Tekst om te onthouden: “En gij, hiertoe ook alle naarstigheid toebrengende, voegt bij uw geloof deugd, en bij de deugd kennis, en bij de kennis matigheid, en bij de matigheid lijdzaamheid, en bij de lijdzaamheid godzaligheid”
2 Petrus 1:5–6
“Petrus presenteert ons de ladder van ware heiligmaking, waarvan de basis op de aarde rust, terwijl de bovenste sport reikt tot aan de troon van de Oneindige. We kunnen niet met één inspanning de bovenste sport van deze ladder bereiken. Sport voor sport moeten we klimmen. Het is in deze strijd, dat we het gevaar lopen duizelig te worden, flauw te vallen en te vallen, tenzij we onze ogen omhooghouden en naar Jezus kijken, de auteur en voleinder van ons geloof.” –The Review and Herald, 1 december 1885.
Aanvullende studie:: De Weg tot Gezondheid, blz. 427-433.
A. Welke stap volgt, als we ijverig ons geloof opbouwen?
2 Petrus 1:5 (eerste deel).
“Nadat we het geloof van het evangelie hebben ontvangen, is ons eerste werk het toevoegen van deugdzame en zuivere beginselen, en zo de geest en het hart reinigen voor het ontvangen van ware kennis.” –Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 552.
“Het is een voortdurende strijd om altijd alert te zijn om het kwaad te weerstaan; maar het loont de moeite om de ene overwinning na de andere te behalen over het ik en de machten der duisternis…
Zonder zuivere, onbezoedelde deugd kan niemand ooit enige eervolle verhevenheid bereiken. Maar nobele ambities en de liefde voor gerechtigheid worden niet geërfd. Karakter kan niet worden gekocht; het moet gevormd worden door strenge pogingen om de verleiding te weerstaan. De vorming van een juist karakter is het werk van uw leven, en is het resultaat van gebedsvolle meditatie verenigd met een groots doel. De voortreffelijkheid van het karakter, dat u bezit, moet het resultaat zijn van uw eigen inspanningen. Vrienden kunnen u aanmoedigen, maar ze kunnen het werk niet voor u doen. Wensen, zuchten, dromen zullen u nooit groot of goed maken. U moet klimmen. Omgord de lendenen van uw geest en ga aan het werk met alle sterke krachten van uw wil.” –Fundamentals of Christian Education, blz. 187.
A. Beschrijf de soort kennis, waartoe we geroepen zijn om de ladder van Petrus te beklimmen.
2 Petrus 1:5 (laatste deel);
Johannes 17:3.
“De apostel presenteert aan de gelovigen de ladder van christelijke volmaaktheid, waarvan elke stap een voortdurende vooruitgang in de kennis van God vertegenwoordigt, en bij het beklimmen ervan mag geen stilstand bestaan…
Nadat men het geloof van het evangelie heeft ontvangen, is het volgende werk van de gelovige het toevoegen van deugd aan zijn karakter, en zo het hart reinigen en de geest voorbereiden op het ontvangen van de kennis van God. Deze kennis is de basis van alle ware opvoeding en van alle ware dienen. Het is de enige echte bescherming tegen verleiding; en alleen dit kan ervoor zorgen, dat iemands karakter op God lijkt. Door de kennis van God en van Zijn Zoon Jezus Christus wordt aan de gelovige ‘alle dingen gegeven die betrekking hebben op het leven en de godsvrucht.’ Er wordt geen goede gave onthouden aan hem, die oprecht verlangt de gerechtigheid van God te verkrijgen.” –The Review and Herald, 19 september 1912.
Wij moeten van Christus leren. Wij moeten weten wat Hij betekent voor hen, die Hij heeft verlost. Wij moeten beseffen dat het ons voorrecht is om door geloof in Hem, deel te hebben aan de goddelijke natuur, om zo te ontkomen aan het verderf dat in de wereld is door de begeerte. Dan worden wij gereinigd van elke zonde, alle gebreken in het karakter. Wij hoeven geen enkele zondige neiging te behouden.
