Hoofdzaken van de Profetie — Sabbat, 2 mei 2026

Les 5: Een opeenvolging van koninkrijken

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Het gezicht nu van avond en morgen, dat er gezegd is, is de waarheid; en gij, sluit dit gezicht toe, want er zijn nog vele dagen toe” (Daniël 8:26).

Daniël 8:26

“Elk rijk heeft zijn proeftijd gehad; elk heeft gefaald, zijn heerlijkheid is verdwenen, zijn macht vergaan.” –Profeten en Koningen, blz. 326.

Aanvullende studie:: –De Grote Strijd, blz. 396-403.

Zondag — 26 april

1. DE RAM WORDT GROOT

A. Wat zag Daniël tegen het einde van Babylons heerschappij?

Daniël 8:1-2.

Daniël 8:1: In het derde jaar des koninkrijks van den koning Belsazar, verscheen mij een gezicht, mij Daniel, na hetgeen mij in het eerste verschenen was. Daniël 8:2: En ik zag een gezicht, (het geschiedde nu, toen ik het zag, dat ik in den burg Susan was, welke in het landschap Elam is) ik zag dan in een gezicht, dat ik aan den vloed Ulai was.

B. Beschrijf het gedrag van het eerste beest, dat op het toneel verscheen en groot werd.

Daniël 8:3-4.

Daniël 8:3: En ik hief mijn ogen op, en ik zag, en ziet, een ram stond voor dien vloed, die had twee hoornen, en die twee hoornen waren hoog, en de een was hoger dan de andere, en de hoogste kwam in het laatste op. Daniël 8:4: Ik zag, dat de ram met de hoornen tegen het westen stiet, en tegen het noorden, en tegen het zuiden, en geen dieren konden voor zijn aangezicht bestaan, en er was niemand, die uit zijn hand verloste; maar hij deed naar zijn welgevallen, en hij maakte zich groot.

C. Hoe verklaarde de engel de ram, die Daniël had gezien?

Daniël 8:19-20.

Daniël 8:19: En hij zeide: Zie, ik zal u te kennen geven, wat er geschieden zal ten einde dezer gramschap; want ter bestemder tijd zal het einde zijn. Daniël 8:20: De ram met de twee hoornen, dien gij gezien hebt, zijn de koningen der Meden en der Perzen.

"In het visioen van de profeet wordt (God) gezien, hoe Hij een machtige heerser terneer werpt, en een ander aanstelt. Hij wordt geopenbaard als de vorst van het universum, die op het punt staat Zijn eeuwig koninkrijk op te richten, de Oude van dagen, de levende God, de Bron van alle wijsheid, de Heerser van het heden, en Hij die de toekomst openbaart." –Bijbelkommentaar, blz. 268. Zo vergaat alles, wat niet gegrond is in God.” –“Uit de opkomst en ondergang van volken, zoals dit wordt geschilderd in de boeken Daniël en de Openbaring, moeten we leren, hoe waardeloos uiterlijke en wereldse heerlijkheid is. Hoe volledig is Babel, met al haar pracht en praal, een pracht zoals onze wereld sedertdien niet meer heeft gezien, een pracht en heerlijkheid die voor de mensen uit die tijd zo blijvend was, van het toneel verdwenen! Het is vergaan ‘als een bloem in het gras'. Zo zijn ook Medo -Perzië, en de wereldrijken Griekenland en Rome verdwenen.” –Profeten en Koningen, blz. 336. Sabbat Bijbel Lessen, Jaargang 102, nr. 2 27

Maandag — 27 april

2. DE "ZEER GROTE" GEITENBOK

A. Welke nieuwe macht kwam Medo -Perzië uitdagen?

Daniël 8:5,

Daniël 8:5: Toen ik dit overlegde, ziet, er kwam een geitenbok van het westen over den gansen aardbodem, en roerde de aarde niet aan; en die bok had een aanzienlijken hoorn tussen zijn ogen.

21.

B. Beschrijf de veroveringsmacht van de koning van dit nieuwe rijk.

Daniël 8:6-7.

Daniël 8:6: En hij kwam tot den ram, die de twee hoornen had, dien ik had zien staan voor den vloed; en hij liep op hem aan in de grimmigheid zijner kracht. Daniël 8:7: En ik zag hem, nakende aan den ram, en hij verbitterde zich tegen hem, en hij stiet den ram, en hij brak zijn beide hoornen; en in den ram was geen kracht, om voor zijn aangezicht te bestaan; en hij wierp hem ter aarde, en hij vertrad hem, en er was niemand, die den ram uit zijn hand verloste.

