Oude berichten uit de hemel, nog steeds actueel — Sabbat, 28 maart 2026

Les 13: Maleáchi’s laatste oproep

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “En Hij zal zitten, louterende, en het zilver reinigende, en Hij zal de kinderen van Levi reinigen, en Hij zal ze doorlouteren als goud, en als zilver; dan zullen zij de HEERE spijsoffer toebrengen in gerechtigheid” (Maleáchi 3:3).

Maleáchi 3:3

“Plechtig werden de boosdoeners gewaarschuwd, dat de oordeelsdag zou aanbreken, en de Here iedere zondaar met een haastig oordeel zou bezoeken. Toch werd niemand zonder hoop gelaten; de profetieën van Maleáchi over het oordeel gingen gepaard met uitnodigingen tot de onboetvaardigen om vrede te sluiten met God.” –Profeten en Koningen, blz. 433.

Aanvullende studie:: –Profeten en Koningen, blz. 430-443

Zondag — 22 maart

1. VAAK OVER HET HOOFD GEZIENE FOUTEN

A. Aan welke neiging tot zelfzuchtige hebzucht zouden wij ons schuldig kunnen maken?

Maleáchi 1:8.

Maleachi 1:8: Want als gij wat blinds aanbrengt om te offeren, het is bij u niet kwaad; en als gij wat kreupels of wat kranks aanbrengt, het is niet kwaad! Brengt dat toch uw vorst; zal hij een welgevallen aan u hebben? of zal hij uw aangezicht opnemen? zegt de HEERE der heirscharen.

“Velen hebben zich overgegeven aan nodeloze uitgaven, enkel en alleen om hun gevoelens, hun smaak, hun oog te bevredigen, terwijl het werk het geld, dat ze uitgaven, zo goed kon gebruiken, terwijl sommige dienstknechten Gods armelijk gekleed gingen, en door gebrek aan middelen in hun werk werden gedwarsboomd. De engel zei: ‘Hun tijd om zo te doen, zal spoedig voorbij zijn. Hun werken tonen aan, dat het eigen-ik hun afgod is, en dat zij daaraan alles opofferen’. Het eigen-ik moet bevredigd worden; hun aard is: ‘Ben ik mijns broeders hoeder?’ Velen hebben waarschuwing op waarschuwing gekregen, maar ze hebben er geen acht op geslagen. Het eigen-ik is het brandpunt van alles, en hiervoor moet alles buigen.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 28.

B. Hoe beschouwt God, in schril contrast met de culturele gebruiken van de huidige maatschappij, de tedere, heilige verbintenis van het huwelijk?

Maleáchi 2:12-16;

Maleachi 2:12: De HEERE zal den man, die zulks doet, uitroeien uit de hutten van Jakob, dien, die waakt, en dien, die antwoordt, en die den HEERE der heirscharen spijsoffer brengt. Maleachi 2:13: Dit tweede doet gijlieden ook, dat gij het altaar des HEEREN bedekt met tranen, met wening en met zuchting; zodat Hij niet meer het spijsoffer aanschouwen, noch met welgevallen van uw hand ontvangen wil. Maleachi 2:14: Gij nu zegt: Waarom? Daarom dat de HEERE een Getuige geweest is, tussen u en tussen de huisvrouw uwer jeugd, met dewelke gij trouwelooslijk handelt; daar zij toch uw gezellin, en de huisvrouw uws verbonds is. Maleachi 2:15: Heeft Hij niet maar een gemaakt, hoewel Hij des geestes overig had? En waarom maar dien enen? Hij zocht een zaad Gods. Daarom, wacht u met uw geest, en dat niemand trouwelooslijk handele tegen de huisvrouw zijner jeugd. Maleachi 2:16: Want de HEERE, de God Israels, zegt, dat Hij het verlaten haat, alhoewel hij den wrevel bedekt met Zijn kleed, zegt de HEERE der heirscharen; daarom wacht u met uw geest, dat gij niet trouwelooslijk handelt.

Hebreeën 13:4;

Hebreeën 13:4: Het huwelijk is eerlijk onder allen, en het bed onbevlekt; maar hoereerders en overspelers zal God oordelen.

Matthéüs 19:4-6.

