Spring naar inhoud
Les 10SABBAT, 6 maart 2021

GEHEIMEN VAN SUCCES

Tekst om te onthouden

“Voorzeker, Zijn heil is nabij degenen, die Hem vrezen, opdat in ons land eer wone”

Psalm 85:10

“Eerbied voor Gods wet gaf Israël kracht gedurende de regering van David.” –Profeten en Koningen, blz. 282.

Aanvullende studie:: -Patriarchen en Profeten, blz. 650-653.
A. Geef een voorbeeld, dat Davids trouw en rechtvaardigheid toont.
auto_stories2 Samuël 8:15open_in_new
15Alzo regeerde David over gans Israel, en David deed aan zijn ganse volk recht en gerechtigheid.
auto_stories2 Samuël 9:1-6open_in_new
1En David zeide: Is er nog iemand die overgebleven is van het huis van Saul, dat ik weldadigheid aan hem doe, om Jonathans wil?
2Het huis van Saul nu had een knecht, wiens naam was Ziba; en zij riepen hem tot David. En de koning zeide tot hem: Zijt gij Ziba? En hij zeide: Uw knecht.
3En de koning zeide: Is er nog iemand van het huis van Saul, dat ik Gods weldadigheid bij hem doe? Toen zeide Ziba tot den koning: Er is nog een zoon van Jonathan, die geslagen is aan beide voeten.
4En de koning zeide tot hem: Waar is hij? En Ziba zeide tot den koning: Zie, hij is in het huis van Machir, den zoon van Ammiel, te Lodebar.
5Toen zond de koning David heen, en hij nam hem uit het huis van Machir, den zoon van Ammiel, van Lodebar.
6Als nu Mefiboseth, de zoon van Jonathan, den zoon van Saul, tot David inkwam, zo viel hij op zijn aangezicht, en boog zich neder. En David zeide: Mefiboseth! En hij zeide: Zie, hier is uw knecht.
“Men vertelde hem (David), dat een zoon van Jonatan nog leefde, Mefiboset, die verlamd was vanaf zijn jeugd. Ten tijde van Sauls nederlaag voor de Filistijnen te Jizreël had zijn verzorgster hem tijdens de vlucht laten vallen, zodat hij voor zijn hele leven kreupel was geworden. David liet de jonge man naar het hof halen en ontving hem vriendelijk.”
–Patriarchen en Profeten, blz. 650.
B. Welke zendingsles kunnen wij leren van de manier, waarop David het hart van deze sceptische kleinzoon van Saul wist te raken?
auto_stories2 Samuël 9:7-13open_in_new
7En David zeide tot hem: Vrees niet, want ik zal zekerlijk weldadigheid bij u doen, om uws vaders Jonathans wil; en ik zal u alle akkers van uw vader Saul wedergeven; en gij zult geduriglijk brood eten aan mijn tafel.
8Toen boog hij zich, en zeide: Wat is uw knecht, dat gij omgezien hebt naar een doden hond, als ik ben?
9Toen riep de koning Ziba, Sauls jongen, en zeide tot hem: Al wat Saul gehad heeft, en zijn ganse huis, heb ik den zoon uws heren gegeven.
10Daarom zult gij voor hem het land bearbeiden, gij, en uw zonen, en uw knechten, en zult de vruchten inbrengen, opdat de zoon uws heren brood hebbe, dat hij ete; en Mefiboseth, de zoon uws heren, zal geduriglijk brood eten aan mijn tafel. Ziba nu had vijftien zonen en twintig knechten.
11En Ziba zeide tot den koning: Naar alles, wat mijn heer de koning zijn knecht gebiedt, alzo zal uw knecht doen. Ook zou Mefiboseth, etende aan mijn tafel, als een van des konings zonen zijn.
12Mefiboseth nu had een kleinen zoon, wiens naam was Micha; en allen, die in het huis van Ziba woonden, waren knechten van Mefiboseth.
13Alzo woonde Mefiboseth te Jeruzalem, omdat hij geduriglijk at aan des konings tafel; en hij was kreupel aan beide zijn voeten.
“Door geruchten van Davids vijanden was Mefiboset in het begin bevooroordeeld geweest tegen David. Hij zag hem als een indringer. Maar de edelmoedigheid en de vriendelijke ontvangst van de vorst wonnen het hart van de jonge man.” –Patriarchen en Profeten, blz. 650.
“Houd u vol tedere, medelijdende liefde bezig met de moedelozen en hulpelozen. Geef hun uw moed, uw hoop, uw kracht. Dwing hen door uw liefde om te komen.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 140.

volunteer_activismEerste Sabbatgaven voor het Wereld Rampenfonds

I‘En er zullen grote aardbevingen wezen in verscheidene plaatsen, en hongersnoden, en pestilentiën; … En op de aarde benauwdheid der volken met twijfelmoedigheid, als de zee en watergolven groot geluid zullen geven’ (Lukas 21:11,25).

Moeten we ook de orkanen, cyclonen, tsunami’s, tornado’s, aardbevingen, hongersnoden en pestilenties in dit decennium noemen? Rampen kosten veel levens. Tienduizenden sterfgevallen vinden doorgaans plaats, voordat er zelfs maar een voedsel te kort wordt gemeld door de belangrijke nieuws bronnen, meer dan 3.000 door koude, 2.000 door droogte, enz. Toch voelt het hart van oneindige liefde van onze Vader dit allemaal.

“Het is voor mensen heel natuurlijk om te menen, dat grote rampen een duidelijke aanwijzing zijn van grove misdaden en enorme zonden; maar mensen maken vaak een vergissing, als ze op deze wijze het karakter afmeten. We leven niet in een tijd van vergeldend oordeel. Goed en kwaad zijn vermengd, en allen worden door rampen getroffen. Soms overschrijden mensen de grens van Gods beschermende zorg en dan oefent Satan zijn macht over hen uit, terwijl God niet tussenbeide komt. Job werd zwaar beproefd en zijn vrienden probeerden hem te doen erkennen, dat zijn lijden het gevolg was van de zonde, waardoor hij zich onder Gods vonnis bevond. Zij stelden zijn geval voor als dat van een groot zondaar, maar de Here bestrafte hen, omdat ze Zijn getrouwe dienstknecht veroordeelden.” –Bijbelkommentaar, blz. 172.

Hoe zit het met de zielen, die lijden onder al deze rampen? Inderdaad de onschuldigen lijden vaak met de schuldigen. Huizen worden verwoest, gewassen vernietigd, levens worden aangetast. Wat is onze plicht?

“Een lijdende naaste niet helpen is een schending van de wet van God… We moeten zorgen voor elk geval van lijden en onszelf beschouwen als Gods werktuigen om de nood tot het uiterste van ons vermogen verlichten. We moeten goed doen aan alle mensen, en vooral aan hen, die tot huisgenoten van het geloof behoren.“ –Sons en Daughters of God, blz. 52.

“God zal zeker degenen oordelen, die hun verworven bezit verwaarlozen, die de lijdenden laten omkomen, wanneer het in hun macht is hen verlichting te bieden.“ –The Review and Herald, 10 december 1895.

Laten we alstublieft allemaal ons uiterste best doen, wanneer de Eerste Sabbatgaven voor het Wereld Rampenfonds worden ingezameld, wetende dat door het dienen van Gods lijdenden, we Hem dienen.

–De Welfare Afdeling van de Generale Conferentie