Tekst om te onthouden: “Dit is een getrouw woord; want indien wij met Hem gestorven zijn, zo zullen wij ook met Hem leven”
2 Timótheüs 2:11
“Onze sterfelijke lichamen kunnen sterven en in het graf worden weggelegd. Toch leeft de gezegende hoop voort tot de opstanding, wanneer de stem van Jezus het slapende stof oproept. Wij zullen dan de volheid genieten van de gezegende, heerlijke hoop.” –In Heavenly Places, blz. 352.
Aanvullende studie :: –De Grote Strijd, blz. 505–517.
A. Waarom is er dood in deze wereld, en welke hoop heeft de Heer in ons hart geplaatst?
Romeinen 5:12;
6:23;
Prediker 3:11.
“De onsterfelijkheid, die God aan de mens had beloofd op voorwaarde, dat hij gehoorzaamde, werd door de overtreding verspeeld. Adam kon aan zijn nageslacht niets doorgeven, wat hij zelf niet had en er zou voor de gevallen mensheid geen hoop zijn geweest, als God de onsterfelijkheid niet weer binnen het bereik van de mens had gebracht door het geven van Zijn Zoon…De onsterfelijkheid kon alleen door Christus worden verkregen.” –De Grote Strijd, blz. 489. “Om eeuwig te kunnen leven moest de mens voortdurend eten van de boom des levens. Wanneer de toegang tot deze boom hem zou worden ontzegd, zou zijn levenskracht gedurig afnemen, tot de dood zou komen. Het was Satans bedoeling, dat Adam en Eva door ongehoorzaamheid Gods ongenoegen zouden opwekken; en wanneer ze geen vergiffenis zouden ontvangen, hoopte hij, dat ze van de boom des levens zouden eten, waardoor zonde en ellende altijd zouden blijven bestaan. Maar na de val van de mens kregen heilige engelen opdracht de boom des levens te bewaken. Om deze engelen heen schenen lichtstralen in de vorm van een vlammend zwaard. Niemand van Adams geslacht zou die scheidsmuur doorbreken om de leven-gevende vrucht te plukken; daarom is er geen onsterfelijke zondaar.” –Patriarchen en Profeten, blz. 34.
A. Omdat de ziel is samengesteld uit de materie, gemaakt van klei en de adem van God, die werd gegeven bij de schepping (Genesis 2:7), wat moeten wij dan beseffen over, wat er gebeurt op het moment van overlijden?
Prediker 12:7;
Jakobus 4:14.
“Zeg niet aanmatigend: ‘Vandaag of morgen zullen we naar zo’n stad gaan, en daar een jaar blijven, en kopen en verkopen, en winst maken’. God kan andere plannen voor u hebben. Het leven is maar een damp.” –The Review and Herald, 23 december 1902. B. Wat is het verschil tussen mensen en dieren als de dood hen overvalt? Psalm 49:1718; Prediker 2:15-16; 3:19-20.
“De genealogie van ons geslacht, zoals de Inspiratie deze vermeldt, leidt terug tot op de grote Schepper, en niet naar een ontwikkeling uit cellen, weekdieren en viervoetige dieren. Hoewel hij gevormd werd uit het stof der aarde, was Adam ‘de zoon van God’. Als Gods vertegenwoordiger werd hij geplaatst boven de lagere diersoorten. Zij kunnen niet de soevereiniteit van God verstaan of erkennen, maar toch werden ze in staat gesteld de mens lief te hebben en te dienen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 20. “O, wonderlijke liefde van Christus, die zich neerbuigt om de schuldigen en de kranken te genezen! Een Godheid, Die smart heeft over de ellende van de lijdende mensheid en die verzacht! O, heerlijke kracht, op deze wijze getoond aan de mensenkinderen! Wie kan twijfelen aan de boodschap des heils? Wie kan de barmhartigheden van de medelijdende Verlosser versmaden? Er was niets minder dan scheppende kracht voor nodig om de gezondheid terug te geven aan dat wegstervende lichaam. Dezelfde stem, die door te spreken leven geschonken had aan de mens, die geschapen was uit het stof der aarde, had nu door te spreken leven gegeven aan de stervende verlamde. En dezelfde kracht, die leven had geschonken aan het lichaam, had het hart vernieuwd. Hij, Die ’sprak en het was er’, Die ’gebood en het stond er’ (Psalm 33:9), had door te spreken leven gegeven aan de ziel, die dood was door overtredingen en zonde.” –De Wens der Eeuwen, blz. 222. “In het vonnis, over Satan uitgesproken, lag ook een vingerwijzing naar de verlossing. ‘Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw’, zei God, ‘en tussen uw zaad en haar zaad; het zal u de kop vermorzelen, en gij zult het de hiel vermorzelen’ Genesis 3:15. Dit vonnis, uitgesproken in tegenwoordigheid van onze stamouders, hield voor hen een belofte in. Alvorens zij hoorden van de doorn en de distel, van het zwoegen en de smart, dat hun deel zou worden, of van het stof, waartoe ze zouden terugkeren, luisterden ze naar woorden, die niet konden nalaten hun hoop te geven. Al wat verloren was door zich over te geven aan Satan, kon door Christus herwonnen worden.” –Karaktervorming, blz. 26-27.
A. Leg uit, waar dode mensen zich van bewust zijn, en waarom wij dit punt duidelijk moeten begrijpen. Prediker 9:3-6; Psalm 115:17; 146:4.
“Spiritisme is het meesterwerk van bedrog. Het is Satans meest succesvolle en fascinerende misvatting, berekend om beslag te leggen op de sympathie van degenen, die hun dierbaren in het graf hebben gelegd. Boze engelen komen in de vorm van die dierbaren en vertellen over incidenten, die verband houden met hun leven, en voeren handelingen uit, die ze tijdens hun leven hebben verricht. Op deze manier leiden ze mensen ertoe om te geloven, dat hun overleden vrienden engelen zijn, die boven hen zweven en met hen communiceren. Deze boze engelen, die voorwenden de overleden vrienden te zijn, worden met een zekere afgoderij beschouwd, en bij velen heeft hun woord meer gewicht dan het Woord van God.” –This Day With God, blz. 247. “Het spiritisme staat op het punt de wereld gevangen te nemen. Er zijn velen, die denken dat het spiritisme in stand wordt gehouden door bedrog en oplichting, maar dit is verre van waar. Bovenmenselijke kracht werkt op verschillende manieren, en weinigen hebben enig idee, wat de manifestaties van spiritisme in de toekomst zullen zijn. De basis voor het succes van het spiritisme is gelegd in de beweringen, die zijn gedaan vanaf de kansels van ons land. De predikanten hebben onwaarheden verkondigd als Bijbelse leerstellingen, die hun oorsprong vinden bij de aartsbedrieger. De leer van bewustzijn na de dood, dat de geesten van de doden in verbinding staan met de levenden, heeft geen basis in de Schrift, en toch worden deze theorieën als waarheid bevestigd. Door deze valse leer is de weg geopend voor de geesten van duivels om de mensen te misleiden door zichzelf voor te stellen als de doden. Satanische agentschappen spelen de doden uit en brengen zo zielen in gevangenschap. Satan heeft een religie, hij heeft een synagoge en vrome aanbidders.” –Evangelism, blz. 602-603. B. Aangezien de doden niets weten, kunnen we dan bidden tot heiligen uit het verleden om te bemiddelen tussen ons en God? 1 Timótheüs 2:5.
“De vergoddelijking van de doden heeft een prominente plaats ingenomen in bijna elk systeem van het heidendom, evenals de veronderstelde verbinding met de doden. Men geloofde, dat de goden hun wil aan de mensen meedeelden, en ook, wanneer ze werden geraadpleegd, aan hen raad gaven. Van dit karakter waren de beroemde orakels van Griekenland en Rome.” –Evangelism, blz. 603.
A. Vergelijk het niveau van hoop tussen twee verschillende soorten mensen, terwijl ze afdalen in het graf. Spreuken 11:7; 14:32; Romeinen 8:11.
B. Leg het verschil uit tussen de opstanding van de rechtvaardigen en die van de goddelozen.
Johannes 5:21-29.
“Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de twee groepen, die zullen opstaan… Zij, die ‘waardig geacht’ zijn tot de opstanding ten leven, worden ‘zalig en heilig’ genoemd. ,’Over hen heeft de tweede dood geen macht’. Maar zij, die geen vergiffenis hebben gekregen op grond van hun berouw en hun geloof, moeten de straf van de overtreding, ‘het loon der zonde’, dragen. Ze krijgen een straf, die in duur en intensiteit verschilt ‘naardat hun werken zijn’, maar die hoe dan ook uitloopt op de tweede dood. Daar God in Zijn barmhartigheid en rechtvaardigheid de zondaren onmogelijk in hun zonden kan redden, maakt Hij een eind aan hun leven, dat ze door hun overtredingen hebben verspeeld en waarvoor zij onwaardig bleken te zijn. Eén van de Bijbelschrijvers heeft gezegd: ‘Immers nog een wijle, en de goddeloze is niet meer; als gij let op zijn plaats, dan is hij niet meer’. Een andere zegt: ‘Zij zullen worden, als hadden zij nooit bestaan’ Psalm 37:10; Obadja 16). Ze worden met schande overladen en verzinken in een eeuwige vergetelheid zonder hoop.” –De Grote Strijd, blz. 499. C. Hoe verwijst de Bijbel naar die tijdsperiode, waarin de rechtvaardigen dood zijn? Psalm 13:4; Markus 5:39; Johannes 11:11-14.
“Christus stelt de dood voor als een slaap voor Zijn gelovige kinderen. Hun leven is verborgen met Christus in God, en zij die sterven, zullen in Hem slapen, tot de laatste bazuin zal klinken.” –De Wens der Eeuwen, blz. 456. “Voor de gelovige is de dood slechts van geringe betekenis. Christus spreekt daarover, alsof het een kort ogenblik is. ’Indien iemand Mijn woord bewaard heeft, hij zal de dood in eeuwigheid niet aanschouwen’, ‘hij zal de dood in eeuwigheid niet smaken’’. Voor de christen is de dood slechts een slaap, een ogenblik van stilte en duisternis. Het leven is verborgen met Christus in God, en ’wanneer Christus verschijnt, Die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid’. (Johannes 8:51-52; Kolossensen 3:4) … Bij Zijn tweede komst zullen alle dierbare doden Zijn stem vernemen en zij zullen uitgaan tot een heerlijk, onsterfelijk leven. Dezelfde macht, die Christus opwekte uit de doden, zal Zijn gemeente opwekken, en deze met Hem verheelijken, boven alle overheden, boven alle machten, boven iedere naam, die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de toekomende.” –De Wens der Eeuwen, blz. 690-691.
A. Welke hoop moeten wij, net als Adam, voor ogen houden?
1 Korinthe 15:12-23.
“Na zijn verbanning uit Eden was Adams leven op aarde getekend door ellende en verdriet. Elk verwelkt blad, elk offer dat gebracht werd, elke degeneratie in de natuur, elke ontaarding van de mens herinnerde hem telkens weer aan zijn zonde. Zijn geweten knaagde verschrikkelijk, toen hij het kwaad zag toenemen. Wanneer hij de mensen waarschuwde, verweten ze hem, dat hij de oorzaak van de zonde was. Geduldig en nederig droeg hij bijna duizend jaar lang de straf van de overtreding. Hij beleed oprecht zijn zonde. Hij stelde zijn vertrouwen in de verdiensten van de beloofde Zaligmaker en stierf in de hoop, dat hij eens uit de doden zou opstaan.” –De Grote Strijd, blz. 597. B. Beschrijf hoe de opstanding van Gods getrouwe volk zal plaatsvinden. 1 Korinthe 15:42-55.
“De aarde werd machtig geschokt, toen de stem van de Zoon Gods de slapende heiligen opriep om tevoorschijn te treden. Zij gaven aan de roepstem gehoor en stonden op bekleed met heerlijke onsterfelijkheid, roepende: ‘Overwinning, overwinning over dood en graf! O dood, waar is uw prikkel? O graf, waar is uw overwinning?’ Toen verhieven de levende en de verrezen heiligen hun stemmen tot een lange, geestvervoerende triomfkreet. Deze lichamen, die in het graf gedaald waren met de merktekenen van ziekte en dood, verrezen met onsterfelijke gezondheid en kracht. De levende heiligen werden in een punt des tijds, in een ogenblik, samen opgenomen met degenen, die verrezen waren, en tezamen ontmoetten zij hun Heer in de lucht. O, welk een heerlijke ontmoeting! Vrienden, die de dood gescheiden had, werden wederom verenigd om nimmermeer gescheiden te worden.” –Eerste Geschriften, blz. 342-343.