Oude berichten uit de hemel, nog steeds actueel — Sabbat, 28 februari 2026

Les 9: Wij weten al, wat we moeten doen!

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Hij heeft u bekendgemaakt, o mens, wat goed is, en wat eist de HEERE van u: dan recht te doen en liefdadigheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God?” (Micha 6:8).

Micha 6:8

“God neemt degenen aan, die een nederig, vertrouwend en berouwvol hart hebben en hoort hun gebeden; en wanneer God helpt, zullen alle obstakels overwonnen worden.” –Testimonies for the Church, vol. 4, blz. 539.

Aanvullende studie:: –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 521-530.

Zondag — 22 februari

1. IN GODS OGEN

A. Met welke eenvoudige uitleg moest de profeet Micha onze plicht jegens God samenvatten?

Micha 6:8.

Micha 6:8: Hij heeft u bekend gemaakt, o mens! wat goed is; en wat eist de HEERE van u, dan recht te doen, en weldadigheid lief te hebben, en ootmoediglijk te wandelen met uw God?

“De woorden en de wet van God, geschreven in de ziel en tentoongespreid in een toegewijd, heilig leven, hebben een krachtige invloed om de wereld te overtuigen. Hebzucht, die afgoderij is, en afgunst, en liefde voor de wereld, zullen worden uitgeroeid uit de harten van hen, die gehoorzaam zijn aan Christus, en het zal hun genoegen zijn rechtvaardig te handelen, barmhartigheid lief te hebben en nederig voor God te wandelen. O, hoeveel omvat dit, nederig voor God wandelen! De wet van God, geschreven in het hart, zal het verstand en de wil onderwerpen aan de gehoorzaamheid van Christus.” –Testimonies for the Church, vol. 3, blz. 201.

B. Hoe worden we herinnerd aan de noodzaak van oprechte rechtschapenheid?

Micha 6:11.

Micha 6:11: Zou ik rein zijn, met een goddeloze weegschaal en met een zak van bedriegelijke weegstenen?

“Een lichte afwijking van de waarheid, een kleine verandering in de eisen Gods, wordt niet als zo erg zondig beschouwd, wanneer het gaat om geldelijke winst of verlies. Maar zonde is zonde, of die nu begaan wordt door de miljonair of door de bedelaar in de straten. Die zich bezit toe-eigenen door valse voorspiegelingen, brengen de vervloeking over hun ziel.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 528.

Maandag — 23 februari

2. ONZE TOESTAND TEGENOVER GODS HEERLIJKHEID

A. Welke treffende beschrijving wordt gegeven van de toestand van Gods belijdende volk in Micha’s tijd?

Micha 7:2-4.

Micha 7:2: De goedertierene is vergaan uit het land, en er is niemand oprecht onder de mensen; zij loeren altemaal op bloed, zij jagen, een iegelijk zijn broeder, met een jachtgaren. Micha 7:3: Om met beide handen wel dapper kwaad te doen, zo eist de vorst, en de rechter oordeelt om vergelding; en de grote spreekt de verderving zijner ziel, en zij draaien ze dicht ineen. Micha 7:4: De beste van hen is als een doorn; de oprechtste is scherper dan een doornheg; de dag uwer wachters, uw bezoeking, is gekomen; nu zal hunlieder verwarring wezen.

“Dit was werkelijk een tijd van grote gevaren voor het uitverkoren volk. Nog maar enkele jaren dan zouden de tien stammen van het rijk van Israël verstrooid worden onder de heidense volkeren. En in het rijk van Juda zag het er ook somber uit. De machten van het goede werden steeds minder, terwijl de machten van het kwaad sterker werden.” –Profeten en Koningen, blz. 200.

B. Welk uitzicht helpt ons om gefocust te blijven op onze behoefte aan God?

Micha 7:5-7;

Micha 7:5: Gelooft een vriend niet, vertrouwt niet op een voornaamsten vriend; bewaar de deuren uws monds voor haar, die in uw schoot ligt. Micha 7:6: Want de zoon veracht den vader, de dochter staat op tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder; eens mans vijanden zijn zijn huisgenoten. Micha 7:7: Maar ik zal uitzien naar den HEERE, ik zal wachten op de God mijns heils; mijn God zal mij horen.

