulus de feitelijke toestand van zowel godsdienstige als niet-godsdienstige mensen?
Romeinen 3:9-10.
“Zij hebben allemaal dezelfde zondige natuur. Allen kunnen fouten maken. Niemand is volmaakt. De Heer Jezus stierf voor de dwalingen, opdat zij vergeven zouden worden. Het is niet ons werk om te veroordelen. Christus is niet gekomen om te veroordelen, maar om te redden.” –In Heavenly Places, blz. 292.
B. Welke diagnose geeft Paulus over de morele en geestelijke toestand van de mensheid, en hoe wordt deze uitspraak nu herhaald?
Romeinen 3:11-19.
“Mijn ziel was zwaar bedrukt onder de angst, toen mij de zwakke toestand van Gods belijdend volk werd getoond.
De ongerechtigheid neemt toe, en de liefde van velen verkoelt. Er zijn maar weinige belijdende christenen, die deze aangelegenheid (van morele vervuiling) in het juiste licht bezien en die hun lichaam bedwingen, zoals het moet, wanneer ze door de openbare opinie en gewoonte niet veroordeeld worden. Hoe weinigen beteugelen hun passies, omdat ze voelen, dat ze daartoe verplicht zijn, omdat ze de vreze Gods voor ogen houden! De hogere vermogens van de mens worden aan banden gelegd door begeerte en corrupte driften.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 264-265.
A. Wat is de toestand van de hele wereld, inclusief allen die zichzelf rechtvaardig vinden, als wij nadenken over de volmaakte gerechtigheid van God?
Romeinen 3:19.
“(Velen) wikkelen zich in hun eigen gerechtigheid en zijn tevreden met het bereiken van hun eigen menselijke karakterstandaard; maar hoe dodelijk falen zij, wanneer zij niet de goddelijke standaard bereiken, en uit zichzelf kunnen zij niet aan de vereisten van God voldoen.” –Selected Messages 1, blz. 320.
“De hele wereld staat veroordeeld voor de grote morele standaard van gerechtigheid. Op de grote oordeelsdag zal elke ziel, die op aarde heeft geleefd, een oordeel ontvangen in overeenstemming met de vraag of zijn daden goed of slecht zijn geweest in het licht van de wet van God. Elke mond zal worden gestopt, als het kruis met zijn stervende Slachtoffer zal worden gepresenteerd, en zijn werkelijke houding zal worden gezien door elke geest, die door de zonde is verblind en verdorven. Zondaars zullen veroordeeld staan voor het kruis, met zijn mysterieuze Slachtoffer buigend onder de oneindige last van menselijke overtredingen. Hoe snel zal elke uitvlucht, elk leugenachtig excuus worden weggevaagd! Menselijke afvalligheid zal verschijnen in zijn gruwelijke karakter. Mannen zullen zien, wat hun keuze is geweest. Zij zullen dan begrijpen, dat zij Barabbas hebben gekozen in plaats van Christus, de Vredevorst.” —The Signs of the Times, 7 maart 1895.
B. Wat is, en is niet, het voordeel van Gods wet?
Romeinen 3:20.
“’De zonde is wetteloosheid’. ‘Wet doet zonde kennen’ (1 Johannes 3:4; Romeinen 3:20). Om zijn schuld in te zien moet de zondaar zijn karakter toetsen aan Gods belangrijkste maatstaf van gerechtigheid. Het is een spiegel, die de volmaaktheid van een rechtvaardig karakter toont en de zondaar in staat stelt de tekortkomingen van zijn eigen karakter te ontdekken.
De wet kan de mens wel zijn zonden tonen, maar kan hem niet redden. De wet belooft het leven aan hem, die gehoorzaamt en zegt, dat de dood het loon is van de overtreder. Alleen het evangelie van Jezus Christus kan de mens vrijspreken of behoeden voor de verontreiniging van de zonde. De zondaar moet zijn zonden belijden voor God, wiens wet hij overtreden heeft en geloven in Jezus, zijn zoenoffer. Zo krijgt hij ‘vergeving voor de zonden, die tevoren gepleegd zijn’ en heeft hij deel aan de goddelijke natuur. De zondaar wordt een kind van God, ontvangt de geest van het zoonschap, door welke wij roepen: Abba, Vader!’” —De Grote Strijd, blz. 433.
