Spring naar inhoud
Les 6SABBAT, 6 februari 2021

DAVID EN SAUL

Tekst om te onthouden

“De Heere is mijn Licht en mijn Heil, voor wie zou ik vrezen? De Heere is mijn levenskracht, voor wie zou ik vervaard zijn?”

Psalm 27:1

“Zij, die trouw zijn aan God, behoeven niet te vrezen voor de macht van mensen of de vijandschap van Satan.” –De Wens der Eeuwen, blz. 304.

Aanvullende studie:: -De Weg tot Gezondheid, blz. 415-424.
A. Beschrijf Davids houding ten opzichte van zijn roofdier.
auto_stories1 Samuël 26:2open_in_new
2Toen maakte zich Saul op, en toog af naar de woestijn Zif, en met hem drie duizend man, uitgelezenen van Israel, om David te zoeken in de woestijn Zif.
auto_stories1 Samuël 26:7-16open_in_new
7Alzo kwamen David en Abisai tot het volk des nachts; en ziet, Saul lag te slapen in den wagenburg, en zijn spies stak in de aarde aan zijn hoofdeinde, en Abner, en het volk lag rondom hem.
8Toen zeide Abisai tot David: God heeft heden uw vijand in uw hand besloten; laat mij toch hem nu met de spies op eenmaal ter aarde slaan, en ik zal het hem niet ten tweeden male doen.
9David daarentegen zeide tot Abisai: Verderf hem niet; want wie heeft zijn hand aan den gezalfde des HEEREN gelegd, en is onschuldig gebleven?
10Verder zeide David: Zo waarachtig als de HEERE leeft, de HEERE zal hem slaan, of zijn dag zal komen, dat hij zal sterven, of hij zal in een strijd trekken, dat hij omkome.
11De HEERE late het verre van mij zijn, dat ik mijn hand legge aan den gezalfde des HEEREN! zo neem toch nu de spies, die aan zijn hoofdeinde is, en de waterfles, en laat ons gaan.
12Zo nam David de spies en de waterfles van Sauls hoofdeinde, en zij gingen heen; en er was niemand, die het zag, en niemand, die het merkte, ook niemand, die ontwaakte; want zij sliepen allen; want er was een diepe slaap des HEEREN op hen gevallen.
13Toen David over aan gene zijde gekomen was, zo stond hij op de hoogte des bergs van verre, dat er een grote plaats tussen hen was.
14En David riep tot het volk, en tot Abner, den zoon van Ner, zeggende: Zult gij niet antwoorden, Abner? Toen antwoordde Abner en zeide: Wie zijt gij, die tot den koning roept?
15Toen zeide David tot Abner: Zijt gij niet een man, en wie is u gelijk in Israel? Waarom dan hebt gij over uw heer, den koning, geen wacht gehouden? Want daar is een van het volk gekomen, om den koning, uw heer, te verderven.
16Deze zaak, die gij gedaan hebt, is niet goed; zo waarachtig als de HEERE leeft, gijlieden zijt kinderen des doods, die over uw heer, den gezalfde des HEEREN, geen wacht gehouden hebt! En nu, zie, waar de spies des konings is, en de waterfles, die aan zijn hoofdeinde was.
“Wanneer Saul herhaaldelijk in zijn (Davids) macht werd gesteld en zijn volgelingen hem zouden hebben gedood, zou David het hun niet toestaan dat te doen, hoewel hij voortdurend bang was voor zijn eigen leven en door Saul als een wild beest werd achtervolgd.” –Spiritual Gifts 4A, blz. 91.
B. Waarom was Saul zo gevaarlijk, zelfs nu?
auto_stories1 Samuël 26:17-21open_in_new
17Saul nu kende de stem van David, en zeide: Is dit uw stem, mijn zoon David? David zeide: Het is mijn stem, mijn heer koning!
18Hij zeide verder: Waarom vervolgt mijn heer zijn knecht alzo achterna, want wat heb ik gedaan, en wat kwaad is er in mijn hand?
19En nu, mijn heer de koning hore toch naar de woorden zijns knechts. Indien de HEERE u tegen mij aanport, laat Hem het spijsoffer rieken; maar indien het mensenkinderen zijn, zo zijn zij vervloekt voor het aangezicht des HEEREN, dewijl zij mij heden verstoten, dat ik niet mag vastgehecht blijven in het erfdeel des HEEREN, zeggende: Ga heen, dien andere goden.
20En nu, mijn bloed valle niet op de aarde van voor het aangezicht des HEEREN; want de koning van Israel is uitgegaan om een enige vlo te zoeken, gelijk als men een veldhoen op de bergen najaagt.
21Toen zeide Saul: Ik heb gezondigd; keer weder, mijn zoon David, want ik zal u geen kwaad meer doen, voor dat mijn ziel dezen dag dierbaar in uw ogen geweest is; zie, ik heb dwaselijk gedaan, en ik heb zeer grotelijks gedwaald.
“Het kan gebeuren, dat boze mensen berouw krijgen van de verkeerde dingen, die ze Gods dienstknechten hebben aangedaan, en overtuigd worden, dat ze verkeerd gehandeld hebben. Gods Geest strijdt met hen, en ze vernederen zich voor God en voor hen, die ze door hun invloed hebben geprobeerd te verdelgen, en hun houding jegens hen wijzigt zich. Maar zodra ze de deur weer openen voor influisteringen van de boze, herleeft de vroegere twijfel; de oude vijandschap wakkert weer aan, en ze doen hetzelfde werk, waarover ze berouw hebben gehad en dat ze enige tijd hebben nagelaten. Weer spreken ze kwaad en beschuldigen en veroordelen op bittere wijze diegenen, voor wie ze ootmoedig hun schuld hebben erkend. Satan kan zulke mensen beter gebruiken dan voorheen, omdat ze tegen beter weten in handelen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 605-606.

