Het Evangelie volgens Johannes (DEEL VIER) — SABBAT, 8 november 2025

Les 6: Golgotha

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Christus heeft ons verlost van de vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een ieder, die aan het hout hangt”

Galaten 3:13

“Adam en Eva werden uit Eden verbannen. Christus moest, als onze plaatsvervanger, lijden buiten de grenzen van Jeruzalem. Hij stierf buiten de poort, waar misdadigers en moordenaars werden terechtgesteld.” –

Aanvullende studie:: Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 223-241.

zo, — 2 nov

1. HET DEEL VAN DE SOLDATEN

A. Wat deden de Romeinse soldaten, nadat Pilatus Jezus aan hen had overgeleverd?

Matthéüs 27:27–30.

Mattheüs 27:27: Toen namen de krijgsknechten des stadhouders Jezus met zich in het rechthuis, en vergaderden over Hem de ganse bende. Mattheüs 27:28: En als zij Hem ontkleed hadden, deden zij Hem een purperen mantel om; Mattheüs 27:29: En een kroon van doornen gevlochten hebbende, zetten die op Zijn hoofd, en een rietstok in Zijn rechter hand; en vallende op hun knieen voor Hem, bespotten zij Hem, zeggende: Wees gegroet, Gij Koning der Joden! Mattheüs 27:30: En op Hem gespogen hebbende, namen zij de rietstok en sloegen op Zijn hoofd.

B. Waar brachten de soldaten Jezus heen, nadat ze Hem vernederd hadden?

Matthéüs 27:31;

Mattheüs 27:31: En toen zij Hem bespot hadden, deden zij Hem den mantel af, en deden Hem Zijn klederen aan, en leidden Hem heen om te kruisigen.

Johannes 19:17.

Johannes 19:17: En Hij, dragende Zijn kruis, ging uit naar de plaats, genaamd Hoofdschedelplaats, welke in het Hebreeuws genaamd wordt Golgotha;

Wie volgden hen nog meer?

“Christus, de dierbare Godszoon, werd weggeleid en het kruis werd Hem op de schouders gelegd. Elke schrede was zichtbaar door het bloed uit Zijn wonden. Omstuwd oor een geweldige schare van verbitterde vijanden en ongevoelige toeschouwers, wordt Hij naar de kruisplaats geleid…

Zijn terneergeslagen discipelen volgen Hem op een afstand, achter de moorddadige bende.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 232.

“Het nieuws van Zijn veroordeling had zich door geheel Jeruzalemverbreid, en mensen van alle standen en rangen stroomden naar de plaats der kruisiging. De priesters en oversten waren door een belofte gebonden de volgelingen van Christus geen geweld aan te doen, indien Hijzelf aan hen werd overgeleverd, en de discipelen en de gelovigen uit de stad en de omgeving sloten zich aan bij de menigte, die de Heiland volgde.” –

ma, — 3 nov

2. OP DE WEG NAAR GOLGOTHA

A. Leg de lichamelijke toestand van Christus uit, toen het kruis op Hem werd gelegd, en welke maatregelen werden getroffen om verder te kunnen gaan.

Matthéüs 27:32.

Mattheüs 27:32: En uitgaande, vonden zij een man van Cyrene, met name Simon; deze dwongen zij, dat hij Zijn kruis droeg.

“Sinds het paschamaal met Zijn discipelen had Hij gegeten noch gedronken. Hij had in Gethsemane ten dode toe gestreden met satanische machten. Hij had de zielesmart van het verraad verdragen, en gezien, hoe Zijn discipelen Hem in de steek lieten en vluchtten. Hij was naar Annas gevoerd, daarna naar Kajafas, toen naar Pilatus. Van Pilatus was Hij naar Herodes gezonden, en dan weer naar Pilatus. Van de ene belediging tot de volgende, van bespotting tot bespotting, tweemaal gemarteld door geseling, die gehele nacht was het ene toneel na het andere van dien aard geweest, dat daardoor de menselijke ziel tot het uiterste beproefd moest worden. Christus had niet gefaald. Hij had slechts woorden gesproken, die erop gericht waren God te verheerlijken. Gedurende de gehele schandelijke vertoning van Zijn verhoor had Hij Zich vastbesloten en waardig gedragen. Maar toen na de tweede geseling het kruis op Hem werd gelegd, kon Zijn menselijke natuur het niet meer verdragen. Hij bezweek onder Zijn last…

Op dit ogenblik komt juist een vreemdeling, Simon van Cyrene, die van het land kwam, de menigte tegen… Hij blijft staan, verwonderd over het schouwspel; en wanneer hij zijn medelijden uitspreekt, grijpen zij hem en leggen het kruis op zijn schouders.

