Oude berichten uit de hemel, nog steeds actueel — Sabbat, 17 januari 2026

Les 3: Voorbereiding in hoop

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Komt, laat ons weerkeren tot de HEERE, want Hij heeft verscheurd, en Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen, en Hij zal ons verbinden” (Hoséa 6:1).

Hoséa 6:1

“In de toevergadering, wanneer God Zijn hand heeft uitgestrekt om Zijn volk te verzamelen, zullen pogingen om de waarheid te verspreiden de gewenste uitwerking hebben. Allen moeten verenigd en ijverig zijn in het werk.” –Eerste Geschriften, blz. 80.

Aanvullende studie:: –De Weg tot Gezondheid, blz. 144-149.

Zondag — 11 januari

1. MISLEIDE IJVER

A. Als onze daden God verraden, wat is dan het angstaanjagende resultaat?

Hoséa 5:4-7;

Hosea 5:4: Zij stellen hun handelingen niet aan, om zich tot hun God te bekeren; want de geest der hoererijen is in het midden van hen, en den HEERE kennen zij niet. Hosea 5:5: Dies zal Israel hovaardij in zijn aangezicht getuigen; en Israel en Efraim zullen vallen door hun ongerechtigheid; ook zal Juda met hen vallen. Hosea 5:6: Met hun schapen, en met hun runderen zullen zij dan gaan, om den HEERE te zoeken, maar niet vinden; Hij heeft Zich van hen onttrokken. Hosea 5:7: Zij hebben trouwelooslijk gehandeld tegen den HEERE; want zij hebben vreemde kinderen gewonnen; nu zal hen de nieuwe maand verteren met hun delen.

Jesaja 1:11,

Jesaja 1:11: Waartoe zal Mij zijn de veelheid uwer slachtoffers? zegt de HEERE; Ik ben zat van de brandoffers der rammen, en het smeer der vette beesten, en heb geen lust aan het bloed der varren, noch der lammeren, noch der bokken.

15.

“Als de waarheid van God ons karakter niet heeft veranderd naar het beeld van Christus, is al onze beleden kennis van Hem en de waarheid niets meer dan een klinkend metaal en een rinkelende cimbaal. (Zie Jesaja 1:10-20). Laten allen, die beweren de geboden van God te houden, deze zaak goed bekijken en zien, of er geen redenen zijn, waarom zij niet meer van de uitstorting van de Heilige Geest ontvangen. Hoevelen hebben hun ziel verheven tot ijdelheid! Zij denken, dat zij verheven zijn in de gunst van God, maar zij verwaarlozen de behoeftigen, zij zijn doof voor de roep van de verdrukten en spreken scherpe, snijdende woorden tot hen, die een totaal andere behandeling nodig hebben. Zo beledigen zij God dagelijks door hun hardheid van hart… Laat ieder lid van de gemeente zijn hart nauwkeurig onderzoeken en zijn handelwijze onderzoeken om te zien, of deze in overeenstemming zijn met de geest en het werk van Jezus; want zo niet, wat kan hij dan zeggen, wanneer hij voor de Rechter van de hele aarde staat?... Christus heeft Zijn belang geïdentificeerd met dat van de lijdende mensheid; en zolang Hij verwaarloosd wordt in de persoon van Zijn beproefden, zullen al onze bijeenkomsten, al onze geplande vergaderingen, al het mechanisme dat in werking wordt gesteld om de zaak van God te bevorderen, van weinig nut zijn. ‘Dit had u moeten doen, en het andere niet nalaten’. ‘U bent gewogen en te licht bevonden’.” –The Review and Herald, 4 augustus 1891.

Maandag — 12 januari

2. HOOP TE MIDDEN VAN CRISIS

A. Welke ernstige waarschuwing gaf God aan Efaïm en Juda, en welke fout maakten zij in deze crisis?

Hoséa 5:8-14.

Hosea 5:8: Blaast de bazuin te Gibea, de trompet te Rama; roept luide te Beth-Aven; achter u, Benjamin! Hosea 5:9: Efraim zal tot verwoesting worden, ten dage der straf; onder de stammen Israels heb Ik bekend gemaakt, dat gewis is. Hosea 5:10: De vorsten van Juda zijn geworden, gelijk die de landpalen verrukken; Ik zal Mijn verbolgenheid, als water, over hen uitgieten. Hosea 5:11: Efraim is verdrukt, hij is verpletterd met recht; want hij heeft zo gewild; hij heeft gewandeld naar het gebod. Hosea 5:12: Daarom zal Ik Efraim zijn als een mot, en den huize van Juda als een verrotting. Hosea 5:13: Als Efraim zijn krankheid zag, en Juda zijn gezwel, zo toog Efraim tot Assur, en hij zond tot den koning Jareb; maar die zal ulieden niet kunnen genezen, en zal het gezwel van ulieden niet helen. Hosea 5:14: Want Ik zal Efraim zijn als een felle leeuw, en den huize van Juda als een jonge leeuw; Ik, Ik zal verscheuren en henengaan; Ik zal wegvoeren, en er zal geen redder zijn.