Mattheüs 19:4: Doch Hij, antwoordende, zeide tot hen: Hebt gij niet gelezen, Die van den beginne den mens gemaakt heeft, dat Hij ze gemaakt heeft man en vrouw? Mattheüs 19:5: En gezegd heeft: Daarom zal een mens vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot een vlees zijn; Mattheüs 19:6: Alzo dat zij niet meer twee zijn, maar een vlees. Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet.

“Ga na, hoe u het geluk van de ander kunt vergroten. Laat er wederkerige liefde zijn, wederkerige verdraagzaamheid. Dan zal het huwelijk, in plaats van het einde van de liefde te zijn, juist het begin van de ware liefde blijken.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 301.

Maandag — 23 maart

2. HET ZUIVEREND PROCES

A. Verklaar de profetische vervulling van

Maleáchi 3:1-3

Maleachi 3:1: Ziet, Ik zende Mijn engel, die voor Mijn aangezicht den weg bereiden zal; en snellijk zal tot Zijn tempel komen die Heere, Dien gijlieden zoekt, te weten de Engel des verbonds, aan Denwelken gij lust hebt; ziet, Hij komt, zegt de HEERE der heirscharen. Maleachi 3:2: Maar wie zal den dag Zijner toekomst verdragen, en wie zal bestaan, als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van een goudsmid, en als zeep der vollers. Maleachi 3:3: En Hij zal zitten, louterende, en het zilver reinigende, en Hij zal de kinderen van Levi reinigen, en Hij zal ze doorlouteren als goud, en als zilver; dan zullen zij den HEERE spijsoffer toebrengen in gerechtigheid.

en

Johannes 2:13-16.

Johannes 2:13: En het pascha der Joden was nabij, en Jezus ging op naar Jeruzalem. Johannes 2:14: En Hij vond in den tempel, die ossen, en schapen, en duiven verkochten, en de wisselaars daar zittende. Johannes 2:15: En een gesel van touwtjes gemaakt hebbende, dreef Hij ze allen uit den tempel, ook de schapen en de ossen; en het geld der wisselaren stortte Hij uit, en keerde de tafelen om. Johannes 2:16: En Hij zeide tot degenen, die de duiven verkochten: Neemt deze dingen van hier weg; maakt niet het huis Mijns Vaders tot een huis van koophandel.

“Door het reinigen van de tempel kondigde Jezus aan, dat Hij gezonden was als de Messias, en dat Hij Zijn werk aanving… De voorhoven van de tempel in Jeruzalem, die vol waren van het rumoer van onheilig zakendoen, gaven maar al te juist een voorstelling van het hart, dat bezoedeld was door de aanwezigheid van zinnelijke hartstochten en onheilige gedachten. Door de tempel te reinigen van kopers en verkopers, verklaarde Jezus, dat Hij gekomen was om het hart te reinigen van de bezoedeling der zonde, van aardse verlangens, de zelfzuchtige begeerten en slechte gewoonten, die de ziel verontreinigen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 125.

“God zou willen, dat Zijn dienstknechten bekend werden met het zedelijk mechanisme van hun eigen hart. Om dit te bewerkstelligen, laat Hij vaak toe, dat ze komen te staan in het vuur der beproeving, opdat ze gelouterd zullen worden… De loutering van Gods volk kan niet geschieden zonder dat het hun leed doet. God laat het vuur der beproeving toe om het vuil te verteren, om het waardeloze te scheiden van het waardevolle, opdat het zuivere metaal in al zijn glans zal blinken. Hij brengt ons van het ene vuur in het andere en toetst ons op onze juiste waarde. Wanneer we deze beproevingen niet kunnen doorstaan, hoe zal het dan met ons zijn in de tijd der benauwdheid? Wanneer voorspoed of tegenstand valsheid, hovaardij of zelfzucht in onze harten bloot legt, wat zullen we dan doen, wanneer God het werk van een iegelijk als met vuur beproeft en de geheimen van alle harten openbaart?” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 490.

B. Noem enkele manieren, waarop Gods volk wordt berispt, als ze Hem vergeten, en wat houdt het beroven van God werkelijk in?

