Het Evangelie volgens Johannes (DEEL VIER) — SABBAT, 20 december 2025

Les 12: Praktisch uitgaan

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Ga naar uw huis tot de uwen, en boodschap hun, wat grote dingen de Heere u gedaan heeft, en hoe Hij Zich over u ontfernd heeft”

Markus 5:19

“De discipelen moesten hun werk beginnen op de plaats, waar zij zich bevonden.” –

Aanvullende studie:: Uit de Schatkamer der Getuigenissen 2, blz. 516-523;; Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 412.

zo, — 14 dec

1. VELE NATIONALITEITEN VERZAMELD

A. Wanneer werd de vervulling van Christus' belofte van bijzondere macht voor Zijn discipelen voor het eerst zichtbaar waargenomen?

Handelingen 2:1–4.

Handelingen 2:1: En als de dag van het Pinkster feest vervuld werd, waren zij allen eendrachtelijk bijeen. Handelingen 2:2: En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen, gedreven wind, en vervulde het gehele huis, waar zij zaten. Handelingen 2:3: En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen. Handelingen 2:4: En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.

“De Heilige Geest rustte in de vorm van vurige tongen op hen, die samengekomen waren. Dit was een symbool van de gave, die toen aan de discipelen werd geschonken, en die hen in staat stelde om talen, die hun voorheen onbekend waren, vloeiend te spreken. De verschijning van vuur kenmerkte de brandende ijver, waarmee de apostelen hun taak zouden verrichten en de kracht, die hun werk zou begeleiden.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 27–28.

B. Waarom was de gave van tongen bij die gelegenheid nodig?

Handelingen 2:5–11.

Handelingen 2:5: En er waren Joden, te Jeruzalem wonende, godvruchtige mannen van allen volke dergenen, die onder den hemel zijn. Handelingen 2:6: En als deze stem geschied was, kwam de menigte samen, en werd beroerd, want een iegelijk hoorde hen in zijn eigen taal spreken. Handelingen 2:7: En zij ontzetten zich allen, en verwonderden zich, zeggende tot elkander: Ziet, zijn niet alle dezen, die daar spreken, Galileers? Handelingen 2:8: En hoe horen wij hen een iegelijk in onze eigen taal, in welke wij geboren zijn? Handelingen 2:9: Parthers, en Meders, en Elamieten, en de inwoners zijn van Mesopotamie, en Judea, en Cappadocie, Pontus en Azie. Handelingen 2:10: En Frygie, en Pamfylie, Egypte, en de delen van Libye, hetwelk bij Cyrene ligt, en uitlandse Romeinen, beiden Joden en Jodengenoten; Handelingen 2:11: Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken.

“Gedurende de verstrooiing waren de Joden over bijna elk deel van de bewoonde wereld verspreid, en tijdens hun verbanning hadden ze verschillende talen leren spreken. Velen van hen waren bij deze gelegenheid in Jeruzalem, om de godsdienstige feestelijkheden, die toen plaatshadden, bij te wonen. alle bekende talen waren door de samengekomenen vertegenwoordigd. Deze verscheidenheid van talen zou een grote belemmering voor de verkondiging van het evangelie zijn geweest. God voorzag daarom op wonderbare wijze in de tekortkomingen van de apostelen. De Heilige Geest deed voor hen, wat zij in hun gehele leven niet tot stand hadden kunnen brengen." –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 28.

ma, — 15 dec

2. GETUIGEN IN VREEMDE TALEN

A. Wat zegt de apostel over de ware gave van het spreken in vreemde talen?

1 Korinthe 12:28,

1 Korinthe 12:28: En God heeft er sommigen in de Gemeente gesteld, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, daarna krachten, daarna gaven der gezondmakingen, behulpsels, regeringen, menigerlei talen.

1 Korintiërs 12:30.

1 Korinthe 12:30: Hebben zij allen gaven der gezondmakingen? Spreken zij allen met menigerlei talen? Zijn zij allen uitleggers?

Hoe is dit nu van toepassing?

