Spring naar inhoud
Les 11SABBAT, 12 juni 2021

Hoop voor “Wereldlingen” buitenaf

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Indien dan God hun gelijke gave gegeven heeft, als ook ons, die in de Heere Jezus Christus geloofd hebben, wie was ik toch, die God kon weren?”

Handelingen 11:17

“Het moet voor ons in ons werk een grote bemoediging zijn te denken aan het erbarmen en de tedere liefde Gods voor hen, die zoekende zijn en bidden om licht.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 2, blz. 407-408.

Aanvullende studie :: -Van Jeruzalem tot Rome, blz. 98-108;; 117-120;; -Testimonies for the Church 6, blz. 76-84.
A. Vertel de ervaring van Petrus’ bezoek aan Lydda.
auto_storiesHandelingen 9:32-35open_in_new
32En het geschiedde, als Petrus alom doortrok, dat hij ook afkwam tot de heiligen, die te Lydda woonden.
33En aldaar vond hij een zeker mens, met name Eneas, die acht jaren te bed gelegen had, welke geraakt was.
34En Petrus zeide tot hem: Eneas! Jezus Christus maakt u gezond; sta op en spreid uzelven het bed. En hij stond terstond op.
35En zij zagen hem allen, die te Lydda en Sarona woonden, dewelke zich bekeerden tot den Heere.
B. Waarom kunnen wij allemaal bemoedigd worden door het wonder in Joppe, en waarom zijn gemeenteleden, zoals Dorkas, zo’n aanwinst voor het lichaam?
auto_storiesHandelingen 9:36-43open_in_new
36En te Joppe was een zekere discipelin, met name Tabitha, hetwelk overgezet zijnde, is gezegd Dorkas. Deze was vol van goede werken en aalmoezen, die zij deed.
37En het geschiedde in die dagen, dat zij krank werd en stierf; en als zij haar gewassen hadden, legden zij haar in de opperzaal.
38En alzo Lydda nabij Joppe was, de discipelen, horende, dat Petrus aldaar was, zonden twee mannen tot hem, biddende, dat hij niet zou vertoeven tot hen over te komen.
39En Petrus stond op, en ging met hen; welken zij, als hij daar gekomen was, in de opperzaal leidden. En al de weduwen stonden bij hem, wenende, en tonende de rokken en klederen, die Dorkas gemaakt had, als zij bij haar was.
40Maar Petrus, hebbende hen allen uitgedreven, knielde neder en bad: en zich kerende tot het lichaam, zeide hij: Tabitha, sta op! En zij deed haar ogen open, en Petrus gezien hebbende, zat zij over einde.
41En hij gaf haar de hand, en richtte haar op, en de heiligen en de weduwen geroepen hebbende, stelde hij haar levend voor hen.
42En dit werd bekend door geheel Joppe, en velen geloofden in den Heere.
43En het geschiedde, dat hij vele dagen te Joppe bleef, bij een zekeren Simon, een lederbereider.
“In Joppe was een Dorcas, wier vaardiger vingers actiever waren dan haar tong. Zij wist, wie gemakkelijke kleding nodig had en wie behoefte had aan sympathie, en aan beide groepen voorzag zij ruimschoots in de behoefte. Toen Dorcas stierf, was de gemeente Joppe zich pijnlijk bewust van het verlies. Het is geen wonder, dat zij treurden en klaagden, of dat hete tranen op dat levenloze lichaam vielen. Zij was van zo’n grote waarde, dat zij door de kracht van God uit het land van de vijand werd teruggehaald, opdat haar vaardigheden en energie anderen nog tot zegen zouden kunnen zijn.
Zulk een geduldige, biddende en vasthoudende getrouwheid, als deze heiligen van God bezaten, is zeldzaam; toch kan de gemeente zonder dit niet bloeien… Er is altijd behoefte aan standvastige, godvrezende arbeiders, die in tijden van tegenspoed niet zullen bezwijken.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 247-248.