Tekst om te onthouden: “En Hij (de Heere) zeide tot mij: Ga heen; want Ik zal u ver tot de heidenen afzenden”
Handelingen 22:21
“Zij moeten, die geroepen worden om zich met Christus te verenigen, alles verlaten om Hem na te volgen.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz.. 17.
Aanvullende studie :: -Van Jeruzalem tot Rome, blz. 297-304.
A. Aan wat herinnert de behandeling van Paulus ons?
Handelingen 21:33-36;
Lukas 23:18.
“Toen de Zoon van God terecht stond, riepen de Joden: ‘Weg met Hem, kruisig Hem!’ omdat Zijn zuivere leven en heilige leer hen overtuigden van zonde en hen veroordeelden; en om dezelfde reden roepen velen in hun hart het uit tegen het woord van God.” –Counsels to Parents, Teachers, and Students, blz. 425.
B. Waarom opende de goddelijke Voorzienigheid de weg in de verdediging van Paulus?
Handelingen 21:37-39.
“Te midden van het tumult bleef de apostel kalm en beheerst. Zijn geest was op God gericht en hij wist, dat hemelse engelen om hem heen waren. Hij kon de tempel niet verlaten zonder een poging te doen om zijn landgenoten de waarheid voor te houden. Daarom wendde hij zich tot de bevelvoerende officier en sprak hem op een respectvolle wijze aan in het Grieks en zei: “Mag ik tot u spreken?” … en smeekt om toestemming om tot de mensen te spreken. De Heer had Zijn dienstknecht een invloed gegeven op de Romeinse officier, en het verzoek werd ingewilligd.” –Sketches From the Life of Paul, blz. 218.
A. Noem enkele hoogtepunten van Paulus’ verdediging.
Handelingen 21:40; 22:1-11.
“De apostel kon nooit zijn bekering vergeten, van vervolger van allen, die in Christus geloofden, tot Zijn volgeling! Hoeveel invloed had dit op zijn latere even! Welk een bemoediging was het te werken voor Hem, die hij vroeger veracht en bespottelijk gemaakt had. Nooit kon hij de verzekering vergeten, die hij in het eerste deel van zijn werk kreeg. Hij kon bewust spreken, omdat hij een ervaring, een persoonlijke kennis bezat van de Here Jezus.. Hij had een levend blijvend geloof, want hij kweekte een gevoel aan van de tegenwoordigheid van Christus in al zijn werken. Hij kreeg kracht door het gebed en als een getrouw strijder van Christus zag hij altijd op naar zijn Bevelvoerder voor opdrachten.” –Bijbelkommentaar, blz. 453.
B. Waarom was Paulus er helemaal zeker van, dat hij door God geroepen was om de heidenwereld te dienen?
Handelingen 22:12-21.
“Zo had de Here Paulus de opdracht gegeven om het grote zendingsveld der heidenen te betreden. Om hem op dit uitgebreide en moeilijke werk voor te bereiden, had God hem in nauwe verbinding met Zichzelf gebracht voor zijn in vervoering gebrachte blikken tonelen van hemelse schoonheid en heerlijkheid onthuld.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 120.
C. Hoe reageerde de menigte op Paulus, en wat was het gevolg?
Handelingen 22:22-24.
“Hij (de Romeinse hoofdman) had de Hebreeuwse toespraak van Paulus niet begrepen, en kwam tot de conclusie door de algemene opwinding, dat zijn gevangene schuldig moest zijn aan een of andere grote misdaad…
Het lichaam van de apostel werd uitgestrekt, als dat van een gewone boosdoener, om de zweepslagen te ontvangen. Er was geen vriend om hem bij te staan. Hij was in een Romeins kamp, slechts omringd door meedogenloze soldaten..” –Sketches From the Life of Paul, blz. 220.
D. Waarom werd Paulus gespaard voor een nog ergere beproeving?
Handelingen 22:25-29.
A. Hoe begon Paulus’ verhoor voor de raad, en wat profeteerde hij?
Handelingen 22:30; 23:1-5.
“Onder invloed van de Heilige Geest uitte Paulus een profetische aankondiging, gelijk aan die welke Christus had uitgesproken bij het bestraffen van de huichelarij van de Joden. Het oordeel, uitgesproken door de apostel, ging op een verschrikkelijke wijze in vervulling, toen de onrechtvaardige en huichelachtige hogepriester door moordenaars werd omgebracht tijdens de Joodse oorlog.” –Bijbelkommentaar, blz. 453.
B. Hoe richtte Paulus weer de aandacht van de toehoorders wijselijk?
Handelingen 23:6-9.
“De Farizeeën waren heel strikt wat betreft de uiterlijke waarneming van vormen en gebruiken en waren vervuld van hooghartige, wereldse, huichelachtige eigengerechtigheid. De Sadduceeën loochenden de opstanding der doden, het bestaan van engelen en stonden sceptisch tegenover God. Deze sekte bestond voornamelijk uit onwaardige personen en velen van hen waren losbandig in hun gewoonten.” –Bijbelkommentaar, blz. 301.
“De beide partijen begonnen onderling te redetwisten en zo werd de kracht van de oppositie tegen Paulus gebroken…
In de verwarring, die ontstond, streefden de Sadduceeën er vurig naar Paulus in hun macht te krijgen, opdat zij hem mochten doden; en de Farizeeën streefden er even vurig naar om hem te beschermen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 300.
C. Hoe was Paulus beschermd en wat brengt dit ons in herinnering?
Handelingen 23:10.