“Er zijn onder ons mensen die, zonder de moeite en het uitstel van het leren van een vreemde taal, zich zouden kunnen kwalificeren om de waarheid aan andere volken te verkondigen. In de vroegere gemeente werden zendelingen op wonderbaarlijke wijze begiftigd met kennis van de talen, waarin ze geroepen waren om de ondoorgrondelijke rijkdom van Christus te prediken. En als God toen bereid was Zijn dienaren zo te helpen, kunnen we er dan aan twijfelen, dat Zijn zegen zal rusten op onze inspanningen om degenen te kwalificeren, die van nature een kennis van vreemde talen bezitten en die, met de juiste aanmoediging, de boodschap van de waarheid aan hun eigen landgenoten zouden brengen? We zouden meer arbeiders in buitenlandse zendingsvelden hebben, als degenen die deze velden betraden, elk talent binnen hun bereik hadden aangewend…

In sommige gevallen kan het nodig zijn, dat jonge mensen vreemde talen leren. Dit kunnen ze het meest succesvol doen door met de mensen om te gaan en tegelijkertijd een deel van hun dag te besteden aan het bestuderen van de taal. Dit moet echter alleen gebeuren als een noodzakelijke stap ter voorbereiding op de opleiding van degenen, die zich in de zendingsvelden zelf bevinden en die, met de juiste opleiding, werkers kunnen worden. Het is essentieel, dat degenen die in hun moedertaal tot de mensen van verschillende landen kunnen spreken, tot de dienst worden aangespoord.” –Gospel Workers, blz. 82–83.

B. Welke talenten heeft God aan Zijn dienaren beloofd, en wat moeten wij doen om deze talenten te ontwikkelen? Efeze 2:8;

1 Korinthe 12:7–11.

1 Korinthe 12:7: Maar aan een iegelijk wordt de openbaring des Geestes gegeven tot hetgeen oorbaar is. 1 Korinthe 12:8: Want dezen wordt door den Geest gegeven het woord der wijsheid, en een ander het woord der kennis, door denzelfden Geest; 1 Korinthe 12:9: En een ander het geloof, door denzelfden Geest; en een ander de gaven der gezondmakingen, door denzelfden Geest. 1 Korinthe 12:10: En een ander de werkingen der krachten; en een ander profetie; en een ander onderscheidingen der geesten; en een ander menigerlei talen; en een ander uitlegging der talen. 1 Korinthe 12:11: Doch deze dingen alle werkt een en dezelfde Geest, delende aan een iegelijk in het bijzonder, gelijkerwijs Hij wil.

“Het is niet zo, dat alle gaven zullen worden toebedeeld aan iedere gelovige… Maar de gaven des Geestes worden beloofd aan iedere gelovige naar gelang zijn behoefte voor het werk des Heeren. De belofte is thans nog even krachtig en betrouwbaar als in de dagen van de apostelen." –

“De zaak van God heeft behoefte aan bekwame mannen; aan mannen die opgeleid zijn om dienst te doen als leraren en predikers. Mannen, die weinig opleiding op school of universiteit hebben genoten, hebben met een zekere mate van succes gewerkt; maar zij hadden een grotere mate van succes kunnen behalen en efficiëntere arbeiders kunnen zijn, als ze vanaf het begin mentale discipline hadden ontwikkeld.” –Gospel Workers, blz. 92.

di, — 16 dec

3. VITALE SLEUTELS TOT SUCCES

A. Waarom zijn zendingsscholen zo'n waardevolle bron? En wat is de eerste plicht van iedereen, die het evangelie efficiënt wil delen?

2 Timótheüs 2:15.

2 Timotheüs 2:15: Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.

“Het werk om zielen voor Christus te winnen vereist zorgvuldige voorbereiding. Mannen kunnen niet zonder de nodige training in dienst van de Heer treden en het hoogste succes verwachten. Monteurs, advocaten, kooplieden, mannen van alle ambachten en beroepen, worden opgeleid voor de branche, waarin ze hopen te werken. Het is hun beleid om zichzelf zo efficiënt mogelijk te maken. Ga naar de modeontwerpster of de naaister, en ze zal u vertellen, hoe lang ze heeft gezwoegd, voordat ze haar vak grondig kende. De architect zal u vertellen, hoe lang het hem heeft gekost om te begrijpen, hoe hij een smaakvol, royaal gebouw moest ontwerpen. En zo is het met alle beroepen, die mannen uitoefenen.

