Les 12 — Sabbat, 21 maart 2026
Gebeurtenissen in de eindtijd
Tekst om te onthouden
Tekst om te onthouden: “Begeert van de HEERE regen, ten tijde van de spade regen; de HEERE maakt de weerlichten; en Hij zal hun regen genoeg geven voor ieder kruid op het veld” (Zacharia 10:1).
Zacharia 10:1
“Wanneer we God zoeken voor de Heilige Geest, zal deze in ons zachtmoedigheid, nederigheid van geest en een bewuste afhankelijkheid van God voor de vervolmakende late regen bewerken. Als we in geloof om de zegen bidden, zullen we die ontvangen, zoals God heeft beloofd.” –Testimonies to Ministers, blz. 509.
Aanvullende studie:: –Profeten en Koningen, blz. 353-362
A. Hoe ondersteunde Zacharia de boodschap van Haggaï?
1In de achtste maand, in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, den zoon van Berechja, den zoon van Iddo, den profeet, zeggende:
2De HEERE is zeer vertoornd geweest tegen uw vaderen.
3Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Keert weder tot Mij, spreekt de HEERE der heirscharen, zo zal Ik weder tot ulieden keren, zegt de HEERE der heirscharen.
4Weest niet als uw vaderen, tot dewelke de vorige profeten riepen, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Bekeert u toch van uw boze wegen, en uw boze handelingen; maar zij hoorden niet, en zij luisterden niet naar Mij, spreekt de HEERE.
15En Ik ben met een zeer groten toorn vertoornd tegen die geruste heidenen; want Ik was een weinig toornig, maar zij hebben ten kwade geholpen.
16Daarom zegt de HEERE alzo: Ik ben tot Jeruzalem wedergekeerd met ontfermingen; Mijn huis zal daarin gebouwd worden, spreekt de HEERE der heirscharen, en het richtsnoer zal over Jeruzalem uitgestrekt worden.
“De ernstige smeekbeden en bemoedigingen van Haggaï werden door Zacharia herhaald en verrijkt. God had hem verwekt om naast Haggaï te staan en bij Israël erop aan te dringen het gebod om aan het werk te gaan en te bouwen ten uitvoer te brengen. De eerste boodschap van Zacharia was een verzekering, dat Gods woord nooit zal falen, en een belofte van zegen voor degenen, die zouden luisteren naar het vaste profetische woord.” –Profeten en Koningen, blz. 351.
B. Wat toont Gods aandachtige zorg voor Zijn volk?
1Wederom hief ik mijn ogen op, en ik zag; en ziet, er was een man, en in zijn hand was een meetsnoer.
2En ik zeide: Waar gaat gij henen? En hij zeide tot mij: Om Jeruzalem te meten; om te zien, hoe groot haar breedte, en hoe groot haar lengte wezen zal.
3En ziet, de Engel, Die met mij sprak, ging uit; en een andere Engel ging uit, hem tegemoet.
4En hij zeide tot hem: Loop, spreek dezen jongeling aan, zeggende: Jeruzalem zal dorpsgewijze bewoond worden, vanwege de veelheid der mensen en der beesten, die in het midden derzelve wezen zal.
5En Ik zal haar wezen, spreekt de HEERE, een vurige muur rondom; en Ik zal tot heerlijkheid wezen in het midden van haar.
8Want zo zegt de HEERE der heirscharen: Naar de heerlijkheid over u, heeft Hij mij gezonden tot die heidenen, die ulieden beroofd hebben; want die ulieden aanraakt, die raakt Zijn oogappel aan.
“God had geboden, dat Jeruzalem herbouwd moest worden; het visioen van het opmeten van de stad was een verzekering, dat Hij Zijn bedroefde kinderen troost en kracht zou schenken, en de beloften van Zijn eeuwigdurend verbond in vervulling zou doen gaan. Zijn bescherming en zorg zouden volgens Zijn woorden zijn als een vurige muur rondom; en door hen zou Zijn heerlijkheid aan alle mensen geopenbaard worden. Wat Hij voor Zijn volk deed, zou over heel de aarde bekend worden.” –Profeten en Koningen, blz. 354.