Simon had over Jezus gehoord. Zijn zonen geloofden in de Heiland, maar hijzelf was geen discipel. Het dragen van het kruis naar Golgotha was een zegen voor Simon, en hij was sindsdien altijd dankbaar voor deze voorzienigheid. Het bracht hem ertoe het kruis van Christus te verkiezen en op te nemen, en voor altijd vol vreugde deze last te dragen.” –

B. Wat profeteerde Jezus, toen Hij woorden van medeleven hoorde?

Lukas 23:27–31.

Lukas 23:27: En een grote menigte van volk en van vrouwen volgde Hem, welke ook weenden en Hem beklaagden. Lukas 23:28: En Jezus, Zich tot haar kerende zeide: Gij dochters van Jeruzalem! weent niet over Mij, maar weent over uzelven, en over uw kinderen. Lukas 23:29: Want ziet, er komen dagen, in welke men zeggen zal: Zalig zijn de onvruchtbaren, en de buiken, die niet gebaard hebben, en de borsten, die niet gezoogd hebben. Lukas 23:30: Alsdan zullen zij beginnen te zeggen tot de bergen: Valt op ons; en tot de heuvelen: Bedekt ons. Lukas 23:31: Want indien zij dit doen aan het groene hout, wat zal aan het dorre geschieden?

“Van het toneel voor Zijn ogen zag Christus vooruit naar het ogenblik van Jeruzalems verwoesting. Bij de verschrikkelijke gebeurtenis zouden velen van hen, die nu om Hem weenden, met hun kinderen omkomen…

In de verwoesting van de onboetvaardige stad zag Hij (Jezus) een symbool van de uiteindelijke verwosting, die over de wereld zou komen. Hij zei: 'Dan zal men beginnen te zeggen tot de bergen: Valt op ons; en tot de heuvelen: Bedekt ons. Want indien zij dit doen aan het groene hout, wat zal met het dorre geschieden?' Met het groene hout stelde Jezus Zichzelf voor, de onschuldige Verlosser. God liet toe, dat Zijn toorn over de overtreding op Zijn geliefde Zoon viel. Jezus zou voor de zonden der mensen worden gekruisigd. Welk lijden zou dan de zondaar, die voortging te zondigen, moeten dragen?” –

di, — 4 nov

3. DE KRUISIGING

A. Beschrijf de scène op Golgotha en de bijzonder hartverscheurende gevolgen ervan voor Jezus' moeder.

Matthéüs 27:33–34;

Mattheüs 27:33: En gekomen zijnde tot de plaats, genaamd Golgotha, welke is gezegd Hoofdschedelplaats, Mattheüs 27:34: Gaven zij Hem te drinken edik met gal gemengd; en als Hij dien gesmaakt had, wilde Hij niet drinken.

Johannes 19:18,

Johannes 19:18: Alwaar zij Hem kruisten, en met Hem twee anderen, aan elke zijde een, en Jezus in het midden.

Johannes 19:25.

Johannes 19:25: En bij het kruis van Jezus stonden Zijn moeder en Zijner moeders zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena.

“Toen ze op de plaats van de terechtstelling aankwamen, werden de gevangenen op de martelwerktuigen gebonden. De twee rovers verzetten zich hevig in de greep van degenen, die hen op het kruis legden; maar Jezus bood geen tegenstand. Ondersteund door Johannes, de geliefde discipel, had de moeder van Jezus de schreden van haar Zoon naar Golgotha gevolgd. Ze had gezien, hoe Hij bezweek onder de last van het kruis, en had verlangd een steunende hand te leggen onder Zijn gewonde hoofd, en dat voorhoofd, dat eens aan haar borst had gerust, af te wissen. Maar dit droeve voorrecht werd haar niet verleend. Met de discipelen koesterde zij nog steeds de hoop, dat Jezus Zijn macht zou openbaren en Zich van Zijn vijanden zou bevrijden. Opnieuw ontzonk haar de moed, wanneer zij terugdacht aan de woorden, waarmee Hij juist die dingen die nu plaatsvonden, had voorzegd. Terwijl de rovers op het kruis werden gebonden, keek zij met angstige spanning toe. Zou Hij, Die het leven aan de doden had gegeven, toelaten, dat Hijzelf werd gekruisigd? Zou de Zoon van God dulden, dat Hij zo wreed werd gedood? Moest zij haar geloof, dat Jezus de Messias was, opgeven? Moest ze getuige zijn van Zijn schande en smart, zonder zelfs het voorrecht te hebben Hem in Zijn lijden bij te staan? Zij zag hoe Zijn handen waren uitgestrekt op het kruis; de hamer en de spijkers werden gebracht, en toen de nagels werden gedreven door het tere vlees, droegen de tot in de ziel getroffen discipelen de bezwijmende gestalte van de moeder van Jezus weg van het wrede gebeuren.” –

