Het Evangelie volgens Johannes (DEEL VIER) — SABBAT, 15 november 2025

Les 7: De begrafenis en opstanding van Jezus

Tekst om te onthouden

Tekst om te onhouden: “En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij de rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is”

Jesaja 53:9

“Jezus gaf Zijn leven niet op, voordat Hij het werk had volbracht, waartoe Hij gekomen was; en Hij riep uit met Zijn laatste ademtocht: ‘Het is volbracht!’” –The Story of Redemption, blz. 226–227.

Aanvullende studie:: Selected Messages, bk. 1, blz. 301-303.

zo, — 9 nov

1. EEN EEUWIGE INSTELLING

A. Welke goddelijke instelling werd geheiligd bij de schepping en bij de verlossing van de wereld, en zal tot in eeuwigheid geheiligd blijven?

Genesis 2:1-3;

Genesis 2:1: Alzo zijn volbracht de hemel en de aarde, en al hun heir. Genesis 2:2: Als nu God op de zevende dag volbracht had Zijn werk, dat Hij gemaakt had, heeft Hij gerust op den zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had. Genesis 2:3: En God heeft den zevende dag gezegend, en die geheiligd; omdat Hij op denzelven gerust heeft van al Zijn werk, hetwelk God geschapen had, om te volmaken.

Lukas 23:52-56.

Lukas 23:52: Deze ging tot Pilatus, en begeerde het lichaam van Jezus. Lukas 23:53: En als hij hetzelve afgenomen had, wond hij dat in een fijn lijnwaad, en legde het in een graf, in een rots gehouwen, waarin nog nooit iemand gelegd was. Lukas 23:54: En het was de dag der voorbereiding, en de sabbat kwam aan. Lukas 23:55: En ook de vrouwen, die met Hem gekomen waren uit Galilea, volgden na en aanschouwden het graf, en hoe Zijn lichaam gelegd werd. Lukas 23:56: En wedergekeerd zijnde, bereidden zij specerijen en zalven; en op den sabbat rustten zij naar het gebod.

“In den beginne hadden de Vader en de Zoon op de Sabbat gerust van Hun scheppingswerk. Toen “de hemel en de aarde en al hun heer” Genesis 2:1) voltooid waren, verheugden de Schepper en alle hemelse wezens zich in het gadeslaan van dat heerlijke schouwspel. “De morgensterren juichten tezamen en al de zonen Gods jubelden” (Job 38:7). Nu rustte Jezus van het verlossingswerk; en hoewel er smart was te midden van degenen, die Hem op aarde liefhadden, was er vreugde in de hemel. In de ogen van de hemelse wezens was de belofte voor de toekomst heerlijk. Een herstelde schepping, een verlost mensdom, dat na de zonde te hebben overwonnen, nooit meer zou kunnen vallen, dit, het resultaat van het voltooide werk van Christus, zagen God en de engelen… Wanneer er een “wederoprichting van alle dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van Zijn heilige profeten, van oudsher” (Handelingen 3:21), zijn zal, dan zal de Sabbat der schepping, de dag waarop Jezus in het graf van Jozef rustte, nog een dag van rust en vreugde zijn. Hemel en aarde zullen zich verenigen in lofgezang, wanneer “van sabbat tot sabbat” (Jesaja 66:23) de geredde volken in vreugdevolle aanbidding zullen buigen voor God en het Lam.” –

ma, — 10 nov

2. RUSTEN IN HET GRAF

A. Welke twee invloedrijke personen namen de verantwoording voor de begrafenis van de Heiland op zich?

Johannes 19:38–42;

