Tekst om te onthouden: “Zo schik u, o Israël, om uw God te ontmoeten” (Amos 4:12, laatste deel).
Amos 4:12
“Ons werk is het verkondigen van de geboden van God en het getuigenis van Jezus Christus. ‘Zo schik u om uw God te ontmoeten’ (Amos 4:12) is de waarschuwing, die aan de wereld gegeven moet worden. Het is een waarschuwing voor ons persoonlijk.” –Selected Messages, bk. 2, blz. 116.
Aanvullende studie:: –Testimonies for the Church, vol. 8, blz. 329–335.
A. Welk protest uit God over Juda en Israël, die beweerden Hem te dienen, nadat Hij de overtredingen van Damascus, Gaza, Tyrus, Edom, Ammon, Rabba en Moab had genoemd?
Amos 2:4-8.
B. Wat getuigt de Heer over Zijn mededogen jegens hen, en de gevolgen van hun minachting voor Zijn genade?
Amos 2:9-16.
C. Welke vraag wordt gesteld, wanneer er sprake is van verraad aan Gods vertrouwen, en hoe is dit principe ook van toepassing op menselijke relaties?
Amos 3:1-3;
Psalm 11:3.
“Hoe kan de vleselijke geest in harmonie zijn met de geest, die gelijkvormig is aan de geest van Christus? De een zaait naar het vlees, denkt en handelt in overeenstemming met de ingevingen van zijn eigen hart; de ander zaait naar de Geest, probeert egoïsme te onderdrukken, neigingen te overwinnen en te leven in gehoorzaamheid aan de Meester, Wiens dienaar hij belijdt te zijn.” –Testimonies for the Church, vol. 4, blz 507-508.
“Iemands beginselen mogen nog zo zuiver en correct zijn, de invloed van een ongelovige metgezel zal iemand langzaam maar zeker toch aftrekken van God.” –Patriarchen en Profeten, blz. 146-147.
A. Waarom kunnen we de waarde van profetie werkelijk waarderen?
Amos 3:7-8.
“‘De verborgen dingen zijn voor de Heere onze God, maar de geopenbaarde zijn voor ons en onze kinderen voor altijd’. God heeft ons deze dingen gegeven, en Zijn zegen zal rusten op eerbiedig, biddend onderzoek van de geschriften der profeten.” –De Wens der Eeuwen, blz. 189. B, Hoe behandelden Gods belijdende volk Hem helaas vaak? Amos 4:4-11.
“‘De HEERE zal Israël slaan, zodat het wiegelt als riet in het water… Toch liet de Heere Israël niet los zonder eerst al het mogelijke te hebben gedaan om hen terug te brengen tot trouw jegens Hem. In de lange, duistere jaren, toen de ene heerser na de andere opstond om God uit te dagen en Israël nog dieper te voeren in afgoderij, zond God herhaaldelijk boodschappen naar Zijn afgedwaald volk. Door Zijn profeten schonk Hij hun steeds nieuwe mogelijkheden om de afval een halt toe te roepen en tot Hem terug te keren. In de jaren, volgend op de verdeling van het rijk, zouden Elia en Elisa leven en werken, en de genadige uitnodigingen van Hoséa, Amos en Obadja zouden in het land gehoord worden. Nooit was het rijk van Israël zonder trouwe getuigen van Gods macht om van zonde te redden.” –Profeten en Koningen, blz. 69.
C. Welke boodschap moeten wij, net als Amos, onbevreesd uitdragen, net zoals Johannes de Doper dat deed?
Amos 4:12
(laatste deel);
Matthéüs 3:1- 2.
“Als een volk, dat gelooft in de spoedige verschijning van Christus, hebben we een boodschap te brengen: ‘Zo schik u, … om uw God te ontmoeten’ (Amos 4:12). Onze boodschap moet net zo direct zijn als die van Johannes. Hij berispte koningen voor hun ongerechtigheid. Ondanks dat zijn leven in gevaar was, aarzelde hij niet om Gods woord te verkondigen. En ons werk in deze tijd moet net zo getrouw worden gedaan. Om een boodschap te kunnen brengen zoals Johannes die gaf, moeten we een geestelijke ervaring hebben zoals hij. Hetzelfde werk moet in ons tot stand komen. We moeten God aanschouwen, en door Hem te aanschouwen onszelf uit het oog verliezen.” –Testimonies for the Church, vol. 8, blz. 332-333.