B. Welke actie van de soldaten vervulde een ander profetisch detail over Jezus? Vergelijk

Psalm 22:17–19

Psalmen 22:17: Want honden hebben mij omsingeld; een vergadering van boosdoeners heeft mij omgeven; zij hebben mijn handen en mijn voeten doorgraven. Psalmen 22:18: Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; zij schouwen het aan, zij zien op mij. Psalmen 22:19: Zij delen mijn klederen onder zich, en werpen het lot over mijn gewaad.

met

Johannes 19:23–24.

Johannes 19:23: De krijgsknechten dan, als zij Jezus gekruist hadden, namen Zijn klederen, (en maakten vier delen, voor elken krijgsknecht een deel) en den rok. De rok nu was zonder naad, van boven af geheel geweven. Johannes 19:24: Zij dan zeiden tot elkander: Laat ons dien niet scheuren, maar laat ons daarover loten, wiens die zijn zal; opdat de Schrift vervuld worde, die zegt: Zij hebben Mijn klederen onder zich verdeeld, en over Mijn kleding hebben zij het lot geworpen. Dit hebben dan de krijgsknechten gedaan.

“Eeuwen voor de kruisiging had de Heiland de bejegening voorzegd, die Hem ten deel zou vallen… De profetie betreffende Zijn (Christus') klederen ging in vervulling zonder de raad of de tussenkomst van de vrienden of de vijanden van de Gekruisigde. Zijn kleding werd gegeven aan de soldaten, die Hem aan het kruis hadden gehangen. Christus hoorde de twist van de mannen, toen zij de kledingstukken onder elkander verdeelden. Zijn onderkleed was aan één stuk geweven, zonder naad, en zij zeiden: 'Laten wij dit niet scheuren, maar erom loten, voor wie het zijn zal'.” –

wo, — 5 nov

4. DE KONING DER JODEN

A. Welk drietalig opschrift werd in opdracht van Pilatus op het kruis aangebracht?

Johannes 19:19–20.

Johannes 19:19: En Pilatus schreef ook een opschrift, en zette dat op het kruis; en er was geschreven: JEZUS De NAZARENER De KONING DER JODEN. Johannes 19:20: Dit opschrift dan lazen velen van de Joden; want de plaats, waar Jezus gekruist werd, was nabij de stad; en het was geschreven in het Hebreeuws, in het Grieks, en in het Latijn.

Hoe reageerden de Joodse leiders?

Johannes 19:21–22.

Johannes 19:21: De overpriesters dan der Joden zeiden tot Pilatus: Schrijf niet: De Koning der Joden; maar, dat Hij gezegd heeft: Ik ben de Koning der Joden. Johannes 19:22: Pilatus antwoordde: Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven.

“Dit opschrift ergerde de Joden. In de rechtszaal van Pilatus hadden zij geroepen: “Kruisig Hem!” “Wij hebben geen koning, alleen de keizer!” Zij hadden verklaard, dat een ieder die een andere koning zou erkennen, een verrader was. Pilatus schreef de gevoelens op die zij hadden uitgedrukt. Er werd geen vergrijp genoemd, behalve, dat Jezus de Koning der Joden was. Het opschrift was in werkelijkheid een erkenning van de trouw van de Joden jegens de Romeinse macht. Het verklaarde, dat een ieder die aanspraak erop zou maken de Koning van Israël te zijn, door hen des doods schuldig geoordeeld zou worden. De priesters hadden hun doel voorbijgestreefd. Toen zij samenzweringen tegen Christus smeedden om Hem te doden, had Kajafas verklaard, dat het wenselijk was, dat één man zou sterven om de natie te redden. Nu kwam hun huichelachtigheid aan het licht. Door Christus om te brengen, waren zij bereid geweest zelfs hun nationaal bestaan op te offeren.

De priesters zagen, wat zij hadden gedaan, en zij vroegen Pilatus om het opschrift te wijzigen. Zij zeiden: “Schrijf niet: De Koning der Joden, maar dat Hij gezegd heeft: Ik ben de Koning der Joden”. Maar Pilatus was boos op zichzelf, omdat hij tevoren zwak was geweest, en hij had een diepe verachting voor de naijverige, sluwe priesters en oversten. Hij antwoordde op koude toon: “Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven”.

