Les 3 — Sabbat, 18 april 2026
Toekomstige rijken onthuld
Tekst om te onthouden
Tekst om te onthouden: “Hij verandert de tijden en stonden; Hij zet de koningen af en Hij bevestigt de koningen; Hij geeft de wijzen wijsheid, en wetenschap aan hen, die verstand hebben” (Daniël 2:21).
Daniël 2:21
"De kracht der volkeren en mensen ligt niet in de kansen of mogelijkheden, waardoor ze onoverwinnelijk worden; dit alles ligt niet in de grootheid, waarop ze zich beroemen. Die wordt uitgemeten naarmate de trouw, waarmee ze aan Gods plannen beantwoorden." –Profeten en Koningen, blz. 305.
Aanvullende studie:: –Profeten en Koningen, blz. 296-306.
A. Wat droeg koning Nebukadnezar op, nadat hij uit een verontrustende droom was ontwaakt?
1In het tweede jaar nu des koninkrijks van Nebukadnezar, droomde Nebukadnezar dromen; daarvan werd zijn geest verslagen, en zijn slaap werd in hem gebroken.
2Toen zeide de koning, dat men roepen zou de tovenaars, en de sterrekijkers, en de guichelaars, en de Chaldeen, om den koning zijn dromen te kennen te geven; zij nu kwamen, en stonden voor het aangezicht des konings.
B. Hoe reageerden de raadsheren van de koning op zijn ongebruikelijke verzoek?
3En de koning zeide tot hen: Ik heb een droom gedroomd; en mijn geest is ontsteld om dien droom te weten.
4Toen spraken de Chaldeen, tot den koning in het Syrisch: O koning, leef in eeuwigheid! Zeg uw knechten den droom, zo zullen wij de uitlegging te kennen geven.
5De koning antwoordde en zeide tot de Chaldeen: De zaak is mij ontgaan; indien gij mij den droom en zijn uitlegging niet bekend maakt, gij zult in stukken gehouwen worden, en uw huizen zullen tot een drekhoop gemaakt worden.
6Maar indien gijlieden den droom en zijn uitlegging te kennen geeft, zo zult gij geschenken en gaven, en grote eer van mij ontvangen; daarom geeft mij den droom en zijn uitlegging te kennen.
7Zij antwoordden ten tweeden male, en zeiden: De koning zegge zijn knechten den droom, dan zullen wij de uitlegging te kennen geven.
“De koning wist, dat als ze werkelijk de betekenis konden geven, zij ook de droom konden vertellen. De Here in Zijn voorzienigheid had Nebukadnezar deze droom gegeven en ervoor gezorgd, dat hij de bijzonderheden vergat, terwijl het angstige gevoel was blijven hangen, om zo de machteloosheid van de wijzen van Babel te openbaren.” –Het Geheiligde Leven, blz. 26.
C. Wat gaven deze wijze mannen van Babylon toe, ondanks hun beweringen over een verbinding met de geestenwereld en het hiernamaals?
8De koning antwoordde en zeide: Ik weet vastelijk, dat gijlieden den tijd uitkoopt, dewijl gij ziet, dat de zaak mij ontgaan is.
9Indien gijlieden mij dien droom niet te kennen geeft, ulieder vonnis is enerlei; daarom hebt gij een leugenachtig en verdicht woord voor mij te zeggen bereid, totdat de tijd verandere; daarom zegt mij den droom, dan zal ik weten, dat gij mij deszelfs uitlegging zult te kennen geven.
10De Chaldeen antwoordden voor den koning, en zeiden: Er is geen mens op den aardbodem, die des konings woord zou kunnen te kennen geven; daarom is er geen koning, grote of heerser, die zulk een zaak begeerd heeft van enigen tovenaar, of sterrekijker, of Chaldeer.
11Want de zaak die de koning begeert, is te zwaar; en er is niemand anders, die dezelve voor den koning te kennen kan geven, dan de goden, welker woning bij het vlees niet is.
“Bevreesd voor de gevolgen van hun falen trachtten de tovenaars de koning aan te tonen, dat zijn verzoek onredelijk was en dat hij meer van hen eiste dan ooit van iemand was gevraagd.” –Profeten en Koningen, blz. 299.