“De macht, uitgeoefend door elke heerser op aarde, is door de Hemel toebedeeld; en van zijn gebruik van de aldus geschonken macht, hangt zijn welslagen af. Voor ieder geldt het woord van de Goddelijke Wachter: ‘Ik gordde u, hoewel gij Mij niet kendet.’ (Jesaja 45:5). En voor een ieder bevatten de woorden, in het verleden tot Nebukadnezar gesproken, de levensles: ‘Doe uw zonden teniet door rechtvaardigheid, en uw ongerechtigheid door erbarming jegens ellendigen, of er misschien verlenging van uw rust wezen moge’ (Daniël 4:27). Deze dingen te begrijpen, te begrijpen dat ‘gerechtigheid een volk verhoogt’; dat ‘de troon door gerechtigheid wordt bevestigd’ en ‘geschraagd door liefde’ (Spreuken 14:34; 16:12; 20:28); de uitwerking van deze beginselen te erkennen in de openbaring van Zijn macht, die ‘koningen afzet en koningen aanstelt’ (Daniël 2:21), betekent, dat men de filosofie van de geschiedenis begrijpt. Alleen in het woord Gods wordt dit duidelijk naar voren gebracht. Hier wordt getoond, dat de kracht van volken, zowel als van personen, niet gevonden wordt in de kansen of bekwaamheden, die hen onoverwinnelijk schijnen te maken en evenmin in hun opgeblazen grootheid. Hun kracht wordt afgemeten naar de trouw, waarmede zij Gods doel in vervulling doen gaan.” –Karaktervorming, blz. 176-177.

C. Wat gebeurde er met het Griekse rijk, toen het uitermate groot werd op het hoogtepunt van de carrière van Alexander de Grote?

Daniël 8:8,

Daniël 8:8: En de geitenbok maakte zich uitermate groot; maar toen hij sterk geworden was, brak die grote hoorn, en er kwamen op aan deszelfs plaats vier aanzienlijke, naar de vier winden des hemels.

22.

“’Hij die traag is tot kwaadheid', zegt de wijze man, 'is beter dan de machtige; en hij, die zijn geest beheerst, dan hij, die een stad inneemt.' De man of vrouw, die zijn evenwichtigheid van geest bewaart, wanneer hij verzocht wordt om zijn woede te luchten, staat in het oog van God en de hemelse engelen hoger dan de meest beroemde generaal, die ooit een leger tot de overwinning voerde. Een gevierd keizer zei op zijn sterfbed: 'Onder al mijn overwinningen is er maar één, die mij nu alle troost verschaft, en dat is de overwinning die ik behaald heb over mijn eigen stormachtige humeur.' Alexander en Caesar vonden het gemakkelijker om de wereld omver te werpen dan zichzelf te beheersen. Na het veroveren van volk na volk vielen zij, de een 'het slachtoffer van onmatigheid, de ander van krankzinnige eerzucht’." –Hoe Leid Ik Mijn Kind, blz. 108-109.

Dinsdag — 28 april

3. “UITNEMEND GROOT”

A. Welke nieuwe macht wordt beschreven als de overnemer van het verdeelde Griekse rijk?

Daniël 8:9,

Daniël 8:9: En uit een van die kwam voort een kleine hoorn, welke uitnemend groot werd, tegen het zuiden, en tegen het oosten, en tegen het sierlijke land.

23.

B. Beschrijf de handelingen van Rome, zowel heidens als pauselijk, welke Daniël in een visioen zag.

Daniël 8:10-12,

Daniël 8:10: En hij werd groot tot aan het heir des hemels; en hij wierp er sommigen van dat heir, namelijk van de sterren, ter aarde neder, en hij vertrad ze. Daniël 8:11: Ja, hij maakte zich groot tot aan den Vorst diens heirs, en van Denzelven werd weggenomen het gedurig offer, en de woning Zijns heiligdoms werd nedergeworpen. Daniël 8:12: En het heir werd in den afval overgegeven tegen het gedurig offer; en hij wierp de waarheid ter aarde; en deed het, en het gelukte wel.

24.

