Tekst om te onthouden: “Alle goede gave en alle volmaakte gift is van boven, van de Vader der lichten afkomende, bij Wie geen verandering is, of schaduw van omkering”
Jakobus 1:17
“God is liefde. Als lichtstralen, die van de zon komen, stromen liefde, licht en vreugde van Hem tot al Zijn schepselen. Het is Zijn natuur om te geven. Zijn leven zelf is een stroom van onzelfzuchtige liefde.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 70.
Aanvullende studie :: -Counsels on Stewardship, blz. 72;; -God’s Amazing Grace, blz. 62.
A. Wat voorzag God nog meer, nadat Hij de mensheid leven had geschonken?
Genesis 2:7,
Genesis 2:15.
Waarom is dit een zegen voor ons?
Prediker 5:12,
Prediker 5:18.
“Adam mocht niet werkeloos zijn. Zodra hij geschapen was, werd hem zijn werk gegeven. Hij moest werk en geluk vinden in het verzorgen van de dingen, die God had geschapen, en als antwoord op zijn werk werd overvloedig voorzien in zijn behoeften uit de vruchten van de Hof van Eden.” –Counsels to Parents, Teachers and Students, blz. 273-274.
B. Welke dagelijkse bewijzen tonen Gods overvloedige liefde voor ons?
Psalm 36:6-10;
Klaagliederen 3:22-23;
Handelingen 14:17.
“Wij zijn God dank verschuldigd voor elk moment van het bestaan en voor alle gemakken van het leven.” –Counsels on Stewardship, blz. 17.
“De Heer heeft Zijn leven gegeven aan de bomen en wijnstokken van Zijn schepping. Zijn woord kan de vrucht van het land vergroten of verkleinen. Als mensen hun begrip zouden openen om de verbinding tussen de natuur en de God van de natuur te onderscheiden, zouden getrouwe erkenningen van de kracht van de Schepper worden gehoord. Zonder het leven van God zou de natuur sterven. Zijn scheppende werken zijn van Hem afhankelijk. Hij schenkt levengevende eigenschappen aan alles, wat de natuur voortbrengt. Wij moeten de bomen, beladen met vruchten, beschouwen als de gave van God, net zo goed als, wanneer Hij de vruchten in onze handen heeft gelegd.” –Lift Him Up, blz. 62.
A. Wat is de grootste van Gods gaven?
Johannes 3:16;
Efeze 2:4-7.
“De schat van het evangelie, de Weg, de Waarheid en het Leven, bevond zich onder hen (het Joodse volk), maar zij verwierpen de grootste gave, die God kon geven.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 58.
“Het hart van God gaat uit naar Zijn kinderen met een liefde sterker dan de dood. Toen Hij Zijn Zoon gaf, goot Hij de hele hemel uit in die ene gave. Het leven van de Heiland, Zijn dood en Zijn bemiddelingswerk, het werk van engelen, het pleiten van de Geest, de Vader, die boven en door dit alles heen Zijn invloed laat gelden, de onophoudelijke belangstelling van de kant van de hemelse wezens, dat alles speelt een rol ten gunste van de redding van de mens.” –Schreden naar Christus, blz. 25. “Christus heeft ons met de prijs van Zijn eigen bloed gekocht, Hij heeft de koopprijs voor onze verlossing betaald en als wij ons deze schat willen toe-eigenen, wordt zij ons eigendom door de vrije gave van God.” –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 237.
B. Welke gave belooft de Vader aan Zijn Zoon, als wij Christus volgen?
Johannes 6:37-39;
Johannes 17:24.
Waarom moet dit feit iedereen bemoedigen?
Jakobus 1:17-18.
“Hoeveel God van mensen houdt, kunnen wij nooit berekenen. Het universum is gevuld met bewijzen van Zijn mateloze liefdadigheid.
Christus heeft een aanspraak op iedereen in deze wereld. ‘Alle dingen zijn Mij door Mijn Vader overgegeven’, zei Hij (Lukas 10:22). ‘Al wat de Vader heeft, is Mijne’. ‘Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde’ (Johannes 16:15; Matthéüs 28:18). Alles in de hemel en op aarde staat ten dienste van Hem. De grote gave van hemelse liefde was niet om opgesloten te worden in de boezem van de Vader. Het was aan Christus om te geven aan behoeftige mensen.
Christus is vol van genade en waarheid. Hij is alles en in alles. Laat dan geen mens eer voor zichzelf nemen. De heerlijkheid moet gegeven worden aan de Zoon van God. Nu en voor altijd zal Hij alle lof ontvangen.” –Battle Creek Letters, blz. 65.
