Les 3 — SABBAT, 16 januari 2021
CRISIS
Tekst om te onthouden
“En ook allen, die godzalig willen leven in Christus Jezus, zullen vervolgd worden”
2 Timótheüs 3:12
“Als de ziel overschaduwd wordt, als we licht en leiding nodig hebben, moeten we opzien; achter het duister is het licht.” –Patriarchen en Profeten, blz. 600.
Aanvullende studie:: -Patriarchen en Profeten, blz. 592-597, 602.
A. Wat veroorzaakte jaloezie in Sauls hart tegen David? Noem een principe, dat verklaart, waarom Sauls daden zijn gevoelens volgden. Vers 11;
5En David toog uit, overal, waar Saul hem zond; hij gedroeg zich voorzichtiglijk, en Saul zette hem over de krijgslieden; en hij was aangenaam in de ogen des gansen volks, en ook in de ogen der knechten van Saul.
6Het geschiedde nu, toen zij kwamen, en David wederkeerde van het slaan der Filistijnen, dat de vrouwen uitgingen uit al de steden van Israel, met gezang en reien, den koning Saul tegemoet, met trommelen, met vreugde en met muziekinstrumenten.
7En de vrouwen, spelende, antwoordden elkander en zeiden: Saul heeft zijn duizenden verslagen, maar David zijn tienduizenden!
8Toen ontstak Saul zeer, en dat woord was kwaad in zijn ogen, en hij zeide: Zij hebben David tien duizend gegeven, doch mij hebben zij maar duizend gegeven; en voorzeker zal het koninkrijk nog voor hem zijn.
9En Saul had het oog op David, van dien dag af en voortaan.
15Een iegelijk, die zijn broeder haat, is een doodslager; en gij weet, dat geen doodslager het eeuwige leven heeft in zich blijvende.
“Saul streefde ernaar in het oog van de mensen de eerste te zijn. Toen hij dit zegelied hoorde, vatte de gedachte post in zijn geest, dat David de harten van het volk zou winnen en in zijn plaats zou regeren. Saul liet toe, dat de geest van afgunst bezit van hem nam, waardoor zijn ziel werd vergiftigd.” –Patriarchen en Profeten, blz. 593.
B. Waarom staat God toe, dat christenen situaties ondergaan, zoals David nu ervoer, en wat leerde David door zijn verbinding met Saul?
12En ook allen, die godzaliglijk willen leven in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden.
12Geliefden, houdt u niet vreemd over de hitte der verdrukking onder u, die u geschiedt tot verzoeking, alsof u iets vreemds overkwame;
13Maar gelijk gij gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, alzo verblijdt u; opdat gij ook in de openbaring Zijner heerlijkheid u moogt verblijden en verheugen.
14Indien gij gesmaad wordt om den Naam van Christus, zo zijt gij zalig; want de Geest der heerlijkheid, en de Geest van God rust op u. Wat hen aangaat, Hij wordt wel gelasterd, maar wat u aangaat, Hij wordt verheerlijkt.
15Doch dat niemand van u lijde als een doodslager, of dief, of kwaaddoener, of als een, die zich met eens anders doen bemoeit;
16Maar indien iemand lijdt als een Christen, die schame zich niet, maar verheerlijke God in dezen dele.
17Want het is de tijd, dat het oordeel beginne van het huis Gods; en indien het eerst van ons begint, welk zal het einde zijn dergenen, die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?
“De plaats van David aan het hof zou hem bekendmaken met het bestuur en hem voorbereiden op zijn toekomstige taak. Het zou hem in staat stellen het vertrouwen te winnen van het volk. De tegenslagen en ontberingen, die hem te beurt vielen door de vijandschap van Saul, zouden hem ertoe leiden meer op God te vertrouwen en zich volkomen van Hem afhankelijk te voelen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 592.