“De paus was de tiran van de wereld geworden. Koningen en keizers bogen zich voor de bevelen van de paus in Rome. Het lot van de mensen, voor tijd en eeuwigheid, scheen in zijn handen te zijn… Maar 'de middagglans van het pausdom was het middernachtelijk duister van de wereld’… Eeuwenlang werd in Europa geen vooruitgang geboekt op het gebied van wetenschap, kunst of beschaving. De christenheid was het slachtoffer geworden van morele en intellectuele verlamming.” –De Grote Strijd, blz. 56-57.

“Zoals in de profetieën was voorzegd, wierp de pauselijke macht de waarheid neer. Gods wet werd met voeten getreden, terwijl de menselijke overleveringen en gebruiken werden geîrd. De kerken, die onder het gezag van het pausdom stonden, werden al vroeg verplicht de zondag te heiligen. Door de heersende dwalingen en het bijgeloof raakten velen, zelfs onder het ware volk van God, zó in de war dat ze, wel de Sabbat heiligden, maar ’s zondags ook niet werkten. Maar daar waren de katholieke leiders niet mee tevreden. Ze eisten niet alleen, dat de zondag gevierd werd, maar ook dat de Sabbat zou worden ontheiligd. Ze veroordeelden iedereen, die de Sabbat heiligde in de felste bewoordingen. Men kon Gods wet alleen in vrede gehoorzamen, als men voor de roomse macht vluchtte.” –De Grote Strijd, blz. 61-62.

C. Hoe zou deze macht, ondanks haar sluwe methoden, tot een einde komen?

Daniël 8:25.

Daniël 8:25: En door zijn kloekheid zo zal hij de bedriegerij doen gedijen in zijn hand; en hij zal zich in zijn hart verheffen; en in stille rust zal hij er velen verderven, en zal staan tegen den Vorst der vorsten, doch hij zal zonder hand verbroken worden.

“Ondanks duisternis tijdens de lange periode van pauselijke heerschappij is het licht der waarheid nooit helemaal uitgedoofd. In elke eeuw waren er gelovigen, die Christus als de enige Middelaar tussen God en de mensen aanvaardden, de Bijbel als de enige leefregel beschouwden en de ware Sabbat heiligden. Wij zullen nooit weten hoeveel de wereld aan hen te danken heeft. Ze werden als ketters gebrandmerkt. Hun motieven werden bestreden. Hun karakter werd beklad. Hun geschriften werden onderdrukt, vervalst of vernietigd. En toch volhardden ze. Van eeuw tot eeuw bewaarden ze hun geloof in al zijn reinheid, als een heilig erfdeel voor het nageslacht.” –De Grote Strijd, blz. 58. Sabbat Bijbel Lessen, Jaargang 102, nr. 2 29

Woensdag — 29 april

4. DE 2300 DAGEN

A. Welk gesprek ving Daniël op over de tijdspanne, die de gebeurtenissen in het visioen bestreken, en wat er aan het einde van die periode zou gebeuren?

Daniël 8:13-14.

Daniël 8:13: Daarna hoorde ik een heilige spreken; en de heilige zeide tot den onbenoemde, die daar sprak: Tot hoelang zal dat gezicht van het gedurig offer en van den verwoestenden afval zijn, dat zo het heiligdom als het heir ter vertreding zal overgegeven worden? Daniël 8:14: En hij zeide tot mij: Tot twee duizend en driehonderd avonden en morgens; dan zal het heiligdom gerechtvaardigd worden.

B. Welke anti typische gebeurtenis werd vooraf geschaduwd door de reiniging van het heiligdom, zoals geïllustreerd in de ceremoniële wet en voorspeld in Daniëls visioen?

Leviticus 23:27-32;

Leviticus 23:27: Doch op den tienden dezer zevende maand zal de verzoendag zijn, een heilige samenroeping zult gij hebben; dan zult gij uw zielen verootmoedigen, en zult den HEERE een vuuroffer offeren. Leviticus 23:28: En op dienzelven dag zult gij geen werk doen; want het is de verzoendag, om over u verzoening te doen voor het aangezicht des HEEREN uws Gods. Leviticus 23:29: Want alle ziel, welken op dienzelven dag niet zal verootmoedigd zijn geweest, die zal uitgeroeid worden uit haar volken. Leviticus 23:30: Ook alle ziel, die enig werk op dienzelven dag gedaan zal hebben, die ziel zal Ik uit het midden haars volks verderven. Leviticus 23:31: Gij zult geen werk doen; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten, in al uw woningen. Leviticus 23:32: Het zal u een sabbat der rust zijn; dan zult gij uw zielen verootmoedigen; op den negenden der maand in den avond, van den avond tot den avond, zult gij uw sabbat rusten.