Maleáchi 3:5-8;

Maleachi 3:5: En Ik zal tot ulieden ten oordeel naderen; en Ik zal een snel Getuige zijn tegen de tovenaars, en tegen de overspelers, en tegen degenen, die valselijk zweren, en tegen degenen, die het loon des dagloners met geweld inhouden, die de weduwe, en den wees, en den vreemdeling het recht verkeren, en Mij niet vrezen, zegt de HEERE der heirscharen. Maleachi 3:6: Want Ik, de HEERE, word niet veranderd; daarom zijt gij, o kinderen Jakobs! niet verteerd. Maleachi 3:7: Van uwer vaderen dag af, zijt gij afgeweken van Mijn inzettingen, en hebt ze niet bewaard; keert weder tot Mij, en Ik zal tot u wederkeren, zegt de HEERE der heirscharen; maar gij zegt: Waarin zullen wij wederkeren? Maleachi 3:8: Zal een mens God beroven? Maar gij berooft Mij, en zegt: Waarin beroven wij U? In de tienden en het hefoffer.

Jakobus 1:27;

Jakobus 1:27: De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en den Vader is deze: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking, en zichzelven onbesmet bewaren van de wereld.

Lukas 12:15;

Lukas 12:15: En Hij zeide tot hen: Ziet toe en wacht u van de gierigheid; want het is niet in den overvloed gelegen, dat iemand leeft uit zijn goederen.

Spreuken 3:9-10.

Spreuken 3:9: Vereer den HEERE van uw goed, en van de eerstelingen al uwer inkomsten; Spreuken 3:10: Zo zullen uw schuren met overvloed vervuld worden, en uw perskuipen van most overlopen.

“Wij moeten bewust besluiten om God met onze middelen te eren, en vervolgens moeten wij niet toelaten, dat ook maar iets ons verleidt Hem te beroven van de tienden en de gaven, die Hem toekomen. Wij moeten verstandig, systematisch en aanhoudend zijn in onze vrijgevigheid aan mensen, en onze uitingen van dankbaarheid tot God voor Zijn goedheid voor ons. Dit is een te heilige plicht om aan het toeval over te laten, of beheerst te worden door impulsen en gevoelens. Wij moeten regelmatig iets reserveren voor Gods werk, zodat Hij niet beroofd wordt van het deel, dat Hij opeist. Wanneer wij God beroven, beroven wij ook onszelf. Wij geven de hemelse schat op om meer van deze aarde te hebben. Dit is een verlies, dat wij onszelf niet kunnen veroorloven. Als wij zo leven, dat wij de zegen van God kunnen ontvangen, zal Zijn weldadige hand met ons zijn in onze aardse zaken, maar als Zijn hand tegen ons is, kan Hij al onze plannen verijdelen, en sneller verstrooien dan wij bijeen kunnen brengen.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 220-221.

Dinsdag — 24 maart

3. UITERST NAUWKEURIGE VERSLAGEN

A. Noem enkele zegeningen, die voortvloeien uit de teruggave van een trouwe tiende en vrije gaven, en verklaar, hoe belangrijk het is om hierin vertraging te vermijden.

Maleáchi 3:10-12.

Maleachi 3:10: Brengt al de tienden in het schathuis, opdat er spijze zij in Mijn huis; en beproeft Mij nu daarin, zegt de HEERE der heirscharen, of Ik u dan niet opendoen zal de vensteren des hemels, en u zegen afgieten, zodat er geen schuren genoeg wezen zullen. Maleachi 3:11: En Ik zal om uwentwil den opeter schelden, dat hij u de vrucht des lands niet verderve; en de wijnstok op het veld zal u geen misdracht voortbrengen, zegt de HEERE der heirscharen. Maleachi 3:12: En alle heidenen zullen u gelukzalig noemen; want gijlieden zult een lustig land zijn, zegt de HEERE der heirscharen.

“Onze liefdadigheid op het sterfbed is niet wat Christus van Zijn volgelingen verlangt; het kan geen excuus zijn voor de zelfzucht tijdens het leven. Zij, die hun bezittingen tot op het laatst vasthouden, geven het over aan de dood in plaats van aan het werk. Verliezen vinden regelmatig plaats. Banken gaan failliet en eigendommen worden op verschillende manieren geconsumeerd. Velen nemen zich voor iets te doen, maar stellen het uit, en Satan doet zijn best te verhinderen, dat de middelen in de schatkamer komen. Het gaat verloren, voordat het aan God wordt teruggegeven, en Satan jubelt daarover. Als u goed wilt doen met uw middelen, doe het dan meteen om te voorkomen, dat Satan ze in handen krijgt en het werk van God op deze wijze gehinderd wordt. Vele malen, als de Heer de weg voor de broeders opent om hun middelen in te zetten ter bevordering van Zijn werk, komen Satans handlangers met een onderneming, waarmee zij de broeders overtuigen daarmee hun middelen te kunnen verdubbelen. Zij gaan erop in, hun geld wordt geïnvesteerd, en het werk, en ook zijzelf, krijgen nooit een cent te zien.“ –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 128.