“Wat wij in Gods ogen zijn, hangt niet af van de hoeveelheid licht, die wij ontvangen hebben, maar van de wijze waarop we datgene, wat wij hebben, gebruiken. Op deze wijze bevinden zelfs de heidenen, die het goede kiezen, voor zover zij dat kunnen onderscheiden, zich in een gunstiger positie dan zij, die het grote licht ontvangen hebben, en belijden God te dienen, maar die geen acht slaan op het licht, en hun belijdenis tegenspreken door hun dagelijks leven.” –De Wens der Eeuwen, blz. 194.
A. Wat waren de gedachten van Paulus, toen hij ‘s nachts alleen in de gevangenistoren was, en wat bracht hem troost?
Handelingen 23:11.
“Later, toen Paulus de smartelijke belevenis van die dag overdacht, bekroop hem de vrees, dat zijn handelwijze Gode niet welgevallig was geweest. Was het misschien mogelijk, dat hij, welbeschouwd, er verkeerd aan had gedaan Jeruzalem te bezoeken? Had zijn grote verlangen om met zijn broeders verenigd te zijn, tot dit noodlottige gevolg geleid?
De plaats die de Joden als Gods speciale volk ten aanzien van de ongelovige wereld innamen, veroorzaakte de apostel hevige zielensmart. Hoe zouden de heidense krijgslieden tegen hen kunnen opzien, tegen hen die de aanbidders van Jehova moesten zijn, die heilige ambten bekleedden, en die zich thans aan de heerschappij van blinde, redeloze toorn overgaven, en zelfs hun broeders naar het leven stonden, die het waagden in geloofszaken met hen van mening te verschillen; tegen hen die het ernstigste overleg in de Raad deden verkeren in een scene van strijd en onbeschrijfelijke verwarring? Paulus gevoelde, dat de naam van zijn God in de ogen van de heidenen werd onteerd.
En nu zat hij in de gevangenis, en hij wist, dat zijn vijanden, in hun nietsontziende haat, alles in het werk zouden stellen om hem ter dood te brengen. Kon het zijn, dat zijn werk voor de gemeente afgelopen was, en dat grimmige wolven nu waren binnengekomen? De zaak van Christus lag Paulus na aan het hart, en met grote bezorgdheid dacht hij aan de gevaren voor de verstrooide gemeenten, die waren blootgesteld aan de vervolging van juist zulke lieden als, waarmee hij te doen had in de Hoge Raad. In droefheid en moedeloosheid weende hij en bad hij.
In deze donkere ure vergat de Here Zijn dienaar niet. Hij had hem beschermd tegen de bloeddorstige menigte in de voorhoven van de tempel; Hij was met hem geweest, toen hij voor de Hoge Raad stond; Hij was met hem in de kazerne; en, in antwoord op de ernstige gebeden van de apostel om leiding, openbaarde Hij Zich aan Zijn trouwe getuige. (Zie Handelingen 23:11).” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 300-301.
B. Wat toont Gods bereidheid om ons in de duisternis te troosten, net zoals Hij deed voor Paulus, en voor David alleen in de woestijn?
Psalm 63:6-7.
“Op alle tijden en in alle plaatsen, in alle smarten en beproevingen, wanneer het vooruitzicht duister schijnt en de toekomst verward en we ons hulpeloos en alleen voelen, zal de Trooster worden gezonden in antwoord op het gebed.” –De Daad bij het Woord, blz. 230.
A. Welk plan bedacht de vijand van zielen de volgende dag?
Handelingen 23:12-15.
“Terwijl de Here Zijn dienaar bemoedigde, beraamden Paulus’ vijanden plannen voor zijn ondergang.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 301.
B. Wie gebruikte de Heer om het kwaadaardige plan aan de kaak te stellen?
Handelingen 23:16-21.
C. Hoe alleen kon de overste het plan terzijde schuiven, en wat moet de vervolging tegen Paulus ons doen beseffen?
Handelingen 23:22-33.
“Het geval van Paulus was niet het eerste, waarbij een dienaar van God een toevluchtsoord bij de heidenen had gevonden tegen de boosaardigheid van degenen, die zich erop beroemden het volk van Jehova te zijn…
Terwijl de Joodse leiders voorgaven grote ijver voor de eer van God en voor het welzijn van Israël te bezitten, waren zij de vijanden van beide. Door voorschrift en voorbeeld voerden zij het volk verder en verder van de gehoorzaamheid jegens God af, daarheen waar Hij hen, zodra zich de problemen zouden voordoen, niet zou kunnen helpen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz..303.
“Satan werkt onophoudelijk door zijn handlangers om degenen, die door God zijn uitgekozen om een groot en goed werk tot stand te brengen, te ontmoedigen en teniet te doen. Zij zijn wellicht bereid zelfs hun leven voor de vooruitgang van de zaak van Christus te offeren, maar de aartsbedrieger zal hun broeders aangaande hen tot twijfel suggereren, en wanneer deze twijfel gekoesterd wordt, zal daardoor het vertrouwen in de rechtschapenheid van hun karakter ondermijnd worden en hun bruikbaarheid beperkt.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 303-304.
1. Hoe was Paulus’ gedrag in tegenstelling met dat van zijn landgenoten?
2. Wat maakte het voor Paulus mogelijk om het lijden te verduren, dat hem overlaadde?
3. Wie behandelden Paulus het slechts, de heidenen, Farizeeën of Sadduceeën?
4. Waarom kunnen wij getroost worden door Gods zorg voor Paulus in de gevangenistoren?
5. Verklaar de tegengestelde houding tussen de Romeinse hoofdman en de Joden.