Spring naar inhoud
Les 4SABBAT, 23 januari 2021

BROEDERLIJKE LIEFDE

Tekst om te onthouden

“Niemand heeft meerder liefde dan deze, dat iemand zijn leven zet voor zijn vrienden”

Johannes 15:13

“Er zijn veel koorden, die ons verenigen met onze medemensen, de mensheid en met God, en deze verbinding is belangrijk met zijn zware verantwoordelijkheid.” –Our High Calling, blz. 184.

Aanvullende studie:: -Patriarchen en Profeten, blz. 597-603.
A. Noem een voorbeeld, dat Davids nobele karakter toont, en de bron ervan.
auto_stories1 Samuël 22:1open_in_new
1Toen ging David van daar, en ontkwam in de spelonk van Adullam. En zijn broeders hoorden het, en het ganse huis zijns vaders, en kwamen derwaarts tot hem af.
auto_stories1 Samuël 22:3-4open_in_new
3En David ging van daar naar Mizpa der Moabieten; en hij zeide tot den koning der Moabieten: Laat toch mijn vader en mijn moeder bij ulieden uitgaan, totdat ik weet, wat God mij doen zal.
4En hij bracht hen voor het aangezicht van den koning der Moabieten; en zij bleven bij hem al de dagen, die David in de vesting was.
auto_storiesPsalmen 57:3-4open_in_new
3Ik zal roepen tot God, den Allerhoogste, tot God, Die het aan mij voleinden zal.
4Hij zal van den hemel zenden, en mij verlossen, te schande makende dengene, die mij zoekt op te slokken. Sela. God zal Zijn goedertierenheid en Zijn waarheid zenden.
“Davids angst was niet alleen voor hemzelf, hoewel hij zijn gevaar besefte. Hij dacht aan zijn vader en moeder, en hij kwam tot de conclusie, dat hij een ander toevluchtsoord voor hen moest zoeken… Uit deze geschiedenis kunnen wij allemaal waardevolle lessen leren over kinderliefde…
Zij (de familie van David) concludeerden, dat zij veiliger zouden zijn bij hem, die de profeet Samuël had gezalfd om koning van Israël te zijn, ook al was hij een vluchteling in een eenzame grot, dan blootgesteld aan de waanzinnige waanzin van een jaloerse koning…
In de grot van Adullam was het gezin eindelijk verenigd in sympathie en genegenheid. De zoon van Isaï kon melodieën maken met stem en harp, terwijl hij zong: ‘Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, dat broeders ook samenwonen!’ (Psalm 133:1). Hij had de bitterheid van achterdocht en wantrouwen van zijn broers geproefd; en de harmonie, die de plaats van onenigheid had ingenomen, bracht vreugde en troost in het hart van de banneling. Hier componeerde David de zevenenvijftigste Psalm.” –The Signs of the Times, 7 september 1888.
“Toen David door de jaloersheid van Saul moest vluchten in de woestijn, moest hij, geheel afgesneden van menselijke hulp, meer op God vertrouwen.” –Karaktervorming, blz. 152.