Zouden de dienaren van Christus minder ijver moeten tonen bij de voorbereiding op een werk, dat oneindig veel belangrijker is? Moeten ze onwetend zijn over de manieren en middelen om bezig te zijn in het winnen van zielen? Het vereist kennis van de menselijke natuur, nauwgezette studie, zorgvuldige overweging en oprecht gebed om te weten, hoe mannen en vrouwen te benaderen over de grote onderwerpen, die hun eeuwig welzijn aangaan.” –Gospel Workers, blz. 92.

“Alleen bij het altaar van God kunnen wij onze kaarsen met goddelijk vuur aansteken…

Gods boodschappers moeten lang met Hem blijven, als zij succes willen hebben in hun werk. Er wordt verteld over een oude vrouw uit Lancashire, die luisterde naar de redenen, die haar buren gaven voor het succes van hun predikant. Ze spraken over zijn gaven, zijn manier van aanspreken, zijn manieren. 'Nee,' zei de oude vrouw, 'ik zal u vertellen wat het is. Uw man is erg dik met de Almachtige'.” –Gospel Workers, blz. 255.

B. Welke goddelijke bescherming is beloofd aan Christus' discipelen, die eropuit trekken om de boodschap van de waarheid te verspreiden?

Markus 16:18 (eerste deel).

[Mark.16.18.a]

Noem één voorbeeld van de vervulling van deze belofte.

Handelingen 28:1–5.

Handelingen 28:1: En als zij ontkomen waren, toen verstonden zij, dat het eiland Melite heette. Handelingen 28:2: En de barbaren bewezen ons geen gemene vriendelijkheid; want een groot vuur ontstoken hebbende, namen zij ons allen in, om den regen, die overkwam, en om de koude. Handelingen 28:3: En als Paulus een hoop rijzen bijeengeraapt en op het vuur gelegd had, kwam er een adder uit door de hitte, en vatte zijn hand. Handelingen 28:4: En als de barbaren het beest zagen aan zijn hand hangen, zeiden zij tot elkander: Deze mens is gewisselijk een doodslager, welken de wraak niet laat leven, daar hij uit de zee ontkomen is. Handelingen 28:5: Maar hij schudde het beest af in het vuur, en leed niets kwaads.

“In die tijd (de vroege christelijke jaartelling) werd dikwijls vergiftiging toegepast. Gewetenloze mensen aarzelden niet om door dit middel mensen, die hun eerzucht in de weg stonden, uit de weg te ruimen. Jezus wist, dat het leven van Zijn discipelen aan dit gevaar zou blootstaan. Door Zijn getuigen ter dood te brengen, zouden vele mensen menen Gode een dienst te bewijzen. Daarom beloofde Hij hun bescherming tegen dit gevaar.” –

wo, — 17 dec

4. ZORG VOOR DE ZIEKEN

A. Welke extra macht gaf Jezus aan Zijn discipelen, en wat was hun verklaring, waarin ze deze macht erkenden?

Lukas 9:1;

Lukas 9:1: En Zijn twaalf discipelen samengeroepen hebbende, gaf Hij hun kracht en macht over al de duivelen, en om ziekten te genezen.

Lucas 10:17.

Lukas 10:17: En de zeventigen zijn wedergekeerd met blijdschap, zeggende: Heere, ook de duivelen zijn ons onderworpen, in Uw Naam.

Wat antwoordde Christus hun?

Lukas 10:20.

Lukas 10:20: Doch verblijdt u daarin niet, dat de geesten u onderworpen zijn; maar verblijdt u veel meer, dat uw namen geschreven zijn in de hemelen.

“Verheugt u niet over het bezit van macht, opdat u niet uw afhankelijkheid van God uit het oog verliest. Wees voorzichtig, dat u niet zelfgenoegzaam wordt en in eigen kracht gaat werken, en niet in de geest en kracht van uw Meester. Het ‘ik’ staat altijd klaar om het zich als een verdienste aan te rekenen, wanneer het werk enige mate van succes heeft. Het ‘ik’ wordt gevleid en verhoogd, en op de geest van anderen wordt de indruk gemaakt, dat God alles in allen is… Wanneer wij onze zwakheid beseffen, dan leren we afhankelijk te zijn van een macht, die niet in ons zelf is.” –

B. Wat was het resultaat van het feit, dat Jezus prioriteit gaf aan het werk van genezen van zieken?

Lukas 4:38–39;

Lukas 4:38: En Jezus, opgestaan zijnde uit de synagoge, ging in het huis van Simon; en Simons vrouws moeder was met een grote koorts bevangen, en zij baden Hem voor haar. Lukas 4:39: En staande boven haar, bestrafte Hij de koorts, en de koorts verliet haar; en zij van stonde aan opstaande, diende henlieden.