16:33-34.

"In de tabernakelen tempeldienst, die een voorafschaduwing van het offer en martelaarschap van Christus was, sloot de reiniging van het heiligdom door de hogepriester de jaarlijkse cyclus af. Door deze dienst werd het verzoeningswerk afgerond en werden de zonden van Israël uit het heiligdom verwijderd. Deze dienst was een beeld van het afsluitingswerk van onze Hogepriester in de hemel. Daar worden de zonden van Zijn volk, die in de hemelse boeken staan opgetekend, verwijderd en uitgedelgd." –De Grote Strijd, blz. 329.

“Zoals de zonden van het volk vroeger op het zondoffer werden overgedragen en door zijn bloed zinnebeeldig naar het heiligdom op aarde werden overgebracht, worden de zonden van de gelovigen, die hun schuld belijden, op Christus overgedragen en naar het heiligdom in de hemel overgebracht. Zoals de zinnebeeldige reiniging van het heiligdom op aarde plaats vond door het wegdoen van de zonden, die het verontreinigden, wordt het hemelse heiligdom gereinigd door het verwijderen van de zonden, die daar zijn opgetekend. Maar voordat dit kan gebeuren, moeten de boeken, waarin de zonden zijn opgetekend, worden onderzocht om uit te maken wie, door berouw over zijn zonden en door het geloof in Christus, in aanmerking komt voor de voorrechten van Christus’ verzoening. Het reinigen van het heiligdom in de hemel impliceert een onderzoekend oordeel. Dit werk moet worden gedaan, voordat Christus terugkomt om Zijn volk te verlossen; want wanneer Hij terugkeert, heeft Hij Zijn loon bij Zich ‘om een ieder te vergelden, naardat zijn werk is’ (Openbaring 22:12).” –De Grote Strijd, blz. 394-395.

C. Wat zei de engel over de 2300-profetie?

Daniël 8:26

Daniël 8:26: Het gezicht nu van avond en morgen, dat er gezegd is, is de waarheid; en gij, sluit dit gezicht toe, want er zijn nog vele dagen toe.

(vergelijk met vers 14).

Donderdag — 30 april

5. EEN GEDEELTELIJK BEGREPEN VISIOEN

A. Wat moest de engel Gabriël voor Daniël doen?

Daniël 8:15-18.

Daniël 8:15: En het geschiedde, toen ik dat gezicht zag, ik Daniel, zo zocht ik het verstand deszelven, en ziet, er stond voor mij als de gedaante eens mans. Daniël 8:16: En ik hoorde tussen Ulai eens mensen stem, die riep en zeide: Gabriel! geef dezen het gezicht te verstaan. Daniël 8:17: En hij kwam nevens waar ik stond; en als hij kwam, verschrikte ik, en viel op mijn aangezicht. Toen zeide hij tot mij: Versta, gij mensenkind! want dit gezicht zal zijn tot den tijd van het einde. Daniël 8:18: Als hij nu met mij sprak, viel ik in een diepen slaap op mijn aangezicht ter aarde; toen roerde hij mij aan, en hij stelde mij op mijn standplaats.

“Het was Gabriël, de engel die in rang na de Zoon van God kwam, die de goddelijke boodschap aan Daniël bracht. Het was Gabriël, 'Zijn engel', die door Christus gezonden werd om de toekomst te openbaren aan de geliefde Johannes; en er wordt een zegen uitgesproken over hen, die de woorden der profetie lezen en horen, en bewaren hetgeen daarin geschreven staat. (Openbaring 1:3).” –De Wens der Eeuwen, blz. 189.

B. Ondanks de uitgebreide uitleg van vele andere details, wat was Daniëls reactie, toen hij hoorde over de tijdsprofetie van de 2300 dagen?

Daniël 8:27.

Daniël 8:27: Toen werd ik, Daniel, zwak, en was enige dagen krank; daarna stond ik op, en deed des konings werk; en ik was ontzet over dit gezicht; maar niemand merkte het.

