Les 8 — SABBAT, 21 november 2020
Toen Jezus beval stil te zijn
Tekst om te onthouden
“Alles heeft een bestemde tijd, en alle voornemen onder de hemel heeft zijn tijd… een tijd om te zwijgen, en een tijd om te spreken”
Prediker 3:1
“De Heiland ging nooit tot het uiterste, verloor nooit Zijn zelfbeheersing, en nooit overtrad Hij de wetten van goede smaak. Hij wist, wanneer te spreken en wanneer te zwijgen.” –Gospel Workers, blz. 317.
Aanvullende studie :: : -De Weg tot Gezondheid, blz. 38-41;; 48-51;; 70-74.
A. Welk gebod gaf Jezus aan de onreine geesten? Wat toonde dit over Zijn autoriteit?
23En er was in hun synagoge een mens, met een onreinen geest, en hij riep uit,
24Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazarener, zijt Gij gekomen om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods.
25En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga uit van hem.
26En de onreine geest, hem scheurende, en roepende met een grote stem, ging uit van hem.
27En zij werden allen verbaasd, zodat zij onder elkander vraagden, zeggende: Wat is dit? Wat nieuwe leer is deze, dat Hij met macht ook den onreine geesten gebiedt, en zij Hem gehoorzaam zijn!
11En de onreine geesten, als zij Hem zagen, vielen voor Hem neder en riepen, zeggende: Gij zijt de Zone Gods.
12En Hij gebood hun scherpelijk dat zij Hem niet zouden openbaar maken.
“De aandacht van de mensen werd van Christus afgeleid, en men luisterde niet meer naar Zijn woorden. Dat was Satans opzet door zijn slachtoffer in de synagoge te brengen. Maar Jezus bestrafte de boze geest en zei: ‘Zwijg stil en vaar uit van hem. En de boze geest wierp hem in het midden neer en voer van hem uit zonder hem enig kwaad te doen’ …
Hij, Die Satan had overwonnen bij de verzoeking in de woestijn, werd wederom tegenover Zijn vijand gesteld. De boze geest gebruikte al zijn kracht om de macht over zijn slachtoffer te behouden. Wanneer hij hier grond zou verliezen, zou dat betekenen, dat hij een overwinning aan Jezus liet. Het scheen, dat de gekwelde man zijn leven zou moeten geven in de strijd met de vijand, die de ondergang van zijn menszijn was geweest. Maar de Heiland sprak met gezag en bevrijdde de gevangene.” –De Wens der Eeuwen, blz. 208-209.