Psalm 60:12.

Psalmen 60:12: Zult Gij het niet zijn, o God! Die ons verstoten hadt, en niet uittoogt, o God! met onze heirkrachten? [ (Psalms 60:13) Geef Gij ons hulp uit de benauwdheid, want 's mensen heil is ijdelheid. ] [ (Psalms 60:14) In God zullen wij kloeke daden doen, en Hij zal onze wederpartijders vertreden. ]

C. Beschrijf de kostbare hoop, die iedereen door geloof mag aangrijpen.

Micha 7:8-9.

Micha 7:8: Verblijd u niet over mij, o mijn vijandin! wanneer ik gevallen ben, zal ik weder opstaan; wanneer ik in duisternis zal gezeten zijn, zal de HEERE mij een licht zijn. Micha 7:9: Ik zal des HEEREN gramschap dragen, want ik heb tegen Hem gezondigd; totdat Hij mijn twist twiste, en mijn recht uitvoere; Hij zal mij brengen aan het licht; ik zal mijn lust zien aan Zijn gerechtigheid.

“Het verlossingsplan van God is ruim genoeg om heel de wereld te omvatten. God verlangt ernaar om in de verslagen mensheid de adem des levens te blazen. En Hij zal geen enkele ziel teleurstellen, die oprecht verlangt naar iets hogers en edelers dan wat de wereld hem kan bieden. Gedurig zendt Hij Zijn engelen tot hen die, hoewel ze omringd zijn door de meest ontmoedigende omstandigheden, in geloof bidden om een kracht, groter dan zij zelf bezitten, om van hen bezit te nemen en verlossing en vrede te brengen. Op verschillende manieren zal God Zich aan hen openbaren en voor hen voorzienigheden openen, waardoor hun vertrouwen gesterkt zal worden in Hem, die Zich als losprijs heeft gegeven voor allen, ‘die hun vertrouwen op God zouden stellen en Gods werken niet vergeten, maar Zijn geboden bewaren’. (Psalm 78:7).” –Profeten en Koningen, blz. 231.

D. Hoe hoog prijst Micha duidelijk het karakter van God?

Micha 7:18-19.

Micha 7:18: Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft, en de overtreding van het overblijfsel Zijner erfenis voorbijgaat? Hij houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid; want Hij heeft lust aan goedertierenheid. Micha 7:19: Hij zal Zich onzer weder ontfermen; Hij zal onze ongerechtigheden dempen; ja, Gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen.

“Heerlijke waarheid! Rechtvaardig tegenover Zijn eigen wet, en nochtans de Rechtvaardiger van allen, die in Jezus geloven.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 102.

Dinsdag — 24 februari

3. RECHTVAARDIG, BARMHARTIG, VOLLEDIG

A. Hoe kunnen we de volmaakte balans in Gods karakter samenvatten?

Nahum 1:3.

Nahum 1:3: De HEERE is lankmoedig, doch van grote kracht, en Hij houdt den schuldige geenszins onschuldig. Des HEEREN weg is in wervelwind, en in storm, en de wolken zijn het stof Zijner voeten.

“Hij, die in het hemels heiligdom woont, oordeelt rechtvaardig. Zijn aandacht is meer gericht op Zijn volk, dat in een wereld van zonde strijdt met de verzoeking, dan op het heerleger engelen, dat Zijn troon omringt.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 104.

“Gods lankmoedigheid is wonderlijk. De gerechtigheid heeft lang geduld, terwijl genade bij de zondaar pleit.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 105.

B. Waar moeten we ons, in het besef dat Gods genade essentieel is voor ons bestaan, nog meer voortdurend bewust van zijn?

Nahum 1:5-8.

Nahum 1:5: De bergen beven voor Hem, en de heuvelen versmelten; en de aarde licht zich op voor Zijn aangezicht, en de wereld, en allen, die daarin wonen. Nahum 1:6: Wie zal voor Zijn gramschap staan, en wie zal voor de hittigheid Zijns toorns bestaan? Zijn grimmigheid is uitgestort als vuur, en de rotsstenen worden van Hem vermorzeld. Nahum 1:7: De HEERE is goed, Hij is ter sterkte in den dag der benauwdheid, en Hij kent hen, die op Hem betrouwen. Nahum 1:8: En met een doorgaanden vloed zal Hij haar plaats te niet maken; en duisternis zal Zijn vijanden vervolgen.