B. Welk pijnlijk nauwkeurig verslag van onszelf moeten we vastbesloten laten uitwissen?

Prediker 12:14;

Prediker 12:14: Want God zal ieder werk in het gericht brengen, met al wat verborgen is, hetzij goed, of hetzij kwaad.

Jesaja 65:6-7.

Jesaja 65:6: Ziet, het is voor Mijn aangezicht geschreven; Ik zal niet zwijgen, maar Ik zal vergelden, ja, in hun boezem zal Ik vergelden; Jesaja 65:7: Uw ongerechtigheden, en uwer vaderen ongerechtigheden tegelijk, zegt de HEERE, die gerookt hebben op de bergen, en Mij smaadheid aangedaan hebben op de heuvelen; daarom zal Ik hun vorig werkloon in hun boezem weder toemeten.

C. Wat toont, naast het feit dat hun namen in het boek des levens staan, de daden van Gods getrouwe kinderen in Gods verslag?

Maleáchi 3:16;

Maleachi 3:16: Alsdan spreken, die den HEERE vrezen, een ieder tot zijn naaste: De HEERE merkt er toch op en hoort, en er is een gedenkboek voor Zijn aangezicht geschreven, voor degenen, die den HEERE vrezen, en voor degenen, die aan Zijn Naam gedenken.

Psalm 56:9.

Psalmen 56:9: Gij hebt mijn omzwerven geteld; leg mijn tranen in uw fles; zijn zij niet in Uw register?

“Er is een ‘gedenkboek’ voor God geschreven, waarin de goede werken staan opgetekend van ‘hen, die ‘de HEERE vrezen en Zijn Naam in ere houden’. (Maleáchi 3:16). Hun woorden van geloof, en hun daden van liefde staan in de hemel opgetekend. Ook Nehemia verwijst daarnaar, wanneer hij zegt: ‘Gedenk mij, mijn God, hierom en wis de weldaden niet uit, die ik aan het huis van mijn God en aan Zijn instellingen bewezen heb’ (Nehemia 13:14). In Gods gedenkboek staat elke goede daad voor eeuwig opgetekend. Elke verleiding die is weerstaan, elk kwaad dat is overwonnen, elk woord van medeleven, dat is uitgesproken, wordt er getrouw in opgenomen. Elk offer, alle moeite en verdriet, die men terwille van Christus heeft doorstaan, zijn opgeschreven.” –De Grote Strijd, blz 444.

Woensdag — 25 maart

4. GERECHTIGHEID GEOPENBAARD

A. Welke vreugde toont God jegens zijn trouwe volk, en hoe kunnen wij die vreugde in ons karakter en onze daden weerspiegelen?

Maleáchi 3:17;

Maleachi 3:17: En zij zullen, zegt de HEERE der heirscharen, te dien dage, dien Ik maken zal, Mij een eigendom zijn; en Ik zal hen verschonen, gelijk als een man zijn zoon verschoont, die hem dient.

Matthéüs 25:34-40.

Mattheüs 25:34: Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen, die tot Zijn rechter hand zijn: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! beerft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld. Mattheüs 25:35: Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij geherbergd. Mattheüs 25:36: Ik was naakt, en gij hebt Mij gekleed; Ik ben krank geweest, en gij hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis, en gij zijt tot Mij gekomen. Mattheüs 25:37: Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Heere! wanneer hebben wij U hongerig gezien, en gespijzigd, of dorstig, en te drinken gegeven? Mattheüs 25:38: En wanneer hebben wij U een vreemdeling gezien, en geherbergd, of naakt en gekleed? Mattheüs 25:39: En wanneer hebben wij U krank gezien, of in de gevangenis, en zijn tot U gekomen? Mattheüs 25:40: En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan.

