Les 11 — Sabbat, 11 september 2021
Getuigenis geven aan een koning
Tekst om te onthouden
Tekst om te onthouden: “Dan, hulp van God verkregen hebbende, sta ik tot op deze dag, betuigende beiden klein en groot, niets zeggende buiten hetgeen de profeten en Mozes gesproken hebben, dat geschieden zou”
Handelingen 26:22
“De kroon van Christus moet verheven worden boven de diademen van aardse heersers.” –Testimonies for the Church 6, blz. 402.
Aanvullende studie :: -Van Jeruzalem tot Rome, blz. 310-320.
A. Toen Felix werelds plezier, hebzucht en eerzuchtige politiek boven het door Paulus gebrachte licht stelde, wat volgde er dan in zijn leven?
26En tegelijk ook hopende, dat hem van Paulus geld gegeven zou worden, opdat hij hem losliet; waarom hij hem ook dikwijls ontbood, en sprak met hem.
27Maar als twee jaren vervuld waren, kreeg Felix Porcius Festus in zijn plaats; en Felix, willende den Joden gunst bewijzen, liet Paulus gevangen.
“Hij (Felix) hoopte, dat Paulus door de betaling van een grote geldsom zijn vrijheid kon verkrijgen. De apostel bezat echter een te edelmoedig karakter om zichzelf door omkoping te bevrijden. Hij was aan geen enkele overtreding schuldig, en hij wilde zich niet tot het plegen van onrecht verlagen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 310.
“(In een vete in Caesarea tussen Grieken en Joden). Alsof dit nog niet genoeg was, gaf Felix, wiens vijandschap tegen de Joden van jaar tot jaar was toegenomen, zijn soldaten de vrijheid de huizen van de rijken te plunderen.
Deze gewaagde daden van onrecht en wreedheid konden niet onopgemerkt blijven. De Joden klaagden Felix formeel aan en hij werd naar Rome geroepen om antwoord te geven op hun aanklachten. Hij wist maar al te goed, dat zijn houding van afpersing en onderdrukking hen ruimschoots aanleiding had gegeven voor deze klachten, maar toch hoopte hij hen te verzoenen. Daarom, hoewel hij diep respect had voor Paulus, besloot hij aan hun boosheid te voldoen door Paulus gevangen te laten. Maar al zijn pogingen waren vergeefs; hoewel hij aan verbanning en dood ontkwam, werd hij van zijn functie ontheven en beroofd van het grootste deel van zijn onrechtmatig verkregen rijkdom. Drusilla, de deelgenote in zijn schuld, kwam later met hun enige zoon om tijdens de uitbarsting van de Vesuvius. Zijn eigen dagen eindigden in ongenade en vergetelheid.” –Bijbelkommentaar, blz. 455.