“God is lankmoedig en wil niet, dat sommigen verloren gaan, maar er is een grens aan Zijn verdraagzaamheid, en als die grens is overschreden, is er geen tweede kans. Zijn toorn zal ontbranden en Hij zal zonder genade verdelgen. Als mensen, die macht hebben, hun medemensen verdrukken en beroven, en er geen aardse rechtbank te vinden is, die recht doet, zal God tussenbeide komen ten behoeve van hen, die zich niet kunnen verdedigen. Hij zal elke daad van onderdrukking bestraffen. Geen aardse wijsheid kan boosdoeners beveiligen tegen de oordelen des hemels. En als mensen hun vertrouwen stellen in aardse machten in plaats van in hun Maker, als ze zich vol trots en zelfvertrouwen verheffen, zal God op Zijn eigen tijd hen veracht maken.“ –Bijbelkommentaar, blz. 620.

“De wereld overtreedt vol brutaliteit Gods wet. Op grond van Zijn lankmoedigheid hebben mensen Zijn gezag vertreden. Zij hebben elkaar aangemoedigd bij het verdrukken en wreed behandelen van Zijn erfdeel, terwijl zij zeggen: ‘Hoe zou God het weten; zou er ook wetenschap zijn bij de Allerhoogste?’ (Psalm 73:11). Maar er is een grens, die zij niet kunnen overschrijden. De tijd nadert, waarin zij hun toegestane grens hebben bereikt. Reeds nu hebben zij bijna de grens van Gods verdraagzaamheid en van Zijn genade en Zijn barmhartigheid bereikt. De Heere zal tussenbeide komen om Zijn eer te rechtvaardigen, Zijn volk te verlossen en het tij van ongerechtigheid een halt toe te roepen.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 105-106.

C. Hoe weten we, dat de zonde niet opnieuw zal verschijnen op de nieuwe aarde?

Nahum 1:9.

Nahum 1:9: Wat denkt gijlieden tegen den HEERE? Hij zal zelf een voleinding maken; de benauwdheid zal niet tweemaal op rijzen.

Woensdag — 25 februari

4. EEN MODERNE SCÈNE

A. Welke scène beschrijft Nahum als een verwijzing naar de laatste dagen vóór Christus’ wederkomst, en wat moet dit ons in de huidige hectische omgeving als prioriteit laten beschouwen?

Nahum 2:3-4;

Nahum 2:3: De schilden zijner helden zijn rood gemaakt, de kloeke mannen zijn scharlakenvervig; de wagens zijn in het vuur der fakkelen, ten dage als hij zich bereidt; en de spiesen worden geschud. Nahum 2:4: De wagens razen door de wijken, zij lopen ginds en weder op de straten; hun gedaanten zijn als der fakkelen, zij lopen door elkander henen als de bliksemen.

Johannes 9:4.

Johannes 9:4: Ik moet werken de werken Desgenen, Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; de nacht komt, wanneer niemand werken kan.

“Sla alarm in het hele land. Zeg tegen het volk, dat de dag des Heren nabij is en zeer snel komt. Laat niemand ongewaarschuwd blijven… We hebben geen tijd te verliezen. De machten der duisternis werken met intense energie, en Satan rukt met sluipende tred op om degenen, die nu slapen te grijpen, zoals een wolf zijn prooi grijpt. We hebben nu waarschuwingen, die we kunnen geven, een werk dat we nu kunnen doen, maar spoedig zal het moeilijker zijn dan we denken… De komst van de Heer is dichterbij dan, toen we voor het eerst geloofden. De grote strijd nadert zijn einde. Elk bericht over onheil over zee of over land getuigt van het feit, dat het einde van alle dingen nabij is. Oorlogen en geruchten van oorlogen kondigen dit aan. Is er een christen, wiens hart niet sneller klopt, terwijl hij de grote gebeurtenissen die zich voor ons afspelen, verwacht? De Heer komt. We horen de voetstappen van een naderende God, wanneer Hij komt om de wereld te straffen voor haar ongerechtigheid. Wij moeten de weg voor Hem bereiden door ons steentje bij te dragen om een volk klaar te maken voor die grote dag.“ –Evangelism, blz. 218-219.

