Tekst om te onthouden: “Verblijd u niet over mij, o mijn vijandin! Wanneer ik gevallen ben, zal ik weer opstaan; wanneer ik in duisternis zal gezeten zijn, zal de Heere mij een licht zijn”
Micha 7:8
“Christus was daar naast hen (Paulus en Silas in de kerker van Filippi), en het licht van Zijn tegenwoordigheid bestraalde de somberheid om hen heen met de heerlijkheid van de hemelse hoven.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 36.
Aanvullende studie :: -Van Jeruzalem tot Rome, blz. 158-163.
A. Als Christus in ons hart is, wat gebeurt er dan, als wij omwille van de waarheid in de gevangenis belanden?
Micha 7:8.
“Onze vijanden kunnen ons in de gevangenis stoppen, maar gevangenismuren kunnen de communicatie tussen Christus en onze ziel niet afsnijden. Iemand die al onze zwakheden ziet, die bekend is met elke beproeving, boven al de aardse krachten is; en engelen kunnen in eenzame cellen naar ons toe komen en licht en vrede uit de hemel brengen. De gevangenis zal als een paleis zijn, want de rijken in geloof wonen daar; en de duistere muren zullen worden verlicht met hemels licht.” –Gospel Workers,blz. 424. (1892).
“De heerlijkheid van God is de gevangenismuren binnengedrongen, en overspoelt met glorieuze stralen van hemels licht de donkerste kerker. Zijn heiligen mogen lijden, maar hun lijden zal, net als de apostelen van weleer, hun geloof verbreiden en zielen voor Christus winnen en Zijn heilige naam verheerlijken.” –The Upward Look, blz. 315.
“De Heere weet alles van Zijn getrouwe dienstknechten, die om Zijn naams wil in gevangenschap zijn of verbannen naar eenzame eilanden. Hij vertroost hen met Zijn eigen tegenwoordigheid. Wanneer ter wille van de waarheid de gelovige staat voor de rechtbank van onrechtvaardige rechters, staat Christus aan zijn zijde. Alles, wat hun wordt verweten, geldt Christus. Christus wordt steeds opnieuw veroordeeld in de persoon van Zijn discipelen. Wanneer één van hen door gevangenismuren is ingesloten, verblijdt Christus het hart met Zijn liefde.” –De Wens der Eeuwen, blz. 586-587.
A. Wat moeten wij steeds in gedachte houden, als wij de houding van Paulus en Silas in de kerker in Filippi beschouwen?
Filippensen 2:14-15.
“Zij (Paulus en Silas) bemoedigden elkander in de volslagen duisternis en troosteloosheid van de kerker door gebeden en lofzangen tot God, omdat zij waardig waren bevonden ter wille van Hem smaad te lijden. Hun harten werden door een diepe en vurige liefde voor de zaak van hun Verlosser verblijd. Paulus dacht aan de vervolging, waarbij hij zich als werktuig had laten gebruiken om de discipelen van Christus uit te leveren, en hij verheugde zich, dat zijn ogen waren geopend om te zien en in zijn hart de kracht te voelen van de heerlijke waarheden, die hij eens had veracht.
Met verbazing luisterden de andere gevangenen naar het geluid van gebed en gezang, dat hen vanuit de binnenste kerker bereikte. Zij waren gewend aan gillen en kreten, die onder lasteren en vloeken de stilte van de nacht doorbraken, maar nooit tevoren hadden zij vanuit die donkere cel woorden van gebed en lofprijzing horen opstijgen. Bewakers en gevangenen verwonderden zich en vroegen zich af, wie deze mannen konden zijn, die, koud, hongerig en gepijnigd, zich toch konden verheugen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 158.
“Paulus en Silas hadden het verlies van alles, wat ze bezaten, te betreuren. Ze werden gegeseld en werden op niet zachtaardige wijze in een zeer pijnlijke houding op de koude vloer van hun kerker geworpen, namelijk met de voeten in het blok. Was het gemor en geweeklaag , dat de stokbewaarder hoorde? O, neen! Vreugdezangen en lofliederen ter ere Gods verbraken vanuit de kerker de stilte van het middernachtelijk uur. Deze discipelen werden opgemonterd door een diepe en vurige liefde voor het werk van hun Verlosser, voor Wie zij leden.