Wanneer wij deelhebben aan de goddelijke natuur, worden geërfde en aangeleerde neigingen tot het kwaad uit het karakter weggesneden en wij worden gemaakt tot een levende kracht ten goede. Door steeds van de goddelijke leraar te leren en dagelijks deel te hebben aan Zijn natuur, werken wij samen met God in het overwinnen van Satans verzoekingen. God werkt en de mens werkt, opdat de mensen een kunnen zijn met Christus, zoals Christus een is met God. –Bijbelkommentaar blz. 615
B. Noem een tweede soort kennis, die nodig is voor de christelijke groei.
Psalm 77:7;
2 Korinthe 13:5.
“Om hulp van Christus te ontvangen moeten we onze nood beseffen. We moeten een ware kennis van onszelf hebben. Alleen hij, die weet, dat hij een zondaar is, die Christus kan redden. Alleen, als we onze totale hulpeloosheid zien en alle zelfvertrouwen opgeven, zullen we op goddelijke kracht beslag leggen.” – Testimonies for the Church, vol. 8, blz. 316.
A. Met welk onderwerp houden geïnspireerde leraren van het Evangelie zich bezig?
Handelingen 24:24–25;
Filippensen 4:5.
“Ik sprak ongeveer anderhalf uur met de mensen over Petrus’ ladder van heiliging, bestaande uit acht stappen. Ik stond stil bij matigheid en het belang van dat ouders hun kinderen zelfverloochening en zelfbeheersing leren, waarbij ze de eetlust en smaak beschermen tegen toegeeflijkheid ten koste van mentale, morele en fysieke kracht.
De lessen over zelfbeheersing en zelfverloochening moeten door het onderwijs worden geleerd, in de kindertijd en in de jeugd. De eetlust moet worden bedwongen en opgevoed, en dit is het verantwoordelijke werk, dat op de ouders neerkomt. De jeugd is in de afgelopen generaties de aanwijzing voor de samenleving geweest.
Als ouders hun plicht hadden gedaan door de tafel te dekken met gezond voedsel, en irriterende en stimulerende stoffen hadden weggedaan, en tegelijkertijd hun kinderen zelfbeheersing hadden geleerd en hun karakters hadden opgeleid om morele kracht te ontwikkelen, zouden we nu niet hoeven omgaan met de leeuw van de onmatigheid. Nadat de gewoonten van toegeeflijkheid zijn gevormd, gegroeid met hun groei en versterkt met hun kracht, hoe moeilijk is het dan voor degenen, die in hun jeugd niet goed zijn opgeleid om hun verkeerde gewoonten te doorbreken en te leren zichzelf en hun onnatuurlijke begeerten in bedwang te houden. Hoe moeilijk is het om zulke mensen te onderwijzen en hen de noodzaak van christelijke matigheid te laten voelen, wanneer zij volwassen zijn geworden. De matigheidslessen moeten beginnen met het kind in de wieg.” –The Review and Herald, 11 mei 1876.
B. Wat is de volgende stap op de ladder, en waarom?
2 Petrus 1:6 (eerste deel).
“God geeft de mens geen toestemming om de wetten van zijn wezen te overtreden. Maar door toe te geven aan de verleidingen van Satan om aan onmatigheid toe te geven, brengt de hogere vermogens in onderwerping aan de dierlijke begeerten en hartstochten, en wanneer deze de overhand krijgen, zal de mens, die iets lager geschapen is dan de engelen, met vermogens die vatbaar zijn voor de hoogste beschaafdheid, geeft zich over aan de controle van Satan. En hij krijgt gemakkelijk toegang tot degenen, die gebonden zijn aan de eetlust. Door onmatigheid offeren sommigen de helft en anderen tweederde van hun fysieke, mentale en morele krachten op. Degenen die een heldere geest willen hebben om de listen van Satan te onderscheiden, moeten hun fysieke begeerten onder controle houden van rede en geweten. De morele en krachtige daad van de hogere krachten van de geest is essentieel voor de vervolmaking van het christelijke karakter.” –The Health Reformer, 1 maart 1878.
A. Hoe leidt matigheid tot het volgende essentiële kenmerk op de ladder?
2 Petrus 1:6
(middengedeelte);
Lukas 21:19.
“‘Elke gewoonte of praktijk, die de zenuw- en hersenkracht of de fysieke kracht zal verzwakken, maakt ongeschikt voor het beoefenen van de volgende genade, die na matigheid komt: geduld…
Een man, die onmatig is, die stimulerende middelen gebruikt, bier, wijn, sterke dranken, thee en koffie, opium, tabak of welke van deze stoffen dan ook die schadelijk zijn voor de gezondheid, kan geen geduldig mens zijn. Matigheid is dus een tree van de ladder, waarop we onze voeten moeten planten, voordat we de genade van geduld kunnen toevoegen. Wat betreft voeding, kleding, werk, vaste uren en gezonde lichaamsbeweging moeten we ons laten leiden door de kennis, die het onze plicht is te verkrijgen, zodat we onszelf, door ernstige inspanningen, in de juiste relatie tot leven en gezondheid kunnen plaatsen.” –Our High Calling, blz. 69.