A. Aangezien wij niet kunnen worden gerechtvaardigd door onze gehoorzaamheid aan de wet, wat is dan de enige manier om voor God gerechtvaardigd te zijn?
Romeinen 3:21-25.
“De toerekening van de gerechtigheid van Christus komt door rechtvaardigend geloof, en is de rechtvaardiging, waarvoor Paulus zo ernstig pleit. Hij zegt: (Zie Romeinen 3:20-31).
Genade is onverdiende gunst, en de gelovige wordt gerechtvaardigd zonder enige verdienste van zichzelf, zonder enige aanspraak om God te offeren. Hij wordt gerechtvaardigd door de verlossing, die in Christus Jezus is, die in de hemelse hoven staat als de plaatsvervanger en borg van de zondaar. Maar hoewel hij gerechtvaardigd is vanwege de verdienste van Christus, is hij niet vrij om ongerechtigheid te doen. Geloof werkt door liefde en zuivert de ziel. Geloof loopt uit en bloeit en draagt een oogst van kostbare vruchten… Christus en de gelovige worden één, en Zijn schoonheid van karakter wordt geopenbaard in degenen, die krachtig verbonden zijn met de Bron van kracht en liefde. Christus is de grote bewaarder van rechtvaardigende gerechtigheid en heiligende genade.” –Selected Messages 1, blz. 397-398.
B. Hoe kan God rechtvaardig zijn en tegelijkertijd een zondaar rechtvaardigen?
Romeinen 3:26;
2 Korinthe 5:19-21.
“Door Jezus werd Gods genade aan de mensen geopenbaard; maar genade doet de rechtvaardigheid niet te niet. De wet openbaart de eigenschappen van Gods karakter, en geen jota of tittel daarvan kon worden veranderd om aan de mens in zijn gevallen toestand tegemoet te komen. God heeft niet Zijn wet veranderd, maar Hij heeft Zichzelf, in Christus, geofferd voor de verlossing van de mens…
De wet eist gerechtigheid, een rechtvaardig leven, een volmaakt karakter; en dit heeft de mens niet te bieden. Hij kan niet voldoen aan de eisen van Gods heilige wet. Maar Christus heeft, door als mens naar de aarde te komen, een heilig leven geleid en een volmaakt karakter ontwikkeld. Deze biedt Hij als een vrije gave allen aan, die ze willen aannemen. Zijn leven staat in de plaats van het leven van de mensen. Op deze wijze hebben zij, door de genade van God, vergeving van bedreven zonden. Meer dan dit, Christus bekleedt de mens met de eigenschappen van God. Hij bouwt het menselijk karakter op naar de gelijkenis van het goddelijk karakter, een uitnemend bouwwerk van geestelijke kracht en schoonheid. Op deze wijze wordt de gerechtigheid van de wet vervuld in de mens, die in Christus gelooft. God kan ‘rechtvaardig’ zijn, ‘ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is’ (Romeinen 3:26).” —De Wens der Eeuwen, blz. 668.
A. Tot welke conclusie komt Paulus, nadat hij onze rechtvaardiging voor God heeft uitgelegd?
Romeinen 3:20,
Romeinen 3:28;
Galaten 2:16.
“Wij worden verlicht door de voorschriften van de wet, maar geen mens kan daardoor worden gerechtvaardigd. Gewogen en te licht bevonden is onze inscriptie van nature. Maar Christus is onze middelaar, en als wij Hem als onze Verlosser aannemen, kunnen wij aanspraak maken op de belofte: ‘Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onze Heere Jezus Christus’ (Romeinen 5:1).” –In Heavenly Places, blz. 156.
B. Wat gebeurt er met hen, die gerechtvaardigd zijn door geloof?
Romeinen 3:21;
Romeinen 5:5.
