Les 4 — SABBAT, 22 april 2023
Als de zon ondergaat
Tekst om te onthouden
Tekst om te onthouden: “Dit is een getrouw woord; want indien wij met Hem gestorven zijn, zo zullen wij ook met Hem leven”
2 Timótheüs 2:11
“Onze sterfelijke lichamen kunnen sterven en in het graf worden weggelegd. Toch leeft de gezegende hoop voort tot de opstanding, wanneer de stem van Jezus het slapende stof oproept. Wij zullen dan de volheid genieten van de gezegende, heerlijke hoop.” –In Heavenly Places, blz. 352.
Aanvullende studie :: –De Grote Strijd, blz. 505–517.
A. Waarom is er dood in deze wereld, en welke hoop heeft de Heer in ons hart geplaatst?
12Daarom, gelijk door een mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.
23Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere.
11Hij heeft ieder ding schoon gemaakt op zijn tijd; ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder dat een mens het werk, dat God gemaakt heeft, kan uitvinden, van het begin tot het einde toe.
“De onsterfelijkheid, die God aan de mens had beloofd op voorwaarde, dat hij gehoorzaamde, werd door de overtreding verspeeld. Adam kon aan zijn nageslacht niets doorgeven, wat hij zelf niet had en er zou voor de gevallen mensheid geen hoop zijn geweest, als God de onsterfelijkheid niet weer binnen het bereik van de mens had gebracht door het geven van Zijn Zoon…De onsterfelijkheid kon alleen door Christus worden verkregen.” –De Grote Strijd, blz. 489. “Om eeuwig te kunnen leven moest de mens voortdurend eten van de boom des levens. Wanneer de toegang tot deze boom hem zou worden ontzegd, zou zijn levenskracht gedurig afnemen, tot de dood zou komen. Het was Satans bedoeling, dat Adam en Eva door ongehoorzaamheid Gods ongenoegen zouden opwekken; en wanneer ze geen vergiffenis zouden ontvangen, hoopte hij, dat ze van de boom des levens zouden eten, waardoor zonde en ellende altijd zouden blijven bestaan. Maar na de val van de mens kregen heilige engelen opdracht de boom des levens te bewaken. Om deze engelen heen schenen lichtstralen in de vorm van een vlammend zwaard. Niemand van Adams geslacht zou die scheidsmuur doorbreken om de leven-gevende vrucht te plukken; daarom is er geen onsterfelijke zondaar.” –Patriarchen en Profeten, blz. 34.