Lucas 5:12–13;

Lukas 5:12: En het geschiedde, als Hij in een dier steden was, ziet, er was een man vol melaatsheid; en Jezus ziende, viel hij op het aangezicht, en bad Hem, zeggende: Heere! zo Gij wilt, Gij kunt mij reinigen. Lukas 5:13: En Hij, de hand uitstrekkende, raakte hem aan; en zeide: Ik wil, word gereinigd! En terstond ging de melaatsheid van hem.

Lucas 6:6,

Lukas 6:6: En het geschiedde ook op een anderen sabbat, dat Hij in de synagoge ging, en leerde. En daar was een mens, en zijn rechterhand was dor.

Lucas 6:10.

Lukas 6:10: En hen allen rondom aangezien hebbende, zeide Hij tot den mens: Strek uw hand uit. En hij deed alzo; en zijn hand werd hersteld, gezond gelijk de andere.

“Gedurende Zijn dienstwerk wijdde Jezus meer tijd aan het genezen van zieken dan aan het prediken. Zijn wonderen getuigden van de waarheid van Zijn woorden, dat Hij niet gekomen was om te verderven, maar om te redden. Zijn heil ging voor Hem uit, en de heerlijkheid des Heeren was Zijn achterhoede. Overal waar Hij kwam, waren de geruchten van Zijn genade Hem voorgegaan. Waar Hij voorbijgegaan was, verheugden degenen, over wie Hij Zich ontfermd had, zich over hun gezondheid en beproefden zij hun nieuwgevonden krachten. Menigten verzamelden zich rondom hen heen om van hun lippen de werken, die de Heere gewrocht had, te vernemen. Zijn stem was het eerste geluid, dat velen ooit gehoord hadden, Zijn naam het eerste woord dat zij ooit gesproken hadden, Zijn gelaat het eerste dat zij ooit aanschouwd hadden. Waarom zouden ze Jezus niet liefhebben en Zijn lof doen horen? Terwijl Hij door de steden en dorpen ging, was Hij als een stroom des levens, leven en vreugde verspreidend overal waar Hij ging." –

C. Welk werk deden de discipelen in navolging van Christus' voorbeeld?

Handelingen 3:1–7;

Handelingen 3:1: Petrus nu en Johannes gingen te zamen op naar den tempel, omtrent de ure des gebeds, zijnde de negende ure; Handelingen 3:2: En een zeker man, die kreupel was van zijner moeders lijf, werd gedragen, welken zij dagelijks zetten aan de deur des tempels, genaamd de Schone, om een aalmoes te begeren van degenen, die in den tempel gingen; Handelingen 3:3: Welke, Petrus en Johannes ziende, als zij in den tempel zouden ingaan, bad, dat hij een aalmoes mocht ontvangen. Handelingen 3:4: En Petrus, sterk op hem ziende, met Johannes, zeide: Zie op ons. Handelingen 3:5: En hij hield de ogen op hen, verwachtende, dat hij iets van hen zou ontvangen. Handelingen 3:6: En Petrus zeide: Zilver en goud heb ik niet, maar hetgeen ik heb, dat geve ik u; in den Naam van Jezus Christus, den Nazarener, sta op en wandel! Handelingen 3:7: En hem grijpende bij de rechterhand richtte hij hem op, en terstond werden zijn voeten en enkelen vast.

Handelingen 9:32–34;

Handelingen 9:32: En het geschiedde, als Petrus alom doortrok, dat hij ook afkwam tot de heiligen, die te Lydda woonden. Handelingen 9:33: En aldaar vond hij een zeker mens, met name Eneas, die acht jaren te bed gelegen had, welke geraakt was. Handelingen 9:34: En Petrus zeide tot hem: Eneas! Jezus Christus maakt u gezond; sta op en spreid uzelven het bed. En hij stond terstond op.

