Les 9 — Sabbat, 28 augustus 2021
De apostel onder belegering
Tekst om te onthouden
Tekst om te onthouden: “En Hij (de Heere) zeide tot mij: Ga heen; want Ik zal u ver tot de heidenen afzenden”
Handelingen 22:21
“Zij moeten, die geroepen worden om zich met Christus te verenigen, alles verlaten om Hem na te volgen.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz.. 17.
Aanvullende studie :: -Van Jeruzalem tot Rome, blz. 297-304.
A. Aan wat herinnert de behandeling van Paulus ons?
33Toen naderde de overste en greep hem, en beval, dat men hem met twee ketenen zou binden; en vraagde, wie hij was, en wat hij gedaan had.
34En onder de schare riep de ene dit, de andere wat anders. Doch als hij de zekerheid niet kon weten vanwege de beroerte, beval hij, dat men hem in de legerplaats zou brengen.
35En als hij aan de trappen gekomen was, gebeurde het, dat hij van de krijgsknechten gedragen werd vanwege het geweld der schare.
36Want de menigte des volks volgde, al roepende: Weg met hem!
18Doch al de menigte riep gelijkelijk, zeggende: Weg met Dezen, en laat ons Bar-abbas los.
“Toen de Zoon van God terecht stond, riepen de Joden: ‘Weg met Hem, kruisig Hem!’ omdat Zijn zuivere leven en heilige leer hen overtuigden van zonde en hen veroordeelden; en om dezelfde reden roepen velen in hun hart het uit tegen het woord van God.” –Counsels to Parents, Teachers, and Students, blz. 425.
B. Waarom opende de goddelijke Voorzienigheid de weg in de verdediging van Paulus?
37En als Paulus nu in de legerplaats zou geleid worden, zeide hij tot den overste: Is het mij geoorloofd tot u wat te spreken? En hij zeide: Kent gij Grieks?
38Zijt gij dan niet de Egyptenaar, die voor deze dagen oproer verwekte, en de vier duizend moordenaars naar de woestijn uitleidde?
39Maar Paulus zeide: Ik ben een Joods man van Tarsen, een burger van gene onvermaarde stad in Cilicie, en ik bid u, laat mij toe tot het volk te spreken.
“Te midden van het tumult bleef de apostel kalm en beheerst. Zijn geest was op God gericht en hij wist, dat hemelse engelen om hem heen waren. Hij kon de tempel niet verlaten zonder een poging te doen om zijn landgenoten de waarheid voor te houden. Daarom wendde hij zich tot de bevelvoerende officier en sprak hem op een respectvolle wijze aan in het Grieks en zei: “Mag ik tot u spreken?” … en smeekt om toestemming om tot de mensen te spreken. De Heer had Zijn dienstknecht een invloed gegeven op de Romeinse officier, en het verzoek werd ingewilligd.” –Sketches From the Life of Paul, blz. 218.