A. Waarom is God uniek in het universum, en welke ernstige oproepen tonen Zijn vurige verlangen om de zachtmoedigen het beste te geven?
Amos 4:13;
5:6-9, 14.
B. Hoe werd Amos behandeld, toen hij deze waarheden deelde? En wat was de algemene uitkomst van deze waarschuwingen en oproepen?
Amos 5:10,
15-18.
“Het merendeel van hen, die deze uitnodigingen (van Amos) hoorden, weigerde er door gebaat te worden.” –Profeten en Koningen, blz. 178.
C. Welke vermaningen met betrekking tot onze levensstijl moeten een wakker-worden oproep zijn?
Amos 6:1,
3-7.
“Men moet zich soms van onaangename plichten kwijten, of anders zullen zielen tot ondergang zijn gedoemd. Christenen zullen het als een zegen beschouwen om deze werkjes te doen, hoe onprettig ze ook mogen zijn. Christus nam de onaangename taak op Zich om de hemelse hoven van reinheid en onovertroffen heerlijkheid te verlaten om als een mens onder de mensen te vertoeven in een wereld, geschonden en bevlekt door misdaad, geweld en ongerechtigheid. Hij deed dit om zielen te redden; en zullen dan de objecten van zo’n verbazingwekkende liefde en nooit gekende barmhartigheid verontschuldigen door een gemakzuchtig leven? Zullen ze hun eigen genoegens kiezen, hun eigen neigingen navolgen, en zielen laten omkomen in duisternis, omdat ze in hun reddend werk met teleurstelling en norsheid te kampen hebben? Christus betaalde een oneindige prijs voor ’s mensen verlossing, en zal hij dan zeggen: ‘Mijn Heere, ik wil niet in Uw wijngaard arbeiden; ik bid U, houd mij voor verontschuldigd’? Op degenen in Zion, die met hun armen over elkaar zitten, doet God een beroep om aan het werk te gaan. Zullen zij niet luisteren naar de stem des Meesters? Hij wenst trouwe arbeiders, mannen des gebeds, die zaaien aan alle wateren. Die aldus arbeiden, zullen met verbazing ervaren, hoe beproevingen, die men resoluut in de naam en de kracht van Jezus draagt, het geloof zullen versterken en de moed hernieuwen. Op de weg van nederige gehoorzaamheid ligt veiligheid en kracht, troost en hoop; maar de beloning zal uiteindelijk ontgaan diegenen, die niets voor Jezus doen. Zwakke handen zullen niet in staat zijn de Machtige aan te grijpen, zwakke knieën zullen doorzakken in dagen van strijd. Bijbellezers en christelijke arbeiders zullen de heerlijke prijs ontvangen en zullen horen het: ‘Wel gedaan, gij goede en getrouwe slaaf, … ga in tot het feest van uw Heer’.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 479-480.
A. Wat toonde, dat Gods oproepen, gegeven door Amos, niet welkom waren voor Amazia, de afgodische priester?
Amos 7:10-13.
“De woorden van Gods boodschappers waren zozeer in strijd met de zondige begeerten van de onboetvaardigen, dat de afgodische priester te Bethel bericht zond aan de koning van Israël met de woorden: ‘Amos smeedt een samenzwering tegen u te midden van het huis Israëls; het land zal zijn woorden niet kunnen verdragen’ (Amos 7:10).” –Profeten en Koningen, blz. 178.
“Voor een tijd werden deze oordelen tegengehouden, en tijdens de lange regering van Jerobeam II behaalden de legers van Israël duidelijke overwinningen, maar deze tijd van schijnbare voorspoed bewerkte geen verandering in de harten der onboetvaardigen, en ten slotte werd verkondigd: ‘Door het zwaard zal Jerobeam sterven, en Israël zal voorzeker in ballingschap wegtrekken uit zijn land’ (Amos 7:11). De duidelijkheid van deze uitspraak ging aan koning en volk voorbij, zo ver waren ze gekomen in hun onboetvaardigheid.” –Profeten en Koningen, blz. 179.
