Les 2 — SABBAT, 8 oktober 2022
De Opperste Gever
Tekst om te onthouden
Tekst om te onthouden: “Alle goede gave en alle volmaakte gift is van boven, van de Vader der lichten afkomende, bij Wie geen verandering is, of schaduw van omkering”
Jakobus 1:17
“God is liefde. Als lichtstralen, die van de zon komen, stromen liefde, licht en vreugde van Hem tot al Zijn schepselen. Het is Zijn natuur om te geven. Zijn leven zelf is een stroom van onzelfzuchtige liefde.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 70.
Aanvullende studie :: -Counsels on Stewardship, blz. 72;; -God’s Amazing Grace, blz. 62.
A. Wat voorzag God nog meer, nadat Hij de mensheid leven had geschonken? Waarom is dit een zegen voor ons?
7En de HEERE God had den mens geformeerd uit het stof der aarde, en in zijn neusgaten geblazen de adem des levens; alzo werd de mens tot een levende ziel.
15Zo nam de HEERE God den mens, en zette hem in den hof van Eden, om dien te bouwen, en dien te bewaren.
12Er is een kwaad, dat krankheid aanbrengt, hetwelk ik zag onder de zon: rijkdom van zijn bezitters bewaard tot hun eigen kwaad.
18Ook een iegelijk mens, aan denwelken God rijkdom en goederen gegeven heeft, en Hij geeft hem de macht, om daarvan te eten, en om zijn deel te nemen, en om zich te verheugen van zijn arbeid, datzelve is een gave van God.
“Adam mocht niet werkeloos zijn. Zodra hij geschapen was, werd hem zijn werk gegeven. Hij moest werk en geluk vinden in het verzorgen van de dingen, die God had geschapen, en als antwoord op zijn werk werd overvloedig voorzien in zijn behoeften uit de vruchten van de Hof van Eden.” –Counsels to Parents, Teachers and Students, blz. 273-274.
B. Welke dagelijkse bewijzen tonen Gods overvloedige liefde voor ons?
6O HEERE! Uw goedertierenheid is tot in de hemelen; Uw waarheid tot de bovenste wolken toe.
7Uw gerechtigheid is als de bergen Gods; Uw oordelen zijn een grote afgrond; HEERE! Gij behoudt mensen en beesten.
8Hoe dierbaar is Uw goedertierenheid, o God! Dies de mensenkinderen onder de schaduw Uwer vleugelen toevlucht nemen.
9Zij worden dronken van de vettigheid Uws huizes; en Gij drenkt hen uit de beek Uwer wellusten.
10Want bij U is de fontein des levens; in Uw licht zien wij het licht.
22Cheth. Het zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben;
23Cheth. Zij zijn allen morgen nieuw, Uw trouw is groot.
17Hoewel Hij nochtans Zichzelven niet onbetuigd gelaten heeft, goed doende van den hemel, ons regen en vruchtbare tijden gevende, vervullende onze harten met spijs en vrolijkheid.
“Wij zijn God dank verschuldigd voor elk moment van het bestaan en voor alle gemakken van het leven.” –Counsels on Stewardship, blz. 17.
“De Heer heeft Zijn leven gegeven aan de bomen en wijnstokken van Zijn schepping. Zijn woord kan de vrucht van het land vergroten of verkleinen. Als mensen hun begrip zouden openen om de verbinding tussen de natuur en de God van de natuur te onderscheiden, zouden getrouwe erkenningen van de kracht van de Schepper worden gehoord. Zonder het leven van God zou de natuur sterven. Zijn scheppende werken zijn van Hem afhankelijk. Hij schenkt levengevende eigenschappen aan alles, wat de natuur voortbrengt. Wij moeten de bomen, beladen met vruchten, beschouwen als de gave van God, net zo goed als, wanneer Hij de vruchten in onze handen heeft gelegd.” –Lift Him Up, blz. 62.