“Elke kracht die God ons leent, of die nu lichamelijk, verstandelijk of geestelijk is, moet heilig gekoesterd worden om het werk te doen, dat ons is toegewezen voor onze medemensen, die in hun onwetendheid ten onder gaan.” –Testimonies for the Church vol. 7, blz. 180.

“Van ieder kerklid, die kennis van de waarheid heeft, wordt verwacht, dat zij werken zolang het dag is, want de nacht komt, waarin niemand werken kan.” – Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 30.

B. Beschrijf het lot van allen, die Gods genade afwijzen en Zijn toorn ontvangen, zoals getoond aan Ninevé in Assyrië.

Nahum 2:8-11.

Nahum 2:8: Nineve is wel als een watervijver, van de dagen af dat zij geweest is, doch zij zullen vluchten. Staat, staat! zal men roepen, maar niemand zal omzien. Nahum 2:9: Rooft zilver, rooft goud, want er is geen einde des voorraads, der heerlijkheid van allerlei gewenste vaten. Nahum 2:10: Zij is geledigd, ja, uitgeledigd, uitgeput, en haar hart versmelt, en de knieen schudden, en in al de lenden is smart, en hun aller aangezichten betrekken, als een pot. Nahum 2:11: Waar is nu de woning der leeuwen, en die weide der jonge leeuwen? Alwaar de leeuw, de oude leeuw, en het leeuwenwelp wandelde, en er was niemand, die hen verschrikte.

“Met onfeilbare juistheid houdt de Oneindige aantekening van de volkeren. Zolang Zijn genade wordt aangeboden, met oproepen tot bekering, blijft dit verslag open; maar als de maat, die God heeft gesteld, vol is, volgt de voltrekking van Zijn toorn. Het verslag wordt gesloten. Goddelijk geduld eindigt. Genade wordt niet langer voor hen aangeboden.” –Profeten en Koningen, blz. 223.

Donderdag — 26 februari

5. DE GESCHIEDENIS HERHAALT ZICH

A. Hoe wordt de ondergang van Assyrië beschreven, en waarom is dit nu zo relevant?

Nahum 3:7,

Nahum 3:7: En het zal geschieden, dat allen, die u zien, van u wegvlieden zullen en zeggen: Nineve is verstoord, wie zal medelijden met haar hebben? Van waar zal ik u troosters zoeken?

12-13, 18-19.

“Groot was de heerlijkheid van het rijk van Assur; groot was ook zijn val.” –Profeten en Koningen, blz. 223.

“De trots van Assur en zijn val dienen als een les tot het einde. Aan de volken op aarde, die in deze tijd God aanmatigend en trots uitdagen, vraagt God: ‘Aan wie onder de bomen van Eden zijt gij dan in heerlijkheid en grootheid gelijk? Met de bomen van Eden zult gij neergeworpen worden in de onderwereld’.” –Profeten en Koningen, blz. 224.

B. Hoe zal een soortgelijk tafereel zich spoedig voordoen?

Openbaring 18:7- 11,

Openbaring 18:7: Zoveel als zij zichzelve verheerlijkt heeft, en weelde gehad heeft, zo grote pijniging en rouw doet haar aan; want zij zegt in haar hart: Ik zit als een koningin, en ben geen weduwe, en zal geen rouw zien. Openbaring 18:8: Daarom zullen haar plagen op een dag komen, namelijk dood, en rouw, en honger, en zij zal met vuur verbrand worden; want sterk is de Heere God, Die haar oordeelt. Openbaring 18:9: En de koningen der aarde, die met haar gehoereerd en weelde gehad hebben, zullen haar bewenen, en rouw over haar bedrijven, wanneer zij den rook haar brands zullen zien; Openbaring 18:10: Van verre staande uit vreze van haar pijniging, zeggende: Wee, wee, de grote stad Babylon, de sterke stad, want uw oordeel is in een ure gekomen. Openbaring 18:11: En de kooplieden der aarde zullen wenen en rouw maken over haar, omdat niemand hun waren meer koopt;

15-18.