“Omdat wij de gave Zijns Vaders zijn en de beloning voor Zijn werk, heeft Jezus ons lief. Hij heeft ons lief als Zijn kinderen. Lezer, lezeres, Hij heeft u lief. De hemel zelf kan niets beters, niets groters schenken.” –De Wens der Eeuwen, blz. 420.
“Het is uw voorrecht om te vertrouwen op de liefde van Jezus voor verlossing, op de volste, zekerste, edelste manier; om te zeggen: Hij heeft mij lief, Hij ontvangt mij; ik zal Hem vertrouwen, want Hij gaf Zijn leven voor mij. Niets verdrijft zozeer twijfel als in contact komen met het karakter van Christus.” –Testimonies to Ministers, blz. 517.
A. Wat moeten wij ook van Jezus Christus begrijpen, als wij eerbied hebben voor de hemelse Vader als Schepper?
Hebreeën 1:1-3;
Johannes 1:1-3.
“Als Christus alle dingen gemaakt heeft, dan bestond Hij voor alle dingen. De woorden, die hierover zijn gesproken, zijn zo beslissend, dat niemand eraan hoeft te twijfelen. Christus was God in wezen, en in de hoogste betekenis. Hij was met God vanaf alle eeuwigheid, God boven alles, voor eeuwig gezegend.” –Lift Him Up, blz. 16. “Christus, het Woord, de eniggeboren Zoon van God, was één met de Vader, één in de natuur, één in karakter, één in doelstelling, het enige wezen van het hele universum, dat deel had aan het overleg en inzicht had in de plannen van God. De Vader heeft door Christus alle hemelse wezens geschapen. ‘In Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, … hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten’ (Kolossensen 1:16); en de ganse hemel bracht hulde aan Christus en aan de Vader.” –De Grote Strijd, blz. 455.
B. Op welke basis heeft Christus recht op onze aanbidding en discipelschap? Efeze 3:9;
Filippensen 2:5-10.
“De grootste gave, die God aan mensen kon schenken, werd geschonken in de gave van Zijn geliefde Zoon. De apostel zegt: ‘Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?’ (Romeinen 8:32). Er was niets in reserve gehouden. Er zal nooit een tweede proeftijd zijn. Als de onuitsprekelijke gave van God de mens niet tot berouw leidt, is er niets, dat ooit zijn hart zal bewegen. Er is geen kracht in reserve gehouden om zijn geest te beïnvloeden en zijn gevoeligheden op te wekken. Het hele karakter van God was geopenbaard in Zijn Zoon, het hele scala van de mogelijkheden van de hemel is getoond voor de aanvaarding van de mens in de Zoon van de Oneindige. De weg voor de terugkeer van de mens naar God en de hemel kent geen barrières. De weergaloze diepten van de liefde van de Verlosser zijn aangetoond; en als deze manifestatie van Gods liefde voor de mensenkinderen niet de overhand krijgt om mensen tot Zich te trekken, is er niets, dat dat ooit zal doen.” –The Signs of the Times, 30 december 1889.
“Wanneer hij door de Heilige Geest schrijft, zegt de apostel Paulus van Christus, dat ‘alle dingen door Hem en tot Hem geschapen zijn; en Hij is vóór alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem’ (Kolossensen 1:16-17). De hand, die de werelden in de ruimte schraagt, de hand, die alle dingen door het hele universum Gods heen in hun vastgestelde loop en onvermoeide activiteit leidt, is de hand, die voor ons aan het kruis werd genageld.” –Karaktervorming, blz. 132.
A. Welk fundamenteel concept moeten wij leren van het voorbeeld van Christus’ aardse leven?
Lukas 22:27 (laatste deel);
Hebreeën 5:8;
Hebreeën 12:2-3.
“Het fundament van het verlossingsplan was gelegd op offerande. Jezus verliet de koninklijke hoven en werd arm, opdat wij door Zijn armoede rijk konden worden. Allen, die delen in deze zaligheid, gekocht voor hen ten koste van zo’n oneindig offer door de Zone Gods, zullen het voorbeeld van de ware Leidsman navolgen. Christus was de uiterste Hoeksteen, en op dit Fundament moeten we bouwen. Een ieder moet een geest van zelfverloochening en zelfopoffering bezitten. Het leven van Christus op aarde was onzelfzuchtig; het werd gekenmerkt door ootmoed en offerande. En zullen mensen, delende in de grote zaligheid, hun gegeven doordat Jezus van de hemel kwam, weigeren hun Here te volgen en te delen in Zijn zelfverloochening en offergezindheid?” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 377.