Wanneer de waarheid Gods onze harten vervult, onze affecties absorbeert en ons leven beheerst, zullen wij het ook als een vreugde beschouwen om ter wille van de waarheid te lijden. Geen kerkermuren, geen brandstapel zullen hun schrik aanjagen of hun liefde voor het grote werk verkillen. Kom, o mijn ziel, tot Golgotha. Schenkt uw aandacht eens aan het nederige leven van de Zone Gods. Hij was ‘een Man van Smarten en verzocht in krankheid’ (Jesaja 53:3). Aanschouw Zijn schande, Zijn zielesmart in Getsémané, en leer dan wat zelfverloochening is. Wordt van ons een lijden verwacht? Dat werd verwacht van Christus, de Majesteit des hemels. Maar Zijn armoede was om ons bestwil. Worden wij gerekend onder de rijken? Maar Hij wel. Echter om onzentwille wilde Hij arm worden, opdat wij door Zijn armoede rijk zouden worden. Wat zelfverloochening betreft hebben we in Christus een sprekend voorbeeld… We doen niet een twintigste deel van wat we zouden kunnen doen, indien we uit onze sluimer zouden ontwaken.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 400-401.
A. Wat deed de Almachtige, toen Hij om middernacht de gebeden en lofprijzingen hoorde opstijgen uit de kerker, en hoe kan dit getrouwe zielen verheffen in de laatste dagen van de aarde?
Handelingen 16:26;
Psalm 103:13,
Psalmen 103:17-22.
.
“Paulus en Silas baden en zongen lofzangen voor God; en engelen werden uit de hemel gezonden om hen te bevrijden. De aarde beefde onder de passen van deze hemelse boodschappers, en de gevangenisdeuren vlogen open, waardoor de gevangenen werden bevrijd.” –My Life Today, blz. 20.
“Wanneer de verschillende regeringen in de christelijke landen het bevel hebben uitgevaardigd tegen hen, die de geboden bewaren, en de overheid haar bescherming heeft ingetrokken, zodat ze worden overgeleverd aan de mensen, die hen willen doden, zullen Gods kinderen uit de steden en dorpen vluchten… Maar velen uit alle volken en klassen, hoog en laag, rijk en arm, zwart en blank, zullen worden overgeleverd aan de onrechtvaardigste en wreedste slavernij. Gods kinderen zullen zware tijden beleven. Ze zullen in boeien worden geslagen, worden opgesloten in gevangenissen, ter dood worden veroordeeld. Sommigen zullen van honger omkomen in donkere, smerige cellen. Niemand zal aandacht schenken aan hun geroep. Niemand zal hen helpen.
Zal God Zijn kinderen in die beproevingen vergeten? Vergat Hij de trouwe Noach, toen Hij de wereld van vóór de zondvloed verwoestte? Vergat Hij Lot, toen het vuur uit de hemel neerdaalde om de steden van de vlakte te vernietigen? Vergat Hij Jozef, toen hij woonde te midden van de afgodendienaars van Egypte? Vergat Hij Elia, toen de eed van Izebel hem bedreigde met het lot van de Baälpriesters? Vergat Hij Jeremia in zijn donkere put? Vergat Hij de drie jongelingen in de vurige oven? Of Daniël in de leeuwenkuil?....
‘De Heere der heerscharen heeft gezegd: ‘Wie u aanraakt, raakt mijn oogappel aan’ (Zacharia 2:8).
Ook al werpen hun vijanden hen in de gevangenis, de gevangenismuren zijn niet dik genoeg om het contact tussen hen en Christus te verbreken. Hij, die al hun zwakheden kent, die al hun beproevingen kent, staat boven alle aardse machten. Ze zullen door engelen worden bezocht in hun eenzame cellen en zij zullen hun licht en vrede uit de hemel brengen. De gevangenis zal als een paleis zijn, want het is de verblijfplaats van hen, die rijk zijn in het geloof. De sombere muren zullen met een hemels licht worden beschenen, zoals toen Paulus en Silas in de nacht gebeden tot God richtten en lofliederen zongen in de gevangenis te Filippi.
Gods oordelen zullen komen over hen, die Zijn volk willen verdrukken en doden.” –De Grote Strijd, blz. 578-579.
A. Hoe reageerde de gevangenbewaarder, toen hij zag, dat de aardbeving het voor de gevangenen mogelijk had gemaakt te ontsnappen, en welk krachtig getuigenis van Christus toonde Paulus?
Handelingen 16:27-30.