“(Zie Openbaring 18:11, 3, 15-17). Deze oordelen komen over Babylon op de dag van Gods gramschap. Ze heeft de maat van haar ongerechtigheid vol gemaakt. Haar tijd is gekomen. Ze is rijp om aan de verwoesting te worden prijsgegeven. Wanneer God de bevrijding van Zijn volk aankondigt, worden zij, die alles in de grote strijd hebben verloren, zich pijnlijk bewust van de ernst van de toestand. In de genadetijd hebben ze zich laten verblinden door de drogredenen van Satan en wilden hun zondig leven goedpraten. De rijken beroemden zich op hun superioriteit. Ze hebben hun rijkdom echter verworven door de overtreding van Gods wet. Ze hebben de hongerigen niet gevoed, de naakten niet gekleed, ze zijn niet rechtvaardig en barmhartig geweest. Ze wilden zichzelf verheerlijken en door hun medemensen geëerd worden. Nu hebben ze niets meer. Ze zijn arm en machteloos. Met ontzetting kijken ze naar de vernietiging van de afgoden, die ze in de plaats van de Schepper hebben gesteld.“ –De Grote Strijd, blz. 602.

Vrijdag — 27 februari

Terugblik

1. Welke drie eenvoudige dingen worden er van ons verwacht volgens Micha 6:8?

2. Waarom is er alleen hoop voor de grootste zondaar?

3. Waarom is nederigheid een noodzakelijke deugd die God waardeert, vooral vandaag de dag?

4. Waaraan moeten we prioriteit geven, aangezien velen nu tot hetzelfde lot als Ninevé gedoemd zijn?

5. In welke zin houdt de val van Babylon verband met het verwaarlozen van Micha 6:8? Hoofdkantoor van het Maranhão Piauí Veld (AMAPI), Brazilië In het noordoosten van Brazilië liggen de deelstaten Maranhão en Piauí, waar samen ongeveer 10,4 miljoen inwoners wonen, verspreid over een gebied van ongeveer 581.406 km². Het klimaat varieert hier van equatoriaal tot tropisch en halfdroog, met een rijke verscheidenheid aan vegetatie: inheemse palmen, mangroves, Amazonewoud, cerrado en caatinga. De eerste gemeente van de Reformatiebeweging in deze regio werd in 1960 opgericht in de stad Bacabal, Maranhão. Met de groei van het aantal leden en de vestiging van nieuwe gemeenten in deze staten werd in 2016 het Maranhão Piauí Veld (AMAPI) georganiseerd, met ongeveer 530 leden. Als Veld hebben wij de behoefte om administratieve kantoren, gastenverblijven en een auditorium te bouwen. Voor de voltooiing van het nieuwe hoofdkantoor rekenen wij op de vrijgevigheid en offervaardigheid van onze dierbare broeders en zusters over de gehele wereld. “God is niet afhankelijk van mensen voor de voortgang van Zijn werk. Hij had engelen kunnen aanstellen als boodschappers van Zijn waarheid. Hij had Zijn wil kunnen bekendmaken, zoals Hij de wet vanaf de Sinaï met Zijn eigen stem heeft verkondigd. Maar om in ons een geest van weldadigheid te ontwikkelen, heeft Hij ervoor gekozen mensen in te schakelen voor dit werk. Elke daad van zelfopoffering ten bate van anderen zal de geest van weldadigheid in het hart van de gever versterken, en verbindt hem nauwer met de Verlosser van de wereld, die ‘om onzentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat wij door Zijn armoede rijk zouden worden’. Alleen wanneer wij het goddelijk doel van onze schepping vervullen, kan het leven voor ons tot zegen zijn. Al de goede gaven van God aan de mens zullen slechts een vloek blijken, tenzij hij deze gebruikt om zijn medemens te zegenen en het werk van God op aarde te bevorderen.” –The Review and Herald, 7 december 1886. Wanneer deze oproep u bereikt, herinner u dan de zegeningen, die rusten op de trouwe rentmeester, en werk vriendelijk met ons samen in dit project, dat, door Gods genade, van groot belang zal zijn voor de groei en voortzetting van het werk in dit veld. “God heeft een blijmoedige gever lief.” (2 Korinthe 9:7) –Uw broeders en zusters van het Maranhão Piauí Veld Eerste Sabbatgaven Sabbat, 7 maart 2026