B. Hoe helpt matigheid bij de ontwikkeling van geduld, en waarom zijn beide zo belangrijk in de laatste dagen van de geschiedenis van de aarde?
Openbaring 14:12.
“Het misbruiken van de maag door het bevredigen van de eetlust is de vruchtbare bron van de meeste kerkelijke beproevingen. Degenen die onmatig en onlogisch eten en werken, praten en onlogisch handelen. Een onmatig mens kan geen geduldig mens zijn. Het is niet nodig om alcoholische dranken te drinken om onmatig te zijn. De zonde van onmatig eten, te vaak en te veel, en van rijk, ongezond voedsel, vernietigt de gezonde werking van de spijsverteringsorganen, tast de hersenen aan en verdraait het oordeel, waardoor logisch, kalm, gezond denken en handelen wordt verhinderd. En dit is een vruchtbare bron van kerkelijke beproevingen. Om het volk van God daarom in een aanvaardbare staat met Hem te laten verkeren, waar zij Hem kunnen verheerlijken in hun lichaam en geest, die de Zijne zijn, moeten zij met belangstelling en ijver de bevrediging van hun lusten verloochenen en in alle dingen matigheid betrachten… Dan mogen zij de waarheid in al haar schoonheid en helderheid begrijpen, en deze in hun leven ten uitvoer brengen, en door een oordeelkundige, wijze en rechtlijnige handelwijze de vijanden van ons geloof geen gelegenheid geven om de zaak van de waarheid te berispen.” –Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 618–619.
A. Wat moet het beoefenen van geduld in ons ontwikkelen?
2 Petrus 1:6 (laatste deel).
“Ongeduld brengt strijd, beschuldiging en verdriet met zich mee; maar geduld giet de balsem van vrede en liefde in de ervaringen van het gezinsleven. Als we de kostbare genade van geduld jegens anderen uitoefenen, zullen zij onze geest weerspiegelen, en zullen we ons met Christus verzamelen. Geduld zal zoeken naar eenheid in de gemeente, in het gezin en in de gemeenschap. Deze genade moet in ons leven verweven zijn. Iedereen moet deze ronde van vooruitgang uitvoeren en aan geloof, deugd en matigheid de genade van geduld toevoegen.
‘En aan geduld godzaligheid’. Godzaligheid is de vrucht van een christelijk karakter. Als we in de Wijnstok blijven, zullen we de vruchten van de Geest dragen. Het leven van de Wijnstok zal zich openbaren door de takken. Als we de genade van godzaligheid willen dragen, moeten we een nauwe en intieme verbinding met de hemel hebben. Jezus moet een gast in onze huizen zijn, een lid van ons huishouden, als we zijn beeld weerspiegelen en laten zien, dat we zonen en dochters van de Allerhoogste zijn. Godsdienst is iets moois in het gezin. Als de Heer bij ons blijft, zullen we voelen, dat we leden zijn van de familie van Christus in de hemel. We zullen beseffen, dat engelen naar ons kijken, en onze manieren zullen zachtaardig en verdraagzaam zijn. Wij zullen ons voorbereiden op toegang tot de hemelse hoven, door hoffelijkheid en godzaligheid aan te kweken. Ons gesprek zal heilig zijn en onze gedachten zullen bij hemelse dingen zijn.
Henoch wandelde met God. Hij eerde God in elke aangelegenheid van het leven. Thuis en in zijn bedrijf vroeg hij: ‘Zal dit aanvaardbaar zijn voor de Heer?’ En door God te gedenken en zijn raad op te volgen, was hij veranderd in karakter en werd een godvruchtig man, wiens wegen de Heer behaagden.” –The Review and Herald, 21 februari 1888.
1. Waarom moet ik actieve en passieve christelijke deugden cultiveren?
2. Hoe kan ik God beter leren kennen, en waarom is dit nu essentieel?
3. Op welke gebieden van het leven moet ik meer matigheid aan de dag leggen?
4. Waarom is geduld zo belangrijk in een steeds vijandiger en agressievere samenleving?
5. Waar en hoe wordt godzaligheid getoond, zoals geïllustreerd door Henoch?