B. Hoe reageerde Amos moedig op Amazia’s vijandige opmerkingen, en hoe werden de woorden van de profeet later vervuld?
Amos 7:14-17;
1 Kronieken 5:25-26.
“De woorden, die tot de afvallige stammen waren gericht, gingen letterlijk in vervulling; toch kwam de ondergang van het koninkrijk geleidelijk… Tiglatpileser, de koning van Assyrië, viel Israël binnen en voerde tal van ballingen mee uit de stammen, die in Galilea en oostelijk van de Jordaan woonden. De Rubenieten, de Gadieten en de helft van de stam Manasse, samen met inwoners van Gilead, Galilea en het gehele land van Naftali, werden verstrooid onder de heidenen, ver verwijderd van Palestina’ (1 Kronieken 5:26; 2 Koningen 15:29). Het noordelijk koninkrijk heeft zich nooit van deze vreselijke slag hersteld. Het zwakke overblijfsel behield de bestuursvorm, hoewel het niet langer de macht ervan bezat.“ –Profeten en Koningen, blz. 179-180.
C. Wanneer we in de verleiding komen aan te nemen, dat God laksheid in het hart van een belijdend gelovige simpelweg door de vingers ziet, waar moeten we dan aan denken?
Amos 8:1-7;
Hebreeën 4:12.
A. Beschrijf de situatie van geestelijke honger, die spoedig zal komen.
Amos 8:3,
11-12.
“De wereld gaat ten onder door gebrek aan het evangelie. Er is een honger naar het Woord van God. Slechts weinigen prediken het woord zonder het te vermengen met menselijke overleveringen.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 136.
“(Zie Amos 8:3). Deze plagen (van Openbaring 16\) zijn niet algemeen, want anders zouden alle bewoners van de aarde volledig worden uitgeroeid. Toch zijn het de vreselijkste plagen, die de mensen ooit hebben meegemaakt.” –De Grote Strijd, blz. 580.
“Zij, die Gods Woord niet op prijs hadden gesteld, trokken rond, reisden van zee tot zee, en van het noorden naar het oosten, om Gods Woord te zoeken. De engel sprak: ‘Zij zullen het niet vinden. Er is een honger in het land; niet een honger naar brood, noch dorst naar water, maar om te horen de woorden des Heeren. Wat zouden zij niet geven voor één woord van goedkeuring uit Gods mond! Maar neen, zij moeten blijven hongeren en dorsten. Dag na dag hebben zij de verlossing versmaad, en aardse schatten en aards genot hoger gesteld dan enige hemelse schat of beweegreden. Zij hebben Jezus verworpen en Zijn heiligen veracht. De vuilen moeten eeuwigdurend vuil blijven.” Velen onder de goddelozen waren zeer verbitterd door de smarten, die zij als gevolg van de plagen ondergingen. Het was een toneel van vreselijk lijden. Ouders maakten hun kinderen bittere verwijtingen, en kinderen hun ouders, broeders hun zusters, en zusters hun broeders. Luide, klagelijke kreten werden aan alle kanten vernomen: ‘Gij zijt het, die mij verhinderd hebt de waarheid aan te nemen, welke mij gered zou hebben uit dit vreselijke uur’. De mensen wendden zich in bittere haat tot hun predikanten en verweten hun, zeggende: ‘Gij hebt ons niet gewaarschuwd. Gij hebt ons gezegd, dat de ganse wereld bekeerd zou worden, en hebt geroepen: Vrede, vrede, om ieder angstig gevoel, dat opgewekt werd, te stillen. Gij hebt ons niets gezegd over dit uur; en hebt verklaard, dat degenen, die ons waarschuwden, dwepers en boze mensen waren, die ons in het ongeluk zouden storten’. Maar ik zag, dat de predikanten niet ontkwamen aan de toorn van God. Hun lijden was tienmaal zwaarder dan dat van hun leden.” –Eerste Geschriften, blz. 336-337.
1. Wat is er nodig, zodat harmonie bestaat in een relatie?
2. Wat heb ik nodig om een ‘brandhout uit het vuur gerukt’ te zijn?
3. Waarom werd Amos gedwongen om de levensstijl van velen in Israël te berispen?
4. Wat moet ik doen, als er ongunstig nieuws uit een geïnspireerde bron komt?
5. Welke waarschuwing moet ik in acht nemen, gezien de realiteit van Amos 4:11-12?