“Christus is de Voorspraak van de zondaar. Zij, die Zijn evangelie aanvaarden, zien Hem met ongedekt aangezicht. Zij zien de verhouding van Zijn werk ten opzichte van de wet, en erkennen Gods wijsheid en heerlijkheid, zoals deze door de Heiland wordt geopenbaard. De heerlijkheid van Christus wordt in de wet, die een afbeelding van Zijn karakter is, geopenbaard, en Zijn veranderende werkzaamheid wordt door de ziel gevoeld, tot de mensen naar Zijn beeld worden veranderd. Zij krijgen deel aan de goddelijke natuur en worden steeds meer gelijk aan hun Zaligmaker, door stap voor stap verder te gaan in overeenstemming met de wil van God, tot zij de volmaaktheid bereiken.
De wet en het evangelie stemmen volkomen met elkaar overeen. De een ondersteunt de ander. De wet staat in al haar majesteit tegenover het geweten en doet de zondaar de behoefte aan Christus als verzoening voor de zonde, beseffen. Het evangelie erkent de macht en onveranderlijkheid van de wet. ‘Ik kende de zonde niet, dan door de wet’, zegt Paulus. Het besef van zonde, verlevendigd door de wet, drijft de zondaar naar de Heiland. De mens kan in zijn nood de machtige argumenten, verschaft door het kruis van Golgotha, aanvoeren. Hij kan aanspraken maken op de gerechtigheid van Christus; want deze wordt meegedeeld aan elke berouwvolle zondaar.” —Bijbelkommentaar, blz. 505-506.
C. Door wat voor geloof wordt de zondaar gerechtvaardigd?
Romeinen 1:17;
Galaten 5:6.
“Laten wij zoeken naar dat geloof, dat door liefde werkt en het hart zuivert, zodat wij het karakter van Christus aan de wereld kunnen vertegenwoordigen.” –Christian Education, blz. 93.
A. Welke beloften zijn opgenomen in het genadeverbond (het Nieuwe Verbond)?
Hebreeën 8:6,
Hebreeën 8:10-13.
“Het ‘nieuwe verbond’ was gegrond op ‘betere beloften’, de beloften van vergiffenis van zonden en van Gods genade om het hart te vernieuwen en het in harmonie te brengen met de beginselen van Gods wet. (Zie Jeremia 31:33-34).
De wet, die op stenen tafelen was gegrift, wordt door de Heilige Geest op de tafelen van het hart geschreven. In plaats van te trachten onze eigen gerechtigheid te bewerken, aanvaarden we de gerechtigheid van Christus. Zijn bloed is een verzoening voor onze zonden. Zijn gehoorzaamheid wordt ons toegerekend. Dan zal het hart, dat door de Heilige Geest vernieuwd is, de vruchten van de Geest voortbrengen. Door de genade van Christus zullen we leven in gehoorzaamheid aan Gods wet, die in ons hart geschreven staat. Bezield met de Geest van Christus zullen we wandelen, zoals Hij gewandeld heeft.” –Patriarchen en Profeten, blz. 336.
B. Wanneer is Gods wet in ons hart geschreven?
Romeinen 5:1-5;
Psalm 40:9.
“Het licht, dat van het kruis straalt, openbaart de liefde van God. Zijn liefde trekt ons tot Hem. Indien we hieraan geen tegenstand bieden, zullen we geleid worden naar de voet van het kruis, in berouw over de zonden die de Heiland gekruisigd hebben. Dan verwekt de Geest van God door het geloof een nieuw leven in de ziel. De gedachten en verlangens worden tot gehoorzaamheid gebracht aan de wil van Christus. Hart en geest worden opnieuw geschapen naar het beeld van Hem, Die in ons werkt om alle dingen aan Zichzelf te onderwerpen. Dan wordt de wet van God geschreven in het hart en verstand, en kunnen we met Christus zeggen: ‘Ik heb lust om Uw wil te doen, mijn God’ (Psalm 40:9).” –De Wens der Eeuwen, blz. 139.
1. Waarom moeten wij in de wereld van nu erg waakzaam zijn voor morele zuiverheid?
2. Wat is het doel van Gods wet?
3. Hoe moet het lijden van Christus op Golgotha mijn leven beïnvloeden?
4. Waarom hebben wij zo’n enorme behoefte aan een Verlosser?
5. Hoe kan ik het Nieuwe Verbondsleven uitleven?