Johannes 19:38: En daarna Jozef van Arimathea (die een discipel van Jezus was, maar bedekt om de vreze der Joden), bad Pilatus, dat hij mocht het lichaam van Jezus wegnemen; en Pilatus liet het toe. Hij dan ging en nam het lichaam van Jezus weg. Johannes 19:39: En Nicodemus kwam ook (die des nachts tot Jezus eerst gekomen was), brengende een mengsel van mirre en aloe; omtrent honderd ponden gewichts. Johannes 19:40: Zij namen dan het lichaam van Jezus, en bonden dat in linnen doeken met de specerijen, gelijk de Joden de gewoonte hebben van begraven. Johannes 19:41: En er was in de plaats, waar Hij gekruist was, een hof, en in den hof een nieuw graf, in hetwelk nog nooit iemand gelegd was geweest. Johannes 19:42: Aldaar dan legden zij Jezus, om de voorbereiding der Joden, overmits het graf nabij was.

Jesaja 53:9.

Jesaja 53:9: En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is.

“In deze noodsituatie kwamen Jozef van Arimathea en Nikodemus de discipelen te hulp. Beide mannen waren leden van het Sanhedrin en kenden Pilatus persoonlijk. Beiden waren vermogende, invloedrijke mannen. Zij waren vastbesloten, het lichaam van Jezus een eervolle begrafenis te geven.” –

B. Wat hield de gedachten van de Joodse leiders bezig op deze Sabbat, en welke actie ondernamen ze?

Matthéüs 27:62–66.

Mattheüs 27:62: Des anderen daags nu, welke is na de voorbereiding, vergaderden de overpriesters en de Farizeen tot Pilatus, Mattheüs 27:63: Zeggende: Heer, wij zijn indachtig, dat deze verleider, nog levende, gezegd heeft: Na drie dagen zal Ik opstaan. Mattheüs 27:64: Beveel dan, dat het graf verzekerd worde tot den derden dag toe, opdat Zijn discipelen misschien niet komen bij nacht, en stelen Hem, en zeggen tot het volk: Hij is opgestaan van de doden; en zo zal de laatste dwaling erger zijn, dan de eerste. Mattheüs 27:65: En Pilatus zeide tot henlieden: Gij hebt een wacht; gaat heen, verzekert het, gelijk gij het verstaat. Mattheüs 27:66: En zij heengaande, verzekerden het graf met de wacht, den steen verzegeld hebbende.

“Zij (De Joodse leiders) vonden die Sabbat weinig rust. Hoewel zij niet over de drempel van een heiden wilden stappen, uit vrees, dat zij zich zouden verontreinigen, beraadslaagden zij toch over het lichaam van Christus. Dood en graf moesten Hem, Die zij gekruisigd hadden, vasthouden…

De priesters gaven aanwijzingen, hoe het graf verzekerd moest worden. Een grote steen was voor de opening geplaatst. Over deze steen brachten zij touwen aan, waarvan zij de uiteinden aan de rots bevestigden en die verzegelden met het Romeinse zegel. De steen kon niet worden bewogen zonder het zegel te verbreken. Een wacht van honderd soldaten werd toen rond het graf gelegerd om te voorkomen, dat men bedrieglijk te werk zou kunnen gaan. De priesters deden alles, wat zij konden om het lichaam van Christus op de plaats te houden, waar het was neergelegd. Hij werd zó veilig in Zijn graf verzegeld, alsof Hij daar voor alle tijden zou moeten blijven.” –

C. Welke profetie werd vervuld in dit complot om het graf te verzegelen?

Psalm 2:1–4.

Psalmen 2:1: Waarom woeden de heidenen, en bedenken de volken ijdelheid? Psalmen 2:2: De koningen der aarde stellen zich op, en de vorsten beraadslagen te zamen tegen den HEERE, en tegen Zijn Gezalfde, zeggende: Psalmen 2:3: Laat ons hun banden verscheuren, en hun touwen van ons werpen. Psalmen 2:4: Die in den hemel woont, zal lachen; de HEERE zal hen bespotten.