“Hij (de gevangenbewaarder) was er zeker van, dat de dood de straf zou zijn voor zijn schijnbare ontrouw. Hij riep in de bitterheid van zijn geest uit, dat het beter voor hem was om door zijn eigen hand te sterven dan zich te onderwerpen aan een schandelijke executie. Hij stond op het punt zichzelf te doden, toen Paulus met luide stem riep: ‘Doe uzelf geen kwaad; want wij allen zijn hier’.
De strengheid, waarmee de gevangenbewaarder de apostelen had behandeld, had hun haat niet gewekt, anders hadden zij hem toegestaan zelfmoord te plegen.. Maar hun harten waren vervuld met de liefde van Christus, en zij koesterden geen kwaadaardigheid jegens hun vervolgers. De gevangenbewaarder liet zijn zwaard vallen en riep om licht. Hij haastte zich naar de binnenste kerker en viel neer voor Paulus en Silas, smekend om hun vergeving. Hij bracht hen toen in de openbare rechtszaal en vroeg hun: ‘Heren, wat moet ik doen om gered te worden?’
Hij had gebeefd vanwege de toorn van God, die tot uiting kwam in de aardbeving; hij was bereid door zijn eigen hand te sterven uit vrees voor de straf van de Romeinse wet, toen hij dacht, dat de gevangenen waren ontsnapt; maar nu waren al deze dingen voor hem van weinig belang vergeleken met de nieuwe en vreemde angst, die zijn geest in beroering bracht, en zijn verlangen om die rust en opgewektheid te bezitten, die de apostelen toonden onder hun extreme lijden en misbruik.
Hij zag zijn eigen betreurenswaardige toestand in tegenstelling met die van de discipelen, en met diepe nederigheid en eerbied vroeg hij hun om hem de weg des levens te tonen.” –Sketches From the Life of Paul, blz. 77-78.
B. Beschrijf, hoe de Heilige Geest bewoog in deze crisis.
Handelingen 16:31-36.
“Een zegenrijke invloed verspreidde zich onder de medegevangenen, en het gemoed van allen werd ontvankelijk gemaakt om naar de door de apostelen gesproken waarheden te luisteren. Zij waren overtuigd, dat de God, die door deze mannen werd gediend, hen wonderbaarlijk uit gevangenschap had bevrijd.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 160.
A. Wat deden de magistraten, toen zij hoorden, dat Paulus en Silas Romeinse burgers waren, en hoe schikten de apostelen zich?
Handelingen 16:37-39.
“De overheid vreesde de invloed van de apostelen op het volk, en ook vreesden zij de Macht, die ten gunste van deze onschuldige mannen had ingegrepen. Overeenkomstig het door Christus gegeven onderricht, wilden de apostelen hun aanwezigheid, waar die niet werd verlangd, niet opdringen.” – Van Jeruzalem tot Rome, blz. 161.
B. Wie troostte wie na de wrede beproeving, die Paulus en Silas het hoofd noesten bieden, interessant genoeg, voordat zij vertrokken?
Handelingen 16:40.
Wat concludeerden de apostelen over hun tijd in Filippi?
Filippensen 1:29.
“De apostelen beschouwden hun werk in Filippi niet als nutteloos. Zij hadden veel tegenstand en vervolging ontmoet. Maar de tussenkomst der Voorzienigheid om hunnentwil en de bekering van de gevangenbewaarder en zijn huisgezin waren meer dan een vergoeding voor de smaad en het lijden, dat zij hadden doorstaan. Het nieuws van hun onrechtmatige gevangenschap en wonderbare bevrijding werd in die gehele streek bekend, en dit bracht het werk van de apostelen onder de aandacht van een groot aantal mensen, die anders niet waren bereikt.
Het werk van Paulus te Filippi had de vestiging van een gemeente tot gevolg, waarvan het ledental gestadig toenam. Zijn ijver en overgave, en voor alles zijn bereidheid om ter wille van Christus te lijden, oefenden een diepe duurzame invloed uit. Zij prezen de kostbare waarheden, waarvoor de apostelen zoveel hadden opgeofferd, en gaven zichzelf met oprechte toewijding aan de zaak van hun Verlosser.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 162.
1. Als ik ter wille van de waarheid gevangen zit, wat moet dan mijn prioriteit zijn?
2. Hoe moet het lijden van Christus en Zijn apostelen mij motiveren?
3. Wat leert de aardbeving in Filippi mij over de God, die ik dien?
4. Beschrijf, hoe de brute gevangenbewaarder was veranderd.
5. Welke vruchten waren het gevolg van Gods oproep aan Paulus om naar Macedónië te gaan?