B. In welke zin moeten wij graag Christus’ voorbeeld van opofferen volgen?
1 Petrus 2:21;
Romeinen 12:1-2.
“Christus offerde alles op voor de mens om hem in staat te stellen de hemel te winnen. Nu staat het aan de gevallen mens om te laten zien, wat hij persoonlijk zal opofferen om Christus’ wil, opdat hij de eeuwige heerschappij zal verkrijgen. Die een juist begrip hebben van de grootheid der zaligheid en van de kosten daarvan, zullen nooit morren, dat ze in tranen moeten zaaien, en dat strijd en zelfverloochening des christens deel zijn in dit leven.” –Uit de Schatlamer der Getuigenissen 1, blz. 422-423.
“Hij (Christus) legde Zijn heerlijkheid, Zijn heerschappij, Zijn rijkdommen af en zocht naar hen, die in zonde omkwamen. Hij vernederde Zich voor onze behoeften, opdat Hij ons tot de hemel kon verheffen. Opoffering, zelfverloochening en belangeloze welwillendheid kenmerkten Zijn leven. Hij is ons voorbeeld. Hebt u … het Voorbeeld nagevolgd?” –Testmonies for the Church vol. 2, blz. 549.
“De woorden: ‘Dat gij van uzelf niet zijt, want gij zijt duur gekocht’ (1 Korinthe 6:19-20), moeten in de ruimte van het geheugen worden opgeslagen, opdat wij altijd Gods recht mogen erkennen op onze talenten, ons eigendom, onze invloed, onszelf persoonlijk. Wij moeten leren, hoe wij deze gave van God moeten behandelen, in gedachten, in de ziel, in het lichaam, zodat wij als Christus’ verworven bezit Hem gezond en van harte mogen dienen.” –Medical Ministry, blz. 276.
A. Wat is genade, en waarom is het van belang voor onze verlossing?
Romeinen 5:6-9;
Efeze 2:8-9
“Genade is onverdiende gunst en de gelovige wordt gerechtvaardigd zonder enige verdienste van zichzelf, zonder enige aanspraak om aan God te offeren. Hij wordt gerechtvaardigd door de verlossing, die in Christus Jezus is, die in de voorhoven van de hemel staat als de plaatsvervanger en zekerheid van de zondaar.” –Selected Messages, bk. 1, blz. 398.
“Zijn (van de Verlosser) genade is voldoende om de zonde te onderwerpen.” –Het Geloof Waardoor Ik Leef, blz. 87.
B. Hoe zullen wij antwoorden op Gods overvloedige genade? Efeze 2:10;
Titus 2:11-14.
“Zijn goede werken van geen echte waarde? Wordt de zondaar, die elke dag straffeloos zondigt, door God met dezelfde gunst bekeken als degene, die door geloof in Christus probeert te werken in zijn rechtschapenheid? De Schrift antwoordt: ‘Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.’
In Zijn goddelijke vooeziening, door Zijn onverdiende gunst, heeft de Heer verordineerd, dat goede werken beloond zullen worden. Wij worden aangenomen alleen door Christus’ verdienste; en de daden van barmhartigheid, de daden van liefdadigheid, die wij verrichten, zijn de vruchten van geloof; en zij worden een zegen voor ons; want de mensen moeten beloond worden naar hun werken.
Het is de geur van de verdienste van Christus, die onze goede werken aanvaardbaar maakt voor God, en het is genade, die ons in staat stelt de werken te doen, waarvoor Hij ons beloont.” –Selected Messages, bk. 3, blz. 199-200.
“Al uw goede werken kunnen u niet redden; maar het is niettemin onmogelijk voor u om gered te worden zonder goede werken. Elk offer, dat voor Christus wordt gebracht, zal voor uw eeuwige gewin zijn.” –Selected Messages, bk. 3, blz. 147.
1. Noem enkele eenvoudige gaven van God, die uit de dagen van Eden zijn geschonken.
2. Hoe houdt Gods grootste gave een wederzijdse verbinding in?
3. Waarom is het belangrijk voor ons om te begrijpen, wie Christus werkelijk is?
4. Welk fundamenteel beginsel ligt ten grondslag aan het gehele verlossingsplan?
5. Hoe beïnvloedt genade van God onze voorbereiding op de Hemel?