“Juist de pogingen, die werden aangewend om de opstanding van Christus te verhinderen, zijn de meest overtuigende argumenten om die te bewijzen. Hoe meer het aantal soldaten was, dat rond het graf was gelegerd, des te sterker zou het getuigenis zijn, dat Hij was opgestaan… Romeinse wachten en Romeinse wapenen waren niet bij machte om de Heere des levens in het graf te houden. Het uur van Zijn verlossing was nabij.” –

di, — 11 nov

3. HET LEGE GRAF

A. Wat gebeurde er op de ochtend van de eerste dag van de week?

Matthéüs 28:2–4.

Mattheüs 28:2: En ziet, er geschiedde een grote aardbeving; want een engel des Heeren, nederdalende uit den hemel, kwam toe, en wentelde de steen af van de deur, en zat op denzelven. Mattheüs 28:3: En zijn gedaante was gelijk een bliksem, en zijn kleding wit gelijk sneeuw. Mattheüs 28:4: En uit vrees van hem zijn de wachters zeer verschrikt geworden, en werden als doden.

“Engelen met uitnemende kracht bewaakten het graf en wachtten op de Vorst des levens om Hem te kunnen verwelkomen…

Wel, priesters en oversten, waar is nu de macht van uw wacht? Dappere soldaten, die nooit bevreesd zijn geweest voor menselijke kracht, zijn nu als waren zij gevangenengenomen zonder zwaard of speer. Het gelaat, waarnaar zij opzien, is niet het gelaat van een sterfelijk krijgsman; het is het gelaat van de machtigste van Gods legerscharen. Deze boodschapper is degene, die de plaats inneemt, waaruit Satan is gevallen. Hij is het, die op de heuvels van Bethlehem de geboorte van Christus verkondigde. Bij zijn nadering beeft de aarde; de legers der duisternis vluchten, en als hij de steen wegrolt, lijkt het, alsof de hemel op de aarde neerdaalt. De soldaten zien, hoe hij de steen verwijdert, zoals hij dat een kiezelsteen zou doen, en ze horen, hoe hij roept: Zone Gods, kom uit, Uw Vader roept U. Zij zien, hoe Jezus uit het graf tevoorschijn treedt, en horen, hoe Hij over het verbroken graf verklaart: 'Ik ben de opstanding en het leven'. Terwijl Hij tevoorschijn treedt in majesteit en heerlijkheid, buigen de legers van engelen zich diep in aanbidding voor de Verlosser en heten Hem welkom met lofliederen.” –

B. Welke verrassing ervoeren sommige discipelen, toen ze naar het graf liepen?

Johannes 20:1;

Johannes 20:1: En op den eersten dag der week ging Maria Magdalena vroeg, als het nog duister was, naar het graf; en zag den steen van het graf weggenomen.

Lukas 24:1–3.

Lukas 24:1: En op den eersten dag der week, zeer vroeg in den morgenstond, gingen zij naar het graf, dragende de specerijen, die zij bereid hadden, en sommigen met haar. Lukas 24:2: En zij vonden den steen afgewenteld van het graf. Lukas 24:3: En ingegaan zijnde, vonden zij het lichaam van den Heere Jezus niet.

C. Welke boodschap en instructie gaf de engel aan de vrouwen, en hoe reageerden zij?

Markus 16:5–8.

Markus 16:5: En in het graf ingegaan zijnde, zagen zij een jongeling, zittende ter rechter zijde, bekleed met een wit lang kleed, en werden verbaasd. Markus 16:6: Maar hij zeide tot haar: Zijt niet verbaasd; gij zoekt Jezus den Nazarener, Die gekruist was; Hij is opgestaan; Hij is hier niet; ziet de plaats, waar zij Hem gelegd hadden. Markus 16:7: Doch gaat heen, zegt Zijnen discipelen, en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galilea; aldaar zult gij Hem zien, gelijk Hij ulieden gezegd heeft. Markus 16:8: En zij, haastelijk uitgegaan zijnde, vloden van het graf, en beving en ontzetting had haar bevangen; en zij zeiden niemand iets; want zij waren bevreesd.