“In een ander gezicht werd verder licht gegeven op de gebeurtenissen, die komen zouden; en het was aan het slot van dit gezicht, dat Daniël een heilige hoorde spreken met een andere heilige, en de vraag werd gehoord: ‘Hoelang zal dit gezicht gelden?’ (Daniël 8:13). Het antwoord luidde: 'Tweeduizend driehonderd avonden en morgens; dan zal het heiligdom in rechten hersteld worden' (vers 14). Dit antwoord vulde hem met verwarring. Ernstig zocht hij de betekenis van dit gezicht. Hij begreep niet in welke verhouding de zeventigjarige ballingschap, waarover Jeremia had gesproken, stond ten opzichte van de drieëntwintighonderd jaar, die volgens de hemelse bode, zouden verlopen eer Gods heiligdom gereinigd kon worden. De engel Gabriël gaf hem een gedeeltelijke verklaring; toen de profeet echter de woorden hoorde: 'Het gezicht… ziet op een verre toekomst', werd hij ziek. ‘Ik, Daniël, was uitgeput en was enige dagen ziek’, schrijft hij. ‘Daarna stond ik op en verrichtte de dienst bij de koning; en ik was verbijsterd over het gezicht, maar niemand merkte het.’ (Verzen 26-27).” –Profeten en Koningen, blz. 338-339.

Vrijdag — 1 mei

TERUGBLIK

1. Welke motieven liggen maar al te vaak ten grondslag aan de veroveringen van aardse machten?

2. Welke karakterfout, die niet werd gecorrigeerd, leidde ertoe, dat de opmerkelijke hoorn van de geitenbok brak?

3. Hoe leken de heidense en pauselijke fasen van Rome op elkaar?

4. Wat moest er gebeuren aan het einde van de 2300 dagen?

5. Welk deel van het visioen was nog steeds een mysterie voor Daniël, toen hij flauwviel?

Eerste Sabbatgaven

Tijdens de delegatenvergadering van de 24e Generale Conferentie waren veel recent geopende Zendingen vertegenwoordigd. We verheugen ons van harte over deze vooruitgang van de zaak van de tegenwoordige waarheid en kijken er zeker naar uit om steeds meer dergelijke Unies te openen, omdat de hele wereld verlicht moet worden met de heerlijkheid van God. Er zijn meer manieren om mee te werken aan dit geweldige werk van zielen redden op nieuwe plaatsen. 'Want een ieder, die de Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden. Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in Wie zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven, van Wie zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun predikt? En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden?' (Romeinen 10:13-15, eerste deel). Zowel de arbeiders als degenen, die het werk financieren, verloochenen zichzelf op verschillende manieren om de verloren schapen te redden.

“Als iedereen in onze gelederen wist, hoe moeilijk het in het verleden was om het werk te vestigen op plaatsen, die sindsdien belangrijke centra zijn geworden, zouden ze beseffen, dat het moed vergt om een ongunstige situatie onder ogen te zien en met opgeheven handen naar de hemel te verklaren: 'Wij zullen niet falen en niet ontmoedigd worden'. Degenen, die niet de weg hebben gebaand in nieuwe en moeilijke gebieden, beseffen de moeilijkheden van pionierswerk niet. Als ze Gods werk konden begrijpen, zouden ze niet alleen blij zijn met, wat er is gedaan, maar zouden ze ook reden tot vreugde zien in de toekomst van het werk. Mijn broeders en zusters, er is geen reden voor ontmoediging. Het goede zaad is gezaaid. God zal erover waken, het moet ontkiemen en een overvloedige oogst voortbrengen. Bedenk, dat veel van de ondernemingen voor zielen redden in het begin met grote moeilijkheden worden volbracht.” –Testimonies for the Church, vol. 7, blz. 242.

“Elke dollar, die we bezitten, is van de Heer. In plaats van middelen te besteden aan nutteloze dingen, moeten we deze investeren in het beantwoorden van de oproepen van zendingswerk. Naarmate er nieuwe gebieden worden geopend, nemen de oproepen voor middelen voortdurend toe.” –Historical Sketches, blz. 293. Daarom zullen vandaag de Eerste Sabbatgaven worden ingezameld voor Wereld Zendingen, een belangrijk fonds, dat nu zo hard nodig is. Moge de Heer elke gever zegenen om vreugdevol, met zelfverloochening en geloof, te geven en ieder op zijn beurt belonen.

–Uw broeders van de Generale Conferentie.