“Wanneer harten meeleven met harten, die belast zijn door ontmoediging en verdriet, wanneer de hand uitreikt naar de behoeftigen, wanneer de naakten gekleed worden, de vreemdeling verwelkomd wordt op een plaats in uw huiskamer en een plaats in uw hart, dan komen engelen heel dichtbij en wordt er in de hemel op een antwoordende toon gereageerd. Elke daad van gerechtigheid, barmhartigheid en welwillendheid maakt een melodie in de hemel. De Vader aanschouwt vanaf Zijn troon degenen, die deze daden van barmhartigheid verrichten en rekent hen tot Zijn kostbaarste schatten.” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 25.

B. Hoe weten we, dat het onderscheid tussen goddelozen en de rechtvaardigen spoedig volledig duidelijk zal worden?

Maleáchi 3:18;

Maleachi 3:18: Dan zult gijlieden wederom zien, het onderscheid tussen den rechtvaardige en den goddeloze, tussen dien, die God dient, en dien, die Hem niet dient.

Openbaring 22:11- 12.

Openbaring 22:11: Die onrecht doet, dat hij nog onrecht doe; en die vuil is, dat hij nog vuil worde; en die rechtvaardig is, dat hij nog gerechtvaardigd worde; en die heilig is, dat hij nog geheiligd worde. Openbaring 22:12: En zie, Ik kom haastiglijk en Mijn loon is met Mij, om een iegelijk te vergelden, gelijk zijn werk zal zijn.

“ ‘Daar verkondigt de hemel Zijn gerechtigheid, want God is Rechter’ (Psalm 50:6). Deze heilige wet, de uitdrukking van Gods rechtvaardigheid, die te midden van donder en bliksem op de berg Sinaï werd afgekondigd als de enige levensgids, wordt nu aan de mensen voorgehouden als de enige rechtsnorm in het oordeel. De hand slaat de tafelen open. Dan ziet men de geboden van de Decaloog, met een vurige pen geschreven. De woorden zijn zó duidelijk, dat iedereen ze kan lezen. Het geheugen van iedereen is alert, de duisternis van bijgeloof en ketterij wordt uit elke geest gebannen, en Gods tien woorden, beknopt, allesomvattend en gezaghebbend, worden aan alle mensen voorgehouden. De ontzetting en wanhoop van hen, die Gods heilige geboden hebben overtreden, is onbeschrijfelijk. God heeft hun Zijn wet gegeven, zij hebben de kans gehad hun karakter daaraan te toetsen en hun gebreken te ontdekken, toen ze nog tot inkeer konden komen. Maar ze hebben de geboden verworpen om op goede voet met de wereld te kunnen leven, en hebben anderen die ook laten overtreden. Ze wilden Gods volk dwingen Zijn Sabbat te ontheiligen. Nu worden ze veroordeeld door de wet, die ze hebben veracht. Ze zien met verbijstering in, dat ze geen enkele verontschuldiging kunnen aanvoeren… Wanneer het te laat is, zullen ze de ware aard van hun valse sabbat ontdekken en zullen ze tot de vaststelling komen, dat ze op zand hebben gebouwd. Het zal dan tot hen doordringen, dat ze al die tijd tegen God hebben gestreden. Kerkelijke leiders hebben de mensen in het verderf gestort, terwijl ze beweerden, dat ze hen naar de poorten van het paradijs brachten.“ –De Grote Strijd, blz. 589-590.

Donderdag — 26 maart

5. HET LAATSTE HOOFDSTUK

A. Beschrijf het uiteindelijke lot van boosdoeners.

Maleáchi 4:1-3.

Maleachi 4:1: Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in brand zetten, zegt de HEERE der heirscharen, Die hun noch wortel, noch tak laten zal. Maleachi 4:2: Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren. Maleachi 4:3: En gij zult de goddelozen vertreden; want zij zullen as worden onder de zolen uwer voeten, te dien dage, dien Ik maken zal, zegt de HEERE der heirscharen.

B. Welke laatste oproep zendt God via de kleine profeten?

Maleáchi 4:5-6.

Maleachi 4:5: Ziet, Ik zende ulieden den profeet Elia, eer dat die grote en die vreselijke dag des HEEREN komen zal. Maleachi 4:6: En hij zal het hart der vaderen tot de kinderen wederbrengen, en het hart der kinderen tot hun vaderen; opdat Ik niet kome, en de aarde met den ban sla.