“Toen ze (Johanna, Maria, de moeder van Jakobus en Joses, Salome en andere vrouwen) bleven toeven, zagen zij plotseling, dat zij niet alleen waren. Een jongeling, gekleed in schitterende klederen, zat bij het graf. Het was de engel, die de steen had weggerold. Hij had het uiterlijk van een mens aangenomen om deze volgelingen van Jezus geen schrik aan te jagen. Nochtans omstraalde hem het licht van de hemelse heerlijkheid, en de vrouwen waren bevreesd. Zij wendden zich af om te vluchten, maar de woorden van de engel weerhielden hen op hun schreden.” –

wo, — 12 nov

4. KARAKTER WORDT GEOPENBAARD

A. Waarom kunnen we energie krijgen door het enthousiasme van de discipelen, vooral Johannes, over de betekenis van het lege graf?

Johannes 20:2–4.

Johannes 20:2: Zij liep dan, en kwam tot Simon Petrus en tot den anderen discipel, welken Jezus liefhad, en zeide tot hen: Zij hebben den Heere weggenomen uit het graf, en wij weten niet, waar zij Hem gelegd hebben. Johannes 20:3: Petrus dan ging uit, en de andere discipel, en zij kwamen tot het graf. Johannes 20:4: En deze twee liepen tegelijk; en de andere discipel liep vooruit, sneller dan Petrus, en kwam eerst tot het graf.

“Johannes klemde zich vast aan Christus, zoals de rank zich vastklemt aan de statige pilaar. Ter wille van zijn Meester trotseerde hij de gevaren van de rechtszaal en vertoefde hij bij het kruis. Op het bericht, dat Christus was opgestaan, haastte hij zich naar het graf, terwijl hij in zijn haast zelfs de onstuimige Petrus voorbij rende.” –Het Geheiligde Leven, blz. 40.

B. Wat kunnen we leren van het voorbeeld van orde en goede smaak, dat Jezus gaf na Zijn opstanding?

Johannes 20:5–7.

Johannes 20:5: En als hij nederbukte, zag hij de doeken liggen; nochtans ging hij er niet in. Johannes 20:6: Simon Petrus dan kwam en volgde hem, en ging in het graf, en zag de doeken liggen. Johannes 20:7: En den zweetdoek, die op Zijn hoofd geweest was, zag hij niet bij de doeken liggen, maar in het bijzonder in een andere plaats samengerold.

“Het was Christus Zelf Die deze grafdoeken met zoveel zorg had neergelegd. Toen de machtige engel naar het graf neerdaalde, voegde zich een andere engel bij hem, die met zijn groep over het lichaam van de Heer de wacht had gehouden. Toen de engel uit de hemel de steen wegwentelde, ging de andere engel het graf binnen en maakte de windsels van het lichaam van Jezus los. Maar het was de hand van de Heiland, die iedere doek opvouwde en op zijn plaats legde. In de ogen van Hem, Die ster en atoom op gelijke wijze leidt, is niets onbelangrijk. Orde en volmaaktheid worden gezien in al Zijn werk.” –

“Deze daden, die steeds terugkeren, vormen gewoonten. Gewoonten vormen het karakter, en door het karakter wordt onze bestemming voor tijd en eeuwigheid bepaald.

Alleen door trouw te zijn in kleine dingen kan de mens leren trouw te zijn, als hij groter verantwoordelijkheid draagt.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 219.

C. Welke boodschap brachten de wachters aan de Joodse leiders?

Matthéüs 28:11.

Mattheüs 28:11: En als zij heengingen, ziet, enigen van de wacht kwamen in de stad, en boodschapten den overpriesters al de dingen, die geschied waren.