Een hogere macht dan Pilatus of de Joden had het plaatsen van dat opschrift boven het hoofd van Jezus geleid. Door Gods voorzienigheid zou dit tot nadenken leiden en het onderzoek van de Schriften opwekken. De plaats, waar Christus werd gekruisigd, was dicht bij de stad. Duizenden mensen uit alle landen waren op dat ogenblik in Jeruzalem, en het opschrift, dat verklaarde, dat Jezus van Nazareth de Messias was, zou onder hun aandacht komen. Het was een levende waarheid, opgetekend door een hand die God had geleid.” –

B. Wat bad Jezus aan het kruis, en wie waren daarbij betrokken?

Lukas 23:34.

Lukas 23:34: En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen. En verdelende Zijn klederen, wierpen zij het lot.

“Dit gebed van Christus voor Zijn vijanden omvatte de wereld. Het was bestemd voor iedere zondaar, die had geleefd of nog zou leven, vanaf het begin der wereld tot het einde der tijden. Op allen rust de schuld van de kruisiging van Gods Zoon. Aan allen wordt vrijelijk de vergeving aangeboden. Een ieder, 'die wil', kan vrede hebben met God en het eeuwige leven beërven.” –

do, — 6 nov

5. “HET IS VOLBRACHT” do, 6 nov

A. Noem één aspect van het edele voorbeeld, dat Jezus ons naliet.

Johannes 19:26–27.

Johannes 19:26: Jezus nu, ziende Zijn moeder, en den discipel, dien Hij liefhad, daarbij staande, zeide tot Zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon. Johannes 19:27: Daarna zeide Hij tot den discipel: Zie, uw moeder. En van die ure aan nam haar de discipel in zijn huis.

“In Zijn laatste doodsstrijd denk Hij (Jezus) eraan te zorgen voor Zijn bedroefde, eenzame moeder. Diezelfde geest zal gezien worden in iedere discipel van onze Heere. Zij, die Christus volgen, zullen gevoelen, dat het een deel van hun godsdienst is om hun ouders te eerbiedigen en voor hen te zorgen.” –

B. Wie redde Jezus tijdens de laatste momenten van Zijn offer?

Lukas 23:39–43.

Lukas 23:39: En een der kwaaddoeners, die gehangen waren, lasterde Hem, zeggende: Indien Gij de Christus zijt, verlos Uzelven en ons. Lukas 23:40: Maar de andere, antwoordende, bestrafte hem, zeggende: Vreest gij ook God niet, daar gij in hetzelfde oordeel zijt? Lukas 23:41: En wij toch rechtvaardiglijk; want wij ontvangen straf, waardig hetgeen wij gedaan hebben; maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan. Lukas 23:42: En hij zeide tot Jezus: Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn. Lukas 23:43: En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.

Wat was de betekenis van Jezus' laatste kreet?

Johannes 19:30.

Johannes 19:30: Toen Jezus dan den edik genomen had, zeide Hij: Het is volbracht! En het hoofd buigende, gaf den geest.

“Oude teksten hadden geen leestekens. De komma (in Lukas 23:43) kon vóór of na heden komen.” –Bible From the Ancient Eastern Text, blz. 1049.

“Toen de luide roep: “Het is volbracht!”, van de lippen van Christus kwam, verrichtten de priesters hun werk in de tempel. Het was de tijd van het avondoffer. Het lam dat Christus voorstelde, was naar de tempel gebracht om te worden geslacht. Gekleed in zijn betekenisvolle, prachtige kleed stond de priester met opgeheven mes, zoals Abraham, toen hij op het punt stond zijn zoon te doden. Met intense belangstelling keken de mensen toe. Maar de aarde beeft en schudt; want de Here Zelf nadert. Met een scheurend geluid wordt het binnenste voorhangsel van de tempel door een ongeziene hand van boven naar beneden opengereten, waardoor voor de ogen der menigte de plaats die eens met de tegenwoordigheid van God was vervuld, wordt opengesteld…

Overal heerst vrees en verwarring. De priester staat op het punt het offerdier te slachten; maar het mes valt uit zijn krachteloze hand, en het lam ontkomt. Type en antitype hebben elkaar ontmoet in de dood van Gods Zoon. Het grote offer is gebracht. De weg naar het heilige der heiligen is geopend. Er is een nieuwe, levende weg bereid voor allen.” –

vr, — 7 nov

Terugblik

1. Hoe was Jezus behandeld door de Romeinse soldaten, voor zij Hem leidden om gekruisigd te worden?

2. Hoe toonde Jezus, wat Hij dacht van anderen zelfs op Zijn weg naar Golgotha?

3. Beschrijf de profetieën, die werden vervuld bij de kruisiging van Jezus.

4. Hoe bad Jezus voor mij, terwijl Hij aan het kruis hing?

5. Wat werd bedoeld door Jezus’ kreet van ‘het is volbracht’?