Spring naar inhoud
Les 4Sabbat, 24 juli 2021

Gelukzaligheid in een kerker

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Verblijd u niet over mij, o mijn vijandin! Wanneer ik gevallen ben, zal ik weer opstaan; wanneer ik in duisternis zal gezeten zijn, zal de Heere mij een licht zijn”

Micha 7:8

“Christus was daar naast hen (Paulus en Silas in de kerker van Filippi), en het licht van Zijn tegenwoordigheid bestraalde de somberheid om hen heen met de heerlijkheid van de hemelse hoven.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 36.

Aanvullende studie :: -Van Jeruzalem tot Rome, blz. 158-163.
A. Als Christus in ons hart is, wat gebeurt er dan, als wij omwille van de waarheid in de gevangenis belanden?
auto_storiesMicha 7:8open_in_new
8Verblijd u niet over mij, o mijn vijandin! wanneer ik gevallen ben, zal ik weder opstaan; wanneer ik in duisternis zal gezeten zijn, zal de HEERE mij een licht zijn.
“Onze vijanden kunnen ons in de gevangenis stoppen, maar gevangenismuren kunnen de communicatie tussen Christus en onze ziel niet afsnijden. Iemand die al onze zwakheden ziet, die bekend is met elke beproeving, boven al de aardse krachten is; en engelen kunnen in eenzame cellen naar ons toe komen en licht en vrede uit de hemel brengen. De gevangenis zal als een paleis zijn, want de rijken in geloof wonen daar; en de duistere muren zullen worden verlicht met hemels licht.” –Gospel Workers,blz. 424. (1892).
“De heerlijkheid van God is de gevangenismuren binnengedrongen, en overspoelt met glorieuze stralen van hemels licht de donkerste kerker. Zijn heiligen mogen lijden, maar hun lijden zal, net als de apostelen van weleer, hun geloof verbreiden en zielen voor Christus winnen en Zijn heilige naam verheerlijken.” –The Upward Look, blz. 315.
“De Heere weet alles van Zijn getrouwe dienstknechten, die om Zijn naams wil in gevangenschap zijn of verbannen naar eenzame eilanden. Hij vertroost hen met Zijn eigen tegenwoordigheid. Wanneer ter wille van de waarheid de gelovige staat voor de rechtbank van onrechtvaardige rechters, staat Christus aan zijn zijde. Alles, wat hun wordt verweten, geldt Christus. Christus wordt steeds opnieuw veroordeeld in de persoon van Zijn discipelen. Wanneer één van hen door gevangenismuren is ingesloten, verblijdt Christus het hart met Zijn liefde.” –De Wens der Eeuwen, blz. 586-587.