“Die soldaten vormden een vreemd schouwspel. Bevend van vrees, met bleke gezichten, getuigden zij van de opstanding van Christus. De soldaten vertelden alles, precies zoals zij het gezien hadden: zij hadden geen tijd gehad om iets anders dan de waarheid te bedenken of te vertellen. Met moeite zeiden ze: Het was de Zoon van God, Die gekruisigd werd; we hebben gehoord, hoe een engel verklaarde, dat Hij de Majesteit des hemels is, de Koning der heerlijkheid." –

do, — 13 nov

5. BEDROG VERMIJDEN OM DE WERKELIJKHEID ONDER OGEN TE ZIEN

A. Wat deden de hogepriesters om te voorkomen, dat het bericht over de opstanding verspreid zou worden?

Matthéüs 28:12–15.

Mattheüs 28:12: En zij vergaderd zijnde met de ouderlingen, en te zamen raad genomen hebbende, gaven zij den krijgsknechten veel gelds, Mattheüs 28:13: En zeiden: Zegt: Zijn discipelen zijn des nachts gekomen, en hebben Hem gestolen, als wij sliepen. Mattheüs 28:14: En indien zulks komt gehoord te worden van den stadhouder, wij zullen hem tevreden stellen, en maken, dat gij zonder zorg zijt. Mattheüs 28:15: En zij, het geld genomen hebbende, deden, gelijk zij geleerd waren. En dit woord is verbreid geworden bij de Joden tot op den huidigen dag.

“Het gelaat van de priesters werd lijkbleek. Kajafas probeerde te spreken. Zijn lippen bewogen, maar er kwam geen geluid. De soldaten stonden op het punt de raadzaal te verlaten, toen een stem hen deed stilstaan. Kajafas had ten slotte zijn spraak hervonden. Wacht, wacht, zei hij. Vertel niemand iets van de dingen die ge hebt gezien.

Er werd de soldaten een leugenachtig bericht gegeven. “Zegt”, zeiden de priesters, “Zijn discipelen zijn des nachts gekomen en hebben Hem gestolen, terwijl wij sliepen”. Hier streefden de priesters hun doel voorbij. Hoe konden de soldaten zeggen, dat de discipelen het lichaam hadden gestolen, terwijl zij sliepen? Als ze sliepen, hoe konden ze dat dan weten? En indien de discipelen schuldig waren bevonden het lichaam van Christus te hebben gestolen, zouden de priesters dan niet de eersten zijn om hen te veroordelen? Of als de schildwachten bij het graf hadden geslapen, zouden dan niet de priesters hebben vooropgestaan om hen bij Pilatus aan te klagen?

De soldaten waren ontzet bij de gedachte zichzelf ervan te moeten beschuldigen op hun post te hebben geslapen. Dit was een vergrijp dat met de dood kon worden gestraft. Moesten zij een vals getuigenis geven, en daarmee het volk bedriegen en hun eigen leven in gevaar brengen? Hadden zij niet hun vermoeiende wacht gehouden met slapeloze waakzaamheid? Hoe zouden zij een verhoor kunnen doorstaan, zelfs ter wille van geld, indien zij een meineed pleegden?

Om het getuigenis, waarvoor zij vreesden tot zwijgen te brengen, beloofden de priesters, dat zij voor de veiligheid van de wacht zouden zorgen, door te zeggen dat Pilatus, evenmin als zij, zou willen dat een dergelijk verhaal werd rondverteld. De Romeinse soldaten verkochten hun onkreukbaarheid aan de Joden voor geld. Zij waren voor de priesters verschenen, belast met een zeer opzienbarende boodschap van waarheid; zij gingen weg met geld beladen, en op hun lippen een leugenachtig bericht, dat door de priesters voor hen was ontworpen.” –

vr, — 14 nov

Terugblik

1. Hoe kan ik, net als Nicodémus en Jozef van Arimathea, Gods zaak steunen?

2. Wat kan ik leren van de zorgvuldig gevouwen grafdoeken?

3. Hoe kan ik gevaar lopen mijn integriteit, als de Romeinse soldaten, te verkopen?

4. Vertel over de ervaring van de wachters bij het graf.

5. Leg uit, welke tegenstrijdigheden in de leugen van de priesters zaten.