“Aardse gezindheid en zelfzucht brengen de scheiding met God teweeg. De boodschappen uit de hemel zijn van een zodanige aard, dat ze verzet oproepen. De getrouwe getuigen voor Christus en de waarheid zullen de zonde bestraffen. Hun woorden zullen zijn als een hamer, die het stenen hart breekt, als een vuur dat afval verteert. Er is een voortdurende behoefte aan oprechte, vastberaden waarschuwende boodschappen. God zoekt mensen, die plichtsgetrouw zijn. Op het juiste tijdstip zendt Hij Zijn getrouwe boodschappers om een werk te doen zoals dat van Elia.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 206.

“Pas wanneer de ouders zelf de wet van God volgen met een volkomen hart, zullen ze in staat zijn hun kinderen na hen te bevelen. In dit opzicht is een hervorming noodzakelijk, een diepgaande reformatie. Ouders moeten zich veranderen; predikanten moeten zich veranderen; God moet in hun gezinnen gevonden worden. Als ze een verandering willen zien optreden, moet Zijn woord in hun gezinnen gevonden worden en het moet er hun raadgever worden. Ze moeten hun kinderen onderwijzen, dat het de stem van God is, die ze horen, en dat deze stem onvoorwaardelijk gehoorzaamd moet worden. Ze moeten volhardend hun kinderen onderrichten, vriendelijk en onvermoeid duidelijk maken, hoe ze moeten leven om Gode welgevallig te zijn. Kinderen uit zulk een gezin zijn in staat de drogredenen van het ongeloof tegemoet te treden. Ze hebben de Bijbel aanvaard als de basis voor hun geloof en ze bezitten een grondslag, die door het opkomend tij van het ongeloof niet weggespoeld kan worden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 115-116.

“Een wel geordend christelijk gezin is een krachtig argument ten gunste van de waarheid van de christelijke godsdienst, een argument waar de ongelovige niets tegen kan inbrengen… Als de gezinnen van belijdende christenen een juiste godsdienstige vorming hadden, zouden ze een machtige invloed ten goede uitoefenen. Ze zouden inderdaad het ‘licht der wereld’ zijn.” –Patriarchen en Profeten, blz. 116-117.

Vrijdag — 27 maart

Terugblik

1. Hoe kan ik, getrouwd of ongehuwd, Gods plan voor het huwelijk versterken?

2. Op welke manieren zie ik bewijzen van Gods reinigingsproces in mij?

3. Noem de drie gedenkboeken, die in de hemelse hoven worden genoemd.

4. Hoe kan ik vreugde brengen in het hart van hemelse wezens?

5. Wat is de krachtigste preek, waartoe in deze laatste dagen opgeroepen is? First Sabbath Offerings Chipata Livingstone Lubango Luena Francistown Maun Antsiranana Fianarantsoa Tolanaro Tomasina Tulear Blantyre Beira Nampula Keetmanshoop Tsumeb Beaufort West De Aar East London Kimberley Oudtshoorn Pietersburg Port Elizabeth Welkom Mongu Victoria Falls Luderitz Bisho Moroni Maseru Antananarivo Lilongwe Windhoek Cape Town Lusaka Harare Bloemfontein Pretoria N A M I B I A SOUTH AFRICA A N G O L A MADAGASCAR MOZAMBIQUE BOTSWANA Z A M B I A SWAZILAND LESOTHO MALAWI COMOROS 500 KM 0 500 Miles 0 L. Malawi Lake Kariba Orange R. Vaal R. Zambezi R. Zambezi R. Mozambique Channel Atlantic Ocean Indian Ocean Johannesburg Eerste Sabbat gaven Sabbat, 3 januari 2026 Sabbat, 7 februari 2026 Sabbat, 7 maart 2026 Nu hebben we de kans om ruimte te maken voor dringend noodzakelijke kantoren, vergaderruimten en klaslokalen voor zendingsscholen (zie blz. 6). Hoofdkantoor in Siguatepeque, Honduras Afdeling Welzijn van de Generale Conferentie Hoofdkantoor Maranhão Piauí Field (AMAPI), Brazilië Rampen nemen overal toe. De Heer roept ons allemaal op om te doen, wat we kunnen om de pijn en het lijden te verlichten\! (zie blz. 32). Administratieve kantoren, huisvesting en een auditorium zijn nodig om dit groeiende veld te ontwikkelen. Laten we helpen dit te realiseren! (zie blz. 53).