volunteer_activismEerste Sabbatgaven voor Noord-Kivu, DRC

Noord-Kivu is een provincie van de Democratische Republiek Congo (DRC), in centraal Afrika. Gelegen aan het oostelijke uiteinde van de DRC grenst Noord-Kivu aan de Republieken Rwanda en Oeganda, en als zodanig wordt het geassocieerd met de SDARM Rwanda Unie Zending.

In 2006 kwamen broeders uit Rwanda naar Noord-Kivu, waar ze pamfletten verspreidden en Bijbelstudies gaven met uitstekende resultaten.

Een jaar later verenigde een groep van 156 zielen zich vreugdevol met de gemeente door de doop. Momenteel zijn er 750 gedoopte leden. In deze regio blijft het werk gestaag groeien.

Helaas waren onder degenen, die toetraden 14 leraren van andere denominaties, die vanwege hun geloof van hun kerk waren uitgesloten en automatisch hun baan verloren. Ze zijn thuis geweest en hebben het overleefd door te planten net genoeg om hun gezin te voeden. Onze kinderen hebben niet naar school kunnen gaan vanwege de Sabbat, een probleem dat 80% van onze jongeren treft.

De broeders zouden het kunnen redden om te overleven, maar vanwege de oorlogen, die in dit gebied voortdurend aan de gang zijn, kunnen zij hun huis niet lang op de zelfde plek houden. Zelfs als het seizoen aan breekt om zaden te planten, zijn de broeders gevlucht, wanneer troepen soldaten komen en alles weg nemen, wat in de grond groeit.

In het licht van dit alles, hebben we vier hectare grond gekocht voor de broeders om samen landbouw werk te doen en een basisschool en een kapel te bouwen. Door Gods voorzienigheid hebben we al leraren en studenten, die graag een opleiding willen volgen, terwijl ze toch Zijn principes hoog houden. Er wordt ons gezegd “scholen op te richten voor het onderwijs van onze kinderen, en de jongeren aan te sporen deze scholen te bezoeken. In onze onderwijsinstellingen moeten leraren zijn, die God vrezen en Zijn geboden onderhouden.“ –Manuscript Releases 4, blz. 109.Daarom doen we een beroep op al onze broeders, zusters en vrienden over de hele wereld voor uw vriendelijke hulp. We bidden, dat God indruk op uw hart mag maken, zodat de donaties voor dit project overvloedig mogen zijn, dat de Heer verheerlijkt mag worden en de boodschap van verlossing naar alle stammen, volken en talen mag worden verspreid.

Wij willen u bij voorbaat danken voor uw genereuze bijdrage aan dit bouwproject.

–Uw broeders en zusters uit de noordelijke regio van Afrika