Handelingen 28:8–9.

Handelingen 28:8: En het geschiedde, dat de vader van Publius, met koortsen en den roden loop bevangen zijnde, te bed lag; tot denwelken Paulus inging, en als hij gebeden had, legde hij de handen op hem, en maakte hem gezond. Handelingen 28:9: Als dit dan geschied was, kwamen ook tot hem de anderen, die krankheden hadden in het eiland, en werden genezen.

do, — 18 dec

5. HET VERLICHTEN VAN MENSELIJK LIJDEN

A. Welke verstrekkende opdracht rust op ons tot het einde van de proeftijd?

Matthéüs 10:7–8;

Mattheüs 10:7: En heengaande predikt, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Mattheüs 10:8: Geneest de kranken; reinigt de melaatsen; wekt de doden op; werpt de duivelen uit. Gij hebt het om niet ontvangen, geeft het om niet.

Markus 5:19;

Markus 5:19: Doch Jezus liet hem dat niet toe, maar zeide tot hem: Ga heen naar uw huis tot de uwen, en boodschap hun, wat grote dingen u de Heere gedaan heeft, en hoe Hij Zich uwer ontfermd heeft.

Markus 16:18 (laatste deel);

[Mark.16.18.b]

Lukas 9:1–2.

Lukas 9:1: En Zijn twaalf discipelen samengeroepen hebbende, gaf Hij hun kracht en macht over al de duivelen, en om ziekten te genezen. Lukas 9:2: En Hij zond hen heen, om te prediken het Koninkrijk Gods, en de kranken gezond te maken.

“De volgelingen van Christus moeten werken, zoals Hij dat deed. Wij moeten de hongerigen voeden, de naakten kleden en de lijdenden en bedroefden troosten. Wij moeten hen, die twijfelen, bijstaan en de hopelozen met hoop bezielen… De liefde van Christus, die geopenbaard wordt in onzelfzuchtig dienen, zal meer uitwerking hebben om de boosdoener te bekeren dan het zwaard of het gerechtshof. Deze dingen zijn noodzakelijk om de verbreker van de wet vrees aan te jagen, maar de liefdevolle zendeling kan meer doen dan dat. Dikwijls zal het hart verhard worden onder terechtwijzing; maar het zal smelten onder de liefde van Christus. De zendeling kan niet alleen lichamelijke ziekten verlichten, maar hij kan de zondaar leiden tot de Grote Geneesheer, Die de ziel kan reinigen van de melaatsheid der zonde. Het is Gods bedoeling, dat de zieken, de ongelukkigen, zij die door boze geesten bezeten zijn, door Zijn dienstknechten Zijn stem zullen horen. Door Zijn menselijke vertegenwoordigers wil Hij een Trooster zijn, zoals de wereld die niet kent.” –

B. Welk Bijbels principe is eveneens van invloed op sommige methoden, waarmee het werk van de Heer wordt uitgevoerd?

Prediker 3:1;

Prediker 3:1: Alles heeft een bestemden tijd, en alle voornemen onder den hemel heeft zijn tijd.

Prediker 8:5.

Prediker 8:5: Wie het gebod onderhoudt, zal niets kwaads gewaar worden; en het hart eens wijzen zal tijd en wijze weten.

“Er zullen valse genezingen worden verricht, waarvan wordt beweerd, dat ze goddelijk zijn.

Om deze reden heeft de Heer een weg uitgestippeld, waarop Zijn volk een werk van fysieke genezing moet voortzetten, gecombineerd met het onderwijzen van het Woord. Sanatoriums moeten worden opgericht, en met deze instellingen moeten werkers worden verbonden, die echt medisch zendingswerk zullen verrichten." –Medical Ministry, blz. 14.

vr, — 19 dec

Terugblik

1. Waarom was de gave van tongen nodig in de tijd van de apostelen?

2. Wat doe ik met de talenten, die mij zijn toevertrouwd?

3. Hoe kan ik mijn dienstverlening aan anderen in de medische zendingslijn verbeteren?

4. Onder welke omstandigheden biedt Jezus bescherming tegen dodelijke gevaren?

5. Hoe kan ik mijn bruikbaarheid voor de zaak van de Heer vergroten?