“De laatste jaren van het gedoemde rijk van Israël werden gekenmerkt door geweld en bloedvergieten, zoals niet eerder was gezien, zelfs niet in de ergste tijden van twist en onrust onder het huis van Achab. Gedurende meer dan twee eeuwen hadden de heersers van het tienstammenrijk wind gezaaid; nu oogstten ze storm… Zij, die als getuigen van goddelijke genade voor de volkeren der aarde hadden moeten staan; handelden ‘trouweloos tegen de Heer’ en met elkaar. (Hoséa 5:7) … Enkelen van de leiders in Israël waren zich pijnlijk bewust, dat ze hun gezag verloren hadden, en verlangden, dat ze het zouden terugkrijgen. Maar in plaats van de gebruiken, waardoor het rijk was verzwakt, los te laten, volhardden ze in ongerechtigheid en stelden zich gerust met de gedachte, dat ze, als de gelegenheid daartoe kwam, politieke macht zouden krijgen, die ze begeerden door zich te verbinden met de heidenen.“ –Profeten en Koningen, blz. 175.

B. Welke woorden van hoop en smeekbede gaf God de profeet in dit crisismoment om te verklaren?

Hoséa 5:15;

Hosea 5:15: Ik zal henengaan en keren weder tot Mijn plaats, totdat zij zichzelven schuldig kennen en Mijn aangezicht zoeken; als hun bange zal zijn, zullen zij Mij vroeg zoeken.

6:1-2. Hoe is dit juist nu op ons van toepassing?

“De zondaars kregen heel wat kansen zich te bekeren. In het uur van hun diepste afval en grootste nood betekende Gods boodschap voor hen een van vergiffenis en hoop.” –Profeten en Koningen, blz. 177.

“Ik doe een beroep op onze broeders om te ontwaken. De geestelijke vermogens zullen verzwakken en afsterven, als zij niet gebruikt worden om zielen voor Christus te winnen. Welke verontschuldiging kan worden aangevoerd, wanneer wij nalaten om het grote werk te volbrengen, waarvoor Christus Zijn leven gaf? Wij kunnen ons niet veroorloven de weinige dagen, die wij hier op aarde hebben, te verbeuzelen en door te brengen met nietsdoen. Wij moeten onze ziel voor God verootmoedigen, opdat elk hart de waarheid moge indrinken, die in het leven een hervorming zal bewerkstelligen, die de wereld ervan zal overtuigen, dat dit inderdaad de waarheid van God is. Laat ons leven met Christus verborgen zijn in God. Alleen wanneer wij de Heer als kleine kinderen zoeken, wanneer wij niet langer aanmerkingen maken op onze broeders en zusters, en op degenen, die trachten de verantwoordelijkheid voor het werk trouw te dragen, en wanneer wij trachten ons eigen hart recht voor God te krijgen, dan kan Hij ons tot verheerlijking van Zijn naam gebruiken.” –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 105.

Dinsdag — 13 januari

3. DE BELOFTE KOESTEREN

A. Wat is Gods speciale belofte aan Zijn gemeente in de laatste dagen en waarom is die nodig?

Hoséa 6:3.

Hosea 6:3: Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen, om den HEERE te kennen; Zijn uitgang is bereid als de dageraad; en Hij zal tot ons komen als een regen, als de spade regen en vroege regen des lands.

“Het is waar, dat in de tijd van het einde, wanneer Gods werk op aarde zal worden afgesloten, de ernstige pogingen door toegewijde gelovigen onder leiding van de Heilige Geest gedaan, vergezeld zullen gaan van bijzondere tekenen van goddelijke genade. Onder het zinnebeeld van de vroege en de spade regen, die in oosterse landen valt ten tijde van zaaiing en oogst, voorspelden de Hebreeuwse profeten de gave van geestelijke genade in buitengewone mate op Gods gemeente. De uitstorting van de Geest in de dagen der apostelen was het begin van de vroege regen, en glorierijk was het resultaat. Tot het einde der tijd zal de Geest bij de ware gemeente vertoeven. Maar tegen het einde van de oogst op aarde is een speciale uitstorting van genade beloofd om de gemeente op de komst van de Zoon des mensen voor te bereiden. Deze uitstorting van de Geest wordt met het vallen van de spade regen vergeleken. Om deze verhoogde kracht des Geestes moeten de christenen hun gebeden tot de God van de oogst opzenden, ‘ten tijde van de late regen’.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 39-40.

B. Wat verhindert ons om deze zegen ten volle te ontvangen?

Hoséa 6:4-6.

Hosea 6:4: Wat zal Ik u doen, o Efraim! wat zal Ik u doen, o Juda! dewijl uw weldadigheid is als een morgenwolk, en als een vroegkomende dauw, die henengaat. Hosea 6:5: Daarom heb Ik hen behouwen door de profeten; Ik heb ze gedood door de redenen Mijns monds; en uw oordelen zullen voortkomen aan het licht. Hosea 6:6: Want Ik heb lust tot weldadigheid, en niet tot offer; en tot de kennis Gods, meer dan tot brandofferen.

“Ik zag ook, dat velen niet beseffen, wat zij moeten worden om voor Gods aangezicht te kunnen leven zonder, dat er een hogepriester in het heiligdom is gedurende de tijd der benauwdheid. Zij, die het zegel van de levende God ontvangen, en beschermd zullen worden in de tijd der benauwdheid, moeten het beeld van Jezus volkomen weerspiegelen. Ik zag, dat velen de voorbereiding, die zo zeer nodig is, verwaarloosden en rekenden op de tijd der ‘verkoeling’ en de ‘spade regen’ om hen geschikt te maken om te staan in de dag des Heren, en voor Zijn aangezicht te leven. O, hoe velen heb ik in de tijd der benauwdheid zonder beschutting gezien! Zij hadden de nodige voorbereiding verzuimd; derhalve konden zij de verkoeling niet ontvangen, die allen moeten hebben om hen geschikt te maken om voor het aangezicht van een heilige God te leven. Zij, die weigeren om door de profeten gevormd te worden, en die hun zielen niet reinigen door de gehele waarheid te gehoorzamen, en gaarne geloven, dat hun toestand veel beter is, dan die wezenlijk is, zullen komen tot de tijd, waarin de plagen uitgegoten worden, en dan inzien, dat zij uitgehouwen en gevormd hadden moeten worden voor het gebouw. Maar dan zal er geen tijd zijn om dit te doen, en geen Middelaar om hun zaak te bepleiten voor de Vader… (Zie Openbaring 22:11). Ik zag, dat niemand deel kan nemen aan de ‘verkoeling’, tenzij hij eerst de overwinning behaald heeft over iedere lievelingszonde, over hoogmoed, zelfzucht, liefde tot de wereld, en over ieder verkeerd woord en iedere verkeerde daad.” –Eerste Geschriften, blz. 76-77.

Woensdag — 14 januari

4. VERDORVEN AANBIDDING

A. Hoe wordt de onvastheid van Gods belijdende volk afgebeeld?

Hoséa 7:2,

Hosea 7:2: En zij zeggen niet in hun hart, dat Ik al hunner boosheid gedachtig ben; nu omsingelen hen hun handelingen, zij zijn voor Mijn aangezicht.

7-11, 15.

B. Welke omstandigheden in Hoséa’s tijd komen overeen met de geestelijke gevaren in de gemeente van vandaag?

Hoséa 8:1-3;

Hosea 8:1: De bazuin aan uw mond; hij komt als een arend tegen het huis des HEEREN; omdat zij Mijn verbond hebben overtreden, en zijn tegen Mijn wet afvallig geworden. Hosea 8:2: Dan zullen zij tot Mij roepen: Mijn God! wij, Israel, kennen U. Hosea 8:3: Israel heeft het goede verstoten; de vijand zal hem vervolgen.

Jeremia 23:1.

Jeremia 23:1: Wee den herderen, die de schapen Mijner weide ombrengen en verstrooien! spreekt de HEERE.

“Er zijn mensen, die zich godvruchtig voordoen, die door hun eigen voorbeeld de zondaar de hand boven het hoofd houden. Ze negeren Gods geboden door de overleveringen van mensen te verkiezen, en doen Gods wet te niet, terwijl ze de afval in de hand werken. De verontschuldigingen, die ze aanvoeren, zijn slap en zwak en zullen ondergang brengen over henzelf en anderen… Op hen, die het werk van herders over de kudde op zich genomen hebben, zullen de zwaarste oordelen vallen, omdat zij aan de mensen fabeltjes in plaats van de waarheid hebben voorgehouden. Kinderen zullen opstaan en hun ouders vervloeken. Gemeenteleden, die het licht hebben gezien en die overtuigd zijn, maar die voor hun zaligheid hebben vertrouwd op de predikant, zullen op de jongste dag tot de ontdekking komen, dat niemand anders de losprijs voor hun overtreding kan voldoen. Een vreselijke kreet zal worden gehoord: ‘Ik ben verloren, voor eeuwig verloren’. Velen zullen het gevoel hebben, dat ze de predikanten, die leugens hebben verkondigd en de waarheid hebben veroordeeld, in stukken zouden kunnen scheuren. De zuivere waarheid voor deze tijd eist de hervorming van het leven, maar zij scheiden zich af van de liefde voor de waarheid, en van hen kan worden gezegd: ‘O, Israël, gij hebt uzelf vernietigd’. De Heere zendt een boodschap aan Zijn volk: ‘De bazuin aan de mond! Als een arend komt het tegen het huis des Heren! Omdat zij Zijn verbond hebben overtreden en tegen Mijn wet hebben gerebelleerd’.” –Bijbelkommentaar, blz. 252.

C. Hoe ondermijnden afgoderij en valse aanbidding Israël, en wat was het resultaat?

Hoséa 8:5-6.

Hosea 8:5: Uw kalf, o Samaria! heeft u verstoten; Mijn toorn is tegen hen ontstoken; hoe lang zullen zij de reinigheid niet verdragen? Hosea 8:6: Want dat is ook uit Israel; een werkmeester heeft het gemaakt, en het is geen God, maar het zal tot stukken worden, het kalf van Samaria.

“De tien stammen van Israël zouden nu de vruchten plukken van de afval, die vorm had aangenomen door de oprichting van de vreemde altaren in Bethel en Dan.” – Profeten en Koningen, blz. 178.

Donderdag — 15 januari

5. GEVAARLIJKE TIJDEN

A. Welke les wordt ons geleerd door het principe van zaaien en oogsten?

Hoséa 8:7;

Hosea 8:7: Want zij hebben wind gezaaid, en zullen een wervelwind maaien; het zal geen staande koren hebben, het uitspruitsel zal geen meel maken; of het misschien maakte, vreemden zullen het verslinden.

Galaten 6:7-8.

Galaten 6:7: Dwaalt niet; God laat Zich niet bespotten; want zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien. Galaten 6:8: Want die in zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderfenis maaien; maar die in den Geest zaait, zal uit den Geest het eeuwige leven maaien.

“De ongelovige wereld … heeft de waarheden van Gods woord veracht en vertrapt. Ze hebben zich overgegeven aan extravagante kleding en hun leven doorgebracht in vrolijkheid en plezier. Ze hebben voor de wind gezaaid; ze moeten de storm oogsten. In de tijd van nood en verwarring van de volken zullen er velen zijn, die zich niet volledig hebben overgegeven aan de verdorven invloeden van de wereld en de dienst van Satan, die zich voor God zullen vernederen en zich met heel hun hart tot Hem zullen wenden en aanvaarding en vergeving zullen vinden. Degenen onder de Sabbatvierders, die geen enkel offer willen brengen, maar zich overgeven aan de invloed van de wereld, moeten getoetst en beproefd worden. De gevaren van de laatste dagen zijn om ons heen en de jongeren staan voor een beproeving, die ze niet hebben verwacht. Ze zullen in de meest benauwende verwarring worden gebracht. De oprechtheid van hun geloof zal worden bewezen. Ze beweren uit te zien naar de komst van de Zoon des mensen, toch zijn sommigen van hen een ellendig voorbeeld geweest voor ongelovigen… Een dag van hartverscheurende angst staat voor ons. Mij werd getoond dat er duidelijke getuigenissen moeten worden afgelegd, en dat zij, die tot de Heer om hulp komen, zullen Zijn zegen ontvangen.” –Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 268-270.

B. Waarom is het tijd voor ons om meer aandacht te besteden aan Gods wil?

Hoséa 8:12.

Hosea 8:12: Ik schrijf hem de voortreffelijkheden Mijner wet voor; maar die zijn geacht als wat vreemds.

“Zal aan Gods waarschuwingen zonder neer voorbij worden gegaan? Zullen de kansen om te dienen niet worden benut? Zal de spot van de wereld, de trots van het verstand en het instemmen met menselijke gebruiken en tradities, volgelingen van Christus ervan weerhouden Hem te dienen? Zullen zij Gods woord verwerpen, zoals de Joodse leiders Christus hebben verworpen? De resultaten van Israëls zonde staan ons voor ogen. Zal de gemeente van nu deze waarschuwing ter harte nemen?” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 187.

Vrijdag — 16 januari

Terugblik

1. Waarom is het zo belangrijk, dat we in deze laatste dagen leven volgens al het licht, dat we hebben?

2. Wat kan ons, net als in de oudheid, afleiden van onze missie?

3. Welke waardevolle belofte voor de eindtijd kan mijn leven veranderen, en waarom?

4. Wanneer en waarom komt God als een arend tegen het huis van de Heer?

5. Op welke gebieden in het leven moet ik de laatste banden met de wereld verbreken?