Les 12 — SABBAT, 25 maart 2023
‘Komt dan, laat ons samen richten’
Tekst om te onthouden
Tekst om te onthouden: “Komt dan, en laat ons samen richten, zegt de Heere; al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol”
Jesaja 1:18
“Gods wet vormde de basis van dit (nieuwe) verbond, dat bestond uit een schikking om de mensen opnieuw in harmonie te brengen met Gods wil, door hen daar te brengen, waar ze aan Gods wet konden gehoorzamen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 334.
Aanvullende studie :: -Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 45-71.
A. Wat voor soort overeenkomst is er van onze kant nodig om met God gerechtvaardigd te worden?
B. Welke houding moeten wij hebben om zo’n overeenkomst te sluiten?
C. Wat voor soort verbondsopties worden ons gegeven?
6En nu heeft Hij zoveel uitnemender bediening gekregen, als Hij ook eens beteren verbonds Middelaar is, hetwelk in betere beloftenissen bevestigd is.
7Want indien dat eerste verbond onberispelijk geweest ware, zo zou voor het tweede geen plaats gezocht zijn geweest.
8Want hen berispende, zegt Hij tot hen: Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, en Ik zal over het huis Israels, en over het huis van Juda een nieuw verbond oprichten;
9Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage, als Ik hen bij de hand nam, om hen uit Egypteland te leiden; want zij zijn in dit Mijn verbond niet gebleven, en Ik heb op hen niet geacht, zegt de Heere.
10Want dit is het verbond, dat Ik met het huis Israels maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven, en in hun harten zal Ik die inschrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.
11En zij zullen niet leren, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, zeggende: Ken de Heere; want zij zullen Mij allen kennen van den kleine onder hen tot den grote onder hen.
12Want Ik zal hun ongerechtigheden genadig zijn, en hun zonden en hun overtredingen zal Ik geenszins meer gedenken.
13Als Hij zegt: Een nieuw verbond, zo heeft Hij het eerste oud gemaakt; dat nu oud gemaakt is en verouderd, is nabij de verdwijning.
“De voorwaarden van het ‘oude verbond’ waren: Gehoorzaam en leef: ‘De mens, die ze doet, zal daardoor leven’ (Ezechiël 20:11; Leviticus 18:5); maar ‘vervloekt is hij, die de woorden van deze wet niet metterdaad volbrengt’ (Deuteronomium 27:26). Het ‘nieuwe verbond’ was gegrond op ‘betere beloften’, de belofte van vergiffenis van zonden en van Gods genade om het hart te vernieuwen en het in harmonie te brengen met de beginselen van Gods wet. ‘Dit is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, zegt het woord des Heeren: Ik zal Mijn wet in hun binnenste leggen en in hun hart schrijven… Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en ik zal hun zonde niet meer gedenken’ (Jeremia 31:33-34).” –Patriarchen en Profeten, blz. 336.