IJverig de ladder beklimmen
Tekst om te onthouden: “En gij, hiertoe ook alle naarstigheid toebrengende, voegt bij uw geloof deugd, en bij de deugd kennis, en bij de kennis matigheid, en bij de matigheid lijdzaamheid, en bij de lijdzaamheid godzaligheid”
2 Petrus 1:5–6
“Petrus presenteert ons de ladder van ware heiligmaking, waarvan de basis op de aarde rust, terwijl de bovenste sport reikt tot aan de troon van de Oneindige. We kunnen niet met één inspanning de bovenste sport van deze ladder bereiken. Sport voor sport moeten we klimmen. Het is in deze strijd, dat we het gevaar lopen duizelig te worden, flauw te vallen en te vallen, tenzij we onze ogen omhooghouden en naar Jezus kijken, de auteur en voleinder van ons geloof.” –The Review and Herald, 1 december 1885.
Bijbeltekst niet gevonden: 2Pet.1.5.a
“Nadat we het geloof van het evangelie hebben ontvangen, is ons eerste werk het toevoegen van deugdzame en zuivere beginselen, en zo de geest en het hart reinigen voor het ontvangen van ware kennis.” –Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 552.
“Het is een voortdurende strijd om altijd alert te zijn om het kwaad te weerstaan; maar het loont de moeite om de ene overwinning na de andere te behalen over het ik en de machten der duisternis…
Zonder zuivere, onbezoedelde deugd kan niemand ooit enige eervolle verhevenheid bereiken. Maar nobele ambities en de liefde voor gerechtigheid worden niet geërfd. Karakter kan niet worden gekocht; het moet gevormd worden door strenge pogingen om de verleiding te weerstaan. De vorming van een juist karakter is het werk van uw leven, en is het resultaat van gebedsvolle meditatie verenigd met een groots doel. De voortreffelijkheid van het karakter, dat u bezit, moet het resultaat zijn van uw eigen inspanningen. Vrienden kunnen u aanmoedigen, maar ze kunnen het werk niet voor u doen. Wensen, zuchten, dromen zullen u nooit groot of goed maken. U moet klimmen. Omgord de lendenen van uw geest en ga aan het werk met alle sterke krachten van uw wil.